Neanderthalers kookten en dokterden met kruiden

Neanderthalers gelden als echte vleeseters, die joegen op grote dieren zoals mammoeten. De vroege bewoners van Europa blijken echter ook plantaardig voedsel te hebben gekookt, en aan zichzelf te hebben gedokterd met planten zoals kamille en duizendblad.

Dit concluderen de Britse archeoloog Karen Hardy (universiteit van Barcelona) en haar collega’s na onderzoek aan het tandsteen van enkele fossiele neanderthalers in Spanje. „Neanderthalers hadden een diepgaande kennis van hun natuurlijke omgeving en waren in staat om de voedingswaarde en de medicinale werking van bepaalde planten te herkennen”, schreven zij vorige week in hun artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Naturwissenschaften.

Neanderthalers leefden ruwweg 300.000 jaar tot 30.000 jaar geleden in Europa. In het noorden van Spanje zijn verreweg de meeste fossiele beenderen van neanderthalers gevonden. Omdat bij hun werktuigen ook de fossiele botten van grote prooidieren zijn gevonden, werd vroeger aangenomen dat neanderthalers vooral vlees aten. Dat idee werd bevestigd door de vondst van eiwitten in het collageen van hun botten.

Van vijf ‘Spaanse’ neanderthalers onderzochten Hardy en collega’s het fossiele tandsteen. Tandsteen is verkalkte tandplak en bevat doorgaans sporen van het voedsel dat door de kiezen is vermalen. In het tandsteen zaten opvallend weinig eiwitten uit vlees, maar wel korrels zetmeel. Daarnaast vonden ze sporen van koolhydraten, die erop wijzen dat neanderthalers noten en misschien groenten aten. De sporen van de rook van een houtvuur doet vermoeden dat de neanderthalers hun eten kookten. In Irak waren in 2010 ook al zetmeelkorrels in het tandsteen van neanderthalers gevonden. Die korrels leken gekookt.

In het tandsteen zaten ook resten van kamille en duizendblad. Deze planten hebben geen voedingswaarde, maar hebben wel een medicinale werking. Neanderthalers moeten de planten bewust hebben gebruikt voor zelfmedicatie.