Na het bloedbad een pistool kopen

James Holmes doodt twaalf mensen in de bioscoop in Aurora, Colorado. De volgende dag staan Amerikanen in de rij voor een vuurwapen. Dit is het trauma van Colorado.

Correspondent Verenigde Staten

Aurora. De ochtend na het bloedbad in Century 16 Cinema in Aurora, in de nacht van donderdag op vrijdag, kocht Tray Gray zijn tweede vuurwapen. Een Glock, 9 millimeter. Duur, maar deze weigert nooit, zegt hij, terwijl hij klopt op een onzichtbare holster aan zijn heup. „Nu heb ik een pistool in huis en een op zak. Ik kan me vanaf nu altijd verdedigen.”

Gray woont pal tegenover de bioscoop. Het moment dat de 24-jarige James Holmes in zaal 4 het vuur opende op honderden bezoekers, hing hij vanwege de hitte uit het raam. De gezette veertiger, vader van twee dochters, zag mensen de straat oprennen, en herkende meteen de paniek. Eén woord schoot door zijn hoofd: Columbine. „Ik dacht: o God, niet opnieuw.” Hij rende de straat op en hielp bezoekers die in shock waren. Hij hoorde wat er binnen gebeurd was: Holmes had twaalf mensen vermoord en tientallen verwond.

Gray is de verpersoonlijking van het trauma van Colorado. Dertien jaar geleden was hij er ook al bij, toen scholieren van Columbine High School, een paar kilometer verderop, een slachtpartij aanrichtten op hun school. Ze schoten twaalf medeleerlingen en een docent dood, waarna ze zelfmoord pleegden. Gray was als politieagent snel ter plekke. De beelden van doodgeschoten kinderen achtervolgden hem, en hij nam ontslag. Nu werkt hij in een ziekenhuis.

Bij de met lint afgezette bioscoop komen het hele weekend mensen langs. Ze leggen bloemen neer, branden kaarsen en schrijven gebeden op een groot vel papier. Ze zoeken troost, maar vooral antwoorden. „Ik hoef James Holmes niet te begrijpen”, zegt een jonge moeder met tranen in de ogen. „Ik wil Amerika begrijpen. Holmes verdient geen aandacht, het is een zielig geval. Maar wat is er mis met mijn land?”

Vuurwapenbezit is in veel staten verboden, maar Colorado kent een ruime wet. Mensen mogen doorgeladen vuurwapens met zich meedragen als ze winkelen, of naar de film gaan. Ook James Holmes had zijn papierwerk in orde. Hij kocht zijn vuurwapens en munitie legaal.

Zaterdagmiddag staan er rijen voor de kassa van vuurwapenwinkel Grand Prix, een kwartier rijden van de bioscoop. „Ik heb nog nooit zo veel verkocht als vandaag”, zegt eigenaar Casey Jones, een forse man met een sikje. Op zijn T-shirt prijkt de tekst ‘Got Guns?’ Alles heeft hij in zijn winkel: goedkope pistolen en machinegeweren van zesduizend dollar. Jones helpt een bejaard echtpaar dat sinds de schietpartij een revolver overweegt. Ze kiezen een vuurwapen, en de bejaarde man laat het in zijn bevende hand rusten. „Als een idioot bij ons thuis komt, kan ik me verdedigen”, zegt hij.

„Deze mensen zijn bang, zoals iedereen in Colorado”, zegt Casey Jones. „Gekken heb je overal.”

Vuurwapens zijn niet het probleem, zegt Jones. Ze zijn de oplossing. „Als iemand in die bioscoopzaal een wapen had meegenomen, was de schutter misschien eerder neergeschoten. Nu kon hij zich negentig seconden uitleven op weerloze slachtoffers.” Hij zegt wat iedere liefhebber zegt: „Guns don’t kill people. People kill people.”

Een bloedbad waarbij de schutter legaal aan zijn wapens heeft kunnen komen, leidt in Amerika meestal tot een debat over de grenzen van vuurwapenbezit. Na de slachtpartij in Columbine High School maakte toenmalig president Bill Clinton de wapenwet iets strenger.

Maar in Colorado, een cruciale swing state tijdens de komende presidentsverkiezingen, zijn vuurwapens te populair om er een politiek punt van te kunnen maken. Debat komt daarom nauwelijks van de grond. President Obama stipte het niet aan toen hij reageerde op het bloedbad, en ook de Democratische gouverneur, John Hickenlooper, wilde gisteren geen relatie leggen tussen de vrije verkoop van vuurwapens en de daad van Holmes. „Het was puur een uiting van het kwaad. Als het niet met dit wapen was, dan was het wel met iets anders. Hij was duivels.”

Tray Gray is gaan twijfelen. Hij is opgevoed, zegt hij, „met liefde voor het Tweede Amendement”. In dat amendement op de Amerikaanse Grondwet is vastgelegd dat Amerikanen wapens mogen kopen en bezitten. Het had alles te maken met de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten, in de achttiende eeuw. Gewapende burgers vormden milities en ontdeden zich van het ongewenste gezag. Dat recht vormt de kern van het vrijheidsdenken in landelijke staten als Colorado.

Tray Gray zegt dat hij het hypocriet van zichzelf vindt. Hij wil wel een wapen voor zichzelf, „een verantwoordelijke vader”, maar niet voor iedereen. „Het is te makkelijk om een wapen te krijgen. Als politieman weet ik hoeveel mensen gewelddadig kunnen zijn. Die verplichte screening van kopers stelt niets voor.”

Misschien, zegt hij na enig nadenken, moet er een tijdelijke stop komen op vuurwapens. „Even geen wapens meer, totdat we erachter zijn gekomen wat er mis is in dit land.” Hij glimlacht. „Mijn vader zou gek worden van woede, dat zijn zoon nog eens zoiets zou zeggen.”