Met een doorgeladen wapen naar de winkel of naar de film

Sinds de dodelijke schietpartij in de bioscoop in Aurora, Colorado, is de wapenverkoop in de regio omhoog geschoten. Een wapen in huis en één voor onderweg geeft een veilig, maar ook ongemakkelijk gevoel. „Misschien moet er een moratorium op vuurwapens komen totdat we bij zinnen zijn gekomen.”

De ochtend na het bloedbad in Century 16 Cinema in Aurora, in de nacht van donderdag op vrijdag, kocht Tray Gray zijn tweede vuurwapen. Een Glock, 9 millimeter. Duur, maar deze weigert nooit, zegt hij, terwijl hij klopt op een onzichtbare holster aan zijn heup. „Nu heb ik een pistool in huis, en een op zak. Ik kan me vanaf nu altijd verdedigen, waar ik ook ben.”

Tray Gray woont pal tegenover de bioscoop. Het moment dat de 24-jarige James Holmes het vuur opende op de bezoekers van zaal 9, hing Gray vanwege de hitte uit het raam. De gezette veertiger, vader van twee dochters, zag mensen de straat oprennen, en herkende meteen de paniek. Eén woord schoot door zijn hoofd: Columbine. „Ik dacht: o God, niet opnieuw.”

Hij rende de straat op en hielp bezoekers die in shock waren. Hij hoorde wat er binnen gebeurd was: Holmes had twaalf mensen vermoord, onder wie een meisje van zes, en 58 verwond.

Gray is de verpersoonlijking van het trauma van Colorado. Dertien jaar geleden was hij er ook al bij, toen scholieren van Columbine High School, zo’n dertig kilometer verderop, een slachtpartij aanrichtten op hun school. Ze schoten twaalf medeleerlingen en een docent dood, waarna ze zelfmoord pleegden. Gray was als politieagent snel ter plekke. De beelden van doodgeschoten kinderen achtervolgden hem, en hij nam ontslag. Nu werkt hij in een ziekenhuis.

Bij de met lint afgezette bioscoop, tegenover het appartement van Gray, komen het hele weekend mensen langs. Ze leggen bloemen neer, branden kaarsen en schrijven gebeden op een groot vel papier.

De mensen zoeken troost, maar vooral antwoorden. „Ik hoef James Holmes niet te begrijpen”, zegt een jonge moeder met tranen in de ogen. „Ik wil Amerika begrijpen. Holmes verdient geen aandacht, het is een zielig geval. Maar wat is er mis met mijn land dat dit twee keer op korte afstand gebeurt?”

Vuurwapenbezit is in sommige staten verboden, maar Colorado kent een ruimhartige wet. Mensen mogen doorgeladen vuurwapens met zich meedragen als ze winkelen, of naar de film gaan. Ook James Holmes had zijn papierwerk in orde. Hij kocht zijn vuurwapens en munitie legaal, in een van de talloze wapenwinkels die Denver rijk is, en op internet.

Zaterdagmiddag staan er rijen voor de kassa van vuurwapenwinkel Grand Prix, een kwartier rijden van de bioscoop. „Ik heb nog nooit zo veel verkocht als vandaag”, zegt eigenaar Casey Brown, een forse man met een sikje. Op zijn T-shirt prijkt de tekst ‘Got Guns?’ Alles heeft hij in zijn winkel: goedkope pistolen, tweedehands jachtgeweren, en machinegeweren van zesduizend dollar. Brown helpt een bejaard echtpaar dat sinds de schietpartij een revolver overweegt. Ze kiezen een vuurwapen, en de bejaarde man laat het in zijn bevende hand rusten. „Als een idioot bij ons thuis komt, kan ik me verdedigen”, zegt hij.

„Deze mensen zijn bang, zoals iedereen in Colorado”, zegt Casey Brown. „Gekken heb je overal, je moet je kunnen verdedigen.”

Iedereen die voor het eerst een vuurwapen koopt, wordt gecontroleerd op een crimineel verleden. Vuurwapens zijn niet het probleem, zegt Brown. Ze zijn de oplossing. „Als iemand in die bioscoopzaal een wapen had meegenomen, was de schutter misschien eerder neergeschoten. Nu kon hij zich negentig seconden uitleven op weerloze slachtoffers.”

Hij zegt wat iedere liefhebber zegt: „Vuurwapens doden geen mensen. Mensen doden mensen.”

Een bloedbad waarbij de schutter legaal aan zijn wapens heeft kunnen komen, leidt meestal tot een debat in Amerika over de grenzen van vuurwapenbezit. Na de slachtpartij in Columbine High School maakte toenmalig president Bill Clinton de wapenwet strenger. Inmiddels is dat weer teruggedraaid.

In Colorado, een cruciale swing state tijdens de komende presidentsverkiezingen in november, zijn vuurwapens te populair om er een politiek punt van te kunnen maken. Debat komt daarom nauwelijks van de grond. President Obama stipte het gisteren niet aan toen hij gisteren sprak op een herdenkingsceremonie in Aurora. Hij had tevoren urenlang met nabestaanden en slachtoffers gepraat. „Uit de duisternis zal een heldere dag komen”, zei Obama, die opriep tot „reflectie” over zinloos geweld.

Ook de Democratische gouverneur, John Hickenlooper, wilde gisteren geen relatie leggen tussen de vrije verkoop van vuurwapens en de daad van Holmes. „Het was puur een uiting van het kwaad. Als het niet met dit wapen was, dan was het wel met iets anders. Hij was duivels.”

Oud-politieagent Gray is gaan twijfelen. Hij is opgevoed, zegt hij, „met liefde voor het Tweede Amendement.” In dat amendement op de Amerikaanse Grondwet is vastgelegd dat Amerikanen wapens mogen kopen en bezitten. Het had alles te maken met de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog van de Britten, in de achttiende eeuw. Gewapende burgers vormden milities en ontdeden zich van hun ongewenste gezag. Dat recht vormt de kern van het vrijheiddenken in landelijke staten als Colorado.

Tray Gray zegt dat hij het hypocriet van zichzelf vindt. Hij wil wel een wapen voor zichzelf, „een verantwoordelijke vader”, maar niet voor iedereen. „Mensen zijn geen mensen meer, ze tonen geen gevoel. Het is te makkelijk om een wapen te krijgen. Als politieman weet ik hoe veel mensen gewelddadig kunnen zijn. Die verplichte screening van kopers stelt niets voor.”

Misschien, zegt hij na enig nadenken, moet er een moratorium komen op vuurwapens. „Even geen wapens meer, totdat we tot zinnen zijn gekomen wat er mis is in dit land.” Hij glimlacht. „Mijn vader zou gek worden van woede, dat zijn zoon nog eens zoiets zou zeggen.”