Meer dan alleen cijfers

Vroeger werd bij uitjes van de Amsterdamse rechtbank één stoel in de bus gereserveerd voor de manager, zo vertelde een ex-rechter me. Tegenwoordig hebben de managers een hele bus voor zichzelf. Want niet alleen in het hoger onderwijs heeft de manager gewonnen, zoals Ewald Engelen vorige week schreef – ‘het evangelie van de prestatiemeting’ is een maatschappelijk feit. Cijfers en targets is waar alles om draait.

Schoonmakers krijgen veertig seconden voor een kantoor, twee voor de wc. Postsorteerders hebben lijnen rond hun stoelen waar geen voet overheen mag – zo gaat er geen tijd verloren met gewandel of ander onrustig gedoe.

Het is het liberalisme pur sang. De ideologische veren zijn afgeschud, de samenleving is nog slechts een groep rationele individuen, of nog ongekleurder: een roedel consumenten. Motivatie kan alleen worden opgewekt door incentives, door competitie, zo is het idee. Enter de cijfers en targets. En de manager die ze controleert.

Ooit was het doel van het liberalisme de bevrijding van het individu uit de klauwen van ideologie en goede bedoelingen. Het resultaat is een systeem dat iedereen knecht. Irrationele zaken als passie, trots, creativiteit, collegialiteit en verantwoordelijkheid zijn weggecijferd, de mens is een robot en het leven statistiek.

Waar dat toe leidt is inmiddels wel duidelijk. Bonussen monden uit in corruptie, targets in fraude en cijferzucht in eenheidsworst. Het moet anders, maar hoe?

Misschien met een verandering van het mensbeeld. De basisaanname van het liberalisme is dat de mens een rationeel en opportunistisch wezen is, een homo economicus, altijd uit op eigen gewin (waardoor hij uiteindelijk de maatschappij verder helpt). Het is een cynische stelling die gedachteloos en tot vervelens toe wordt herhaald, of het nu in discussies over ontwikkelingshulp is, vergrijzing of het werk van Arnon Grunberg.

Maar de mens is veel meer dan dat. Bovenal heeft hij behoefte aan verbintenis en zingeving. Aan een doel dat verheffender is dan cijfers alleen. Pas als dat wordt erkend, als daar ruimte voor komt, kan de huidige management-cultuur veranderen. En kunnen al die managers eindelijk eens iets zinvols gaan doen.