Lidmaatschap Roemenië en Bulgarije was vergissing

De Europese Unie is niet alleen een economische unie, maar ook een politieke waardengemeenschap. Een vrij verkeer van goederen, personen en ideeën bevordert de eenheid die Europa in de twintigste eeuw zo node heeft gemist. Dat is de allerminst vrijblijvende gedachte.

Consequentie is dat er in de EU alleen plaats is voor democratische rechtsstaten. Democratie en rechtsstatelijkheid behelzen meer dan verkiezingen en keurige wetten. Ze moeten naar letter én geest worden gerespecteerd. Dat vereist permanente waakzaamheid.

Die alertheid miste de EU toen de lidstaten in 2006 besloten om Roemenië en Bulgarije toe te laten. Beide landen waren indertijd niet rijp voor een volwaardig lidmaatschap. Toch werden ze begin 2007 welkom geheten. Dat werd mede ingegeven door het feit dat alle andere landen van het Warschaupact en de Comecon, het ‘socialistische kamp’ van de Sovjet-Unie, al lid waren. De herinnering aan de Koude Oorlog stond een nuchtere analyse van de verschillen tussen de voormalige Sovjetsatellietstaten in de weg. Brussel koesterde daarom maar de hoop dat Roemenië en Bulgarije zich met continue controle en druk tot waarachtige Europese rechtsstaten zouden kunnen ontplooien. Dat was een illusie. De Europese Commissie geeft het zelf toe in een snoeihard rapport over de stand van zaken in de twee landen. De politieke cultuur kan de toets der kritiek niet doorstaan. En de hervormingen die wel zijn doorgevoerd, kwamen alleen na externe pressie tot stand. Roemenië en Bulgarije beschouwen nieuwe wetten kennelijk als een Europees ‘moetje’, niet als een eigen duurzame en onomkeerbare verworvenheid.

Op grond van de laatste ranglijst van de anti-corruptieorganisatie Transparency International zijn Roemenië en Bulgarije – net als Griekenland en Italië trouwens – er slechter aan toe dan Turkije, dat nog lang geen EU-lid is. Dubbele moraal is het gevolg. Waar Roemeense en Bulgaarse ondernemers in Europa een gelijk speelveld hebben, blijft de eigen markt via corrupte rechtspraak juist afgegrendeld.

De misverstanden die in 2007 leidden tot de toelating, zijn vijf jaar later niet meer te corrigeren. Roemenië en Bulgarije zijn en blijven deel van de EU. Maar de externe druk op beide landen mag niet verslappen, ook niet als het gaat om de toelating tot de Schengenzone. Want als de indruk ontstaat dat lidstaten vrij spel hebben als ze eenmaal binnen zijn, slaat Europa de bijl aan de wortel van de eigen waardengemeenschap.