Leiders Europa laten 90 miljard liggen

Europa kan veel geld besparen door elektrische apparaten zuiniger te maken. China en de Verenigde Staten hebben dit al veel langer door. De vraag is wanneer Europese leiders deze kansen op besparingen en extra banen gaan inzien, betoogt Ron Wit.

Illustratie Angel Boligan

Terwijl de Europese leiders wanhopig op zoek zijn naar middelen om de economische groei te stimuleren, laten ze 90 miljard euro op de plank liggen. De Europese energierekening van bedrijven en consumenten kan jaarlijks met dit bedrag omlaag als diezelfde leiders de energienormen voor elektrische apparaten – zoals koelkasten, televisies en elektromotoren – sneller aanscherpen. Uit onderzoek blijkt dat scherpere energienormen een gemiddeld huishouden 280 euro per jaar opleveren. Ook worden er 1 miljoen extra banen gecreëerd in Europa.

Waarom laat Europa deze grote kans liggen om de economie te versterken?

De Europese Commissie overweegt de ‘richtlijn Ecodesign’ uit 2005 te herzien. Deze richtlijn bepaalt de minimumeisen voor het energieverbruik van veertig apparaten en beïnvloedt hiermee ruim de helft van het energieverbruik in Europa. Desondanks is de richtlijn een van de meest onderschatte instrumenten voor een efficiënter energiegebruik in Europa. Zelfs beleidsmakers in de energiesector halen hun schouders op bij de vraag hoeveel energiebesparing deze richtlijn kan opleveren.

Het antwoord luidt: als de energienormen onder de richtlijn ambitieuzer worden vastgesteld dan nu het geval is, neemt de Europese vraag naar elektriciteit en gas af met respectievelijk 17 en 10 procent. Ook het klimaat profiteert hiervan. In 2020 zal er 400 megaton minder CO2 in de lucht komen. Dit is vergelijkbaar met het totaal aan CO2-reductie dat het Europese emissiehandelssysteem kan opleveren, ofwel twee keer de totale CO2-uitstoot van Nederland. Die beleidsambtenaren en politici moeten dus worden bijgeschoold.

China en de Verenigde Staten schatten de economische en milieuvoordelen van energienormen beter op waarde. In deze landen werken tien keer meer ambtenaren aan het invoeren van energienormen voor apparaten dan in de Europese Unie. Dit heeft een reden. Een Amerikaanse studie wijst uit dat elke dollar voor extra ambtenaren voor dit beleid 60.000 dollar oplevert aan energiebesparing voor eindverbruikers. Extra ambtenaren voor de richtlijn Ecodesign betalen zichzelf dus dubbel en dwars terug.

Door een gebrek aan capaciteit bij de Europese Commissie duurt het soms meer dan vijf jaar voordat een energienorm is ingevoerd. In de tussentijd draait de wereld door. De normen zijn al achterhaald op het moment dat ze van kracht worden. Zo lanceerde Sharp een televisie die de helft zuiniger was dan de norm op de dag dat deze van kracht werd. Ook hield de norm geen rekening met het bestaan van nieuwe technologie: de ledtelevisie. Dit is logisch. Die tv bestond nog niet ten tijde van de gedateerde voorbereidende marktanalyse. Snellere procedures zijn nodig om scherpere energienormen in te voeren.

Het aanscherpen van energienormen voor apparaten leidt tot een betere concurrentiepositie van de Europese economie, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. Sowieso moeten ook bedrijven buiten de EU, zoals Chinese fabrikanten, voldoen aan de scherpere normen als ze hun producten aanbieden op de Europese markt. Elektronicabedrijven als Philips zien juist voordeel in scherpere energienormen. Hun producten worden hierdoor aantrekkelijker (zuiniger) voor hun klanten. Innovatie wordt beloond. De aanschafprijs van bijvoorbeeld een tv stijgt weliswaar met een tientje of iets meer, maar dit verdienen hun klanten gemiddeld met een factor vier terug tijdens de gebruiksfase van het apparaat.

Toch is er altijd wel één fabrikant per productgroep in Europa die geen zin heeft of niet in staat is om de extra inspanningen te doen om producten zuiniger te maken. De tegenlobby van deze achterblijvers voorkomt, vaak samen met één of meerdere lidstaten, dat burgers en alle andere bedrijven in Europa ten volle kunnen profiteren van de economische winst van de richtlijn Ecodesign. Het is bemoedigend dat elektronicagiganten Philips, Electrolux, Camfil Farr en Bosch Siemens Groep de Europese landen onlangs hebben opgeroepen om de energienormen voor huishoudelijke apparaten snel aan te scherpen.

Het is duidelijk dat Europa beter kan investeren in het ontwikkelen en fabriceren van schone technologie dan nog meer geld uit te geven aan de import van energie (alleen al 300 miljard euro aan olie-import in 2011). Groene groei kan banen creëren die legioenen van jonge werklozen in Europa zo hard nodig hebben. Vasthouden aan business as usual doet dit niet en brengt ons verder naar de mondiale periferie.

Het wachten is nu op Europese leiders met genoeg boerenverstand om te weten waar het laaghangend fruit kan worden geplukt.

Ron Wit is manager energie bij Natuur & Milieu.