Ik ga een schep halen en een gat graven

In de Utrechtse wijk Kanaleneiland werden gisteren tien straten afgesloten om asbestgevaar. Niemand wist hoe lang en de gemeente was onbereikbaar.

Verslaggever

Interessant psychologisch experiment: sluit onaangekondigd een wijk af met hekken. Stuur er een batterij politieagenten en twee pelotons ME op af. Laat niemand meer binnen. Informeer de agenten niet hoe lang ze daar moeten staan. Verstrek geen informatie aan de meldkamer van de gemeente Utrecht. En kijk dan hoe lang het goed gaat.

Dat experiment werd gisteren uitgevoerd op een deel van de dichtbevolkte Utrechtse wijk Kanaleneiland. Vanaf de middag werden daar gisteren zo’n tien straten met lange rijen flats afgesloten. De reden was asbest.

Al eerder deze week was in twee huizen van woningcorporatie Mitros bij renovatiewerkzaamheden asbest gevonden. Uit metingen bleek gisterochtend dat de kankerverwekkende stof was verspreid. De stof was op daken en op garageboxen gevonden. De bewoners van 48 woningen aan de Stanleylaan werden geëvacueerd en ondergebracht in hotels.

Maar het was ook mogelijk dat in de straten rondom de Stanleylaan asbest zou zijn neergekomen. Uit voorzorg vaardigde de gemeente daarom een noodbevel uit en sloot de straten af. De uitslag van de metingen zou in de loop van de avond bekend worden. Mensen konden zich melden bij een opvanglocatie verderop.

Maar om 21.30 uur was er nog niks bekend. Bij de wegafsluitingen groeide de frustratie. „Het is hier Gaza!”, riep een man achter het hek. „Mijn dochter is 17, en die móet naar binnen.” Hij draaide zijn fiets om. „Ik ga een schep halen en een gat graven.”

Een vrouw op een scooter naderde het hek. Ze was hier voor thuiszorg, in haar hand wapperde het adres van haar patiënt. Ook zij kwam niet binnen. Een man die zijn medicijnen wilde halen, werd doorverwezen naar de dienstapotheek. Geruchten zoemden rond van moeders die niet terug mochten naar hun kind, opgesloten huisdieren en zieke ouders.

Wat de situatie bij de hekken niet hielp, was dat het in de wijk gewoon druk op straat was. Bewoners hadden wel via Radio M en RTV Utrecht en via agenten en een enkele omroepauto het advies gekregen binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. Maar veel mensen hadden dat niet gehoord, of hielden zich er niet aan. Vrouwen hingen uit ramen, mannen rookten op bankjes, in de speeltuinen speelden kinderen.

Wat ook niet hielp was het feit dat het vastentijd is. Mensen die naar de moskee wilden, mochten wel heen, maar niet terug. Mensen die de iftar met familie in de wijk wilden vieren, moesten terugkeren. Een vrouw overhandigde haar zus over het hek een pan warme harirasoep. Een man met twee Turkse broden onder zijn arm mocht niet verder. „U kunt misschien uw familie bellen, zodat zij het eten van u kunnen overpakken bij het hek”, adviseerde een welwillende agent. De man, geagiteerd: „Waarom adviseert u om mijn familie naar het hek te komen? Het is toch levensgevaarlijk daar?”

Waarom de gemeente zulke drastische maatregelen nam, is niet bekend. De woordvoerders van Mitros en de gemeente waren de hele avond niet bereikbaar, de meldkamer werd pas uren na de afsluiting ingelicht. Een agent hield het op: „Ze nemen het zekere voor het onzekere.”

Maar Kanaleneiland, een probleemwijk met een grote populatie allochtonen, is geen wijk waar je zomaar hekken en politieagenten neerzet. Bij een paar afsluitingen werd de sfeer snel grimmig. Steeds meer jongens hingen rond, auto’s cirkelden rondjes rond het wijkje. „Als het hier donker wordt, gaan de hekken neer!”, schreeuwden jongens die wel zin hadden in wat actie. „Dit is Guantánamo, denk maar niet dat we ons op laten sluiten!”

Tegen tienen liet locoburgemeester Gilbert Isabella weten dat het afgezette gebied verkleind zou worden. De mensen die in dat gebied woonden, werden alsnog geëvacueerd en in hotels ondergebracht. Hoeveel mensen dat betrof, was niet bekend. Maar afgaande op gepubliceerde adressen zijn dat er honderden.