Het handvat van de gebutste koekenpan Texas

Plat, leeg en verlaten. O ja, en het waait er ook voortdurend. Kortom, een ideale vakantiebestemming. Het noordelijkste stukje Texas heet ‘The Panhandle’, omdat het lijkt op het handvat van een koekenpan. Een gebutste koekenpan dan, want helemaal plat is het nu ook weer niet. De vlaktes zijn bruin, gebroken en begroeid met droog struikgewas.

Plat, leeg en verlaten.

O ja, en het waait er ook voortdurend. Kortom, een ideale vakantiebestemming.

Het noordelijkste stukje Texas heet ‘The Panhandle’, omdat het lijkt op het handvat van een koekenpan. Een gebutste koekenpan dan, want helemaal plat is het nu ook weer niet. De vlaktes zijn bruin, gebroken en begroeid met droog struikgewas. Tot de horizon hobbelt de prairie weg, onder een intimiderende wolkenhemel.

Dat landschap heeft niet de lieflijkheid van de rollende grasvlaktes van Zuid-Dakota of de lichtgevende woestijn in Arizona. Dit is hardscrabble land, ooit bevolkt door indianen en bizons, daarna afgegraasd door vee en weggeblazen door zandstormen. Armoedig land ook. De oudere stadjes zijn dichtgetimmerd, met gebroken trottoirs en gebarsten asfalt.

Texanen zelf zitten daar niet mee. Zij beschouwen zichzelf toch al als anders dan alle andere Amerikanen. Texas was de enige staat die ooit zelf een republiek was (1836-1845), met een eigen president, voordat het zich aansloot bij de rest. De juiste houding voor een Texaan is dus: vriendelijk, maar stoer en afgemeten. In de strijd tegen zwerfvuil krijg je onderweg om de zoveel mijl toegesnauwd ‘Don’t mess with Texas’.

Wat valt er te halen in deze uithoek van de koekenpan? Wie alleen wil zijn met de spoken van de Amerikaanse geschiedenis kan hier een eind komen.

Natuurlijk zijn er musea – met cowboyhemden, cowboyhoeden, cowboylaarzen en eentje met de grootste verzameling prikkeldraad ter wereld.

Maar de echte geschiedenis kom je buiten tegen.

In het afgetrapte stadje Pampa vinden we de drogisterij waar muzikant Woody Guthrie ooit werkte, op de vlucht voor de armoede in Oklahoma. Hij schilderde zelf ‘Harris Drugs’ op de gevel en signeerde dat ook nog. De handtekening werd er afgespoten toen hij beroemd begon te worden met zijn linkse liedjes. Nu is de winkel een centrum voor folkmuziek, opgedragen aan Woody. In de etalage hangt een geprint A4-tje met de niet mis te verstane mededeling ‘Woody Guthrie werkte hier’.

Zo is het maar net.

In een nog verder afgetrapt stadje, Memphis, stopt een auto met piepende banden als ik een foto maak in de lege straten. De chauffeur stapt uit en beent grijnzend op me af. „Ik moet met je praten!” Volgt een even opgewekte als treurige opsomming van de lokale attracties. Hoogtepunt: de beeltenis van een naakte vrouw op een graf in het kerkhof. Dan is de man weer weg. Of hij in geen jaren iemand had gesproken – en misschien was dat ook wel zo.

Wie de stadjes uitgaat, zakt nog dieper weg in de tijd.

In de Palo Duro Canyon (het kleinere broertje van die Grootse in Arizona) huisden lang de Comanches indianen, tot ze werden verdreven. Boven de rivier de Canadian, verscholen in een diepe vallei en bereikbaar over een slingerende dirt road, ligt het slagveld van Adobe Walls. Comanches en Cheyennes overvielen hier in 1874 een groep jagers, in een wanhopige poging om een paar bizons over te houden. Twee plompe monumentjes herinneren aan de knokpartij: een voor de bizonjagers (die wonnen) en een recentere voor de indianen. Het is een serene, droevige plek: het gras ruist, alles is verlaten – en vergeefs.

Hoewel, er is ook goed nieuws. Die bizons zijn, net als elders in Amerika, weer terug. In het Caprock Canyons State Park staan ze ’s ochtend vroeg onverstoorbaar op de parkeerplaats van het bezoekerscentrum – alsof wij de bezienswaardigheden zijn en niet zij.

Het is niet gelukt de jagers te verdrijven, maar met de toeristen gaat dat beter. Wij kwamen er niet één tegen. Wel elkaar, de bizons – en die spoken.

De Panhandle van Texas, een gebied van 67.000 vierkante kilometer, grenst aan Oklahoma en Nieuw Mexico. Er wonen zo’n 430.000 mensen, minder dan 2 procent van de totale bevolking van Texas. De grootste stad is Amarillo (230.000 inwoners). De economie bestaat uit vleesindustrie, windenergie en oliewinning. Het land hoort bij de High Plains, doorsneden door een aantal rivieren . Een deel van de Panhandle hoort bij de Llano Estacado, een platte woestenij die wordt begrensd door rotsformaties.