Herinneringen aan Louis Le Roy. Hij vond zichzelf „een bouwmeester in ruimte en tijd”. Hij was „juist géén tuinarchitect”

‘Ik heb hem weleens gevraagd: hoe zie je jezelf vooral?” Kunsthistoricus Huub Mous uit Leeuwarden kende Louis Le Roy persoonlijk en heeft zijn loopbaan op de voet gevolgd. „Hij zag zichzelf het liefst als een bouwmeester in ruimte en tijd. Je kunt hem ook beschouwen als een kunstenaar, want zo is hij begonnen.”

In de jaren zestig, toen de aandacht voor milieu en ecologie opkwam, ging hij zich op de natuur in steden richten en kwam met ideeën hoe we daarmee om zouden moeten gaan. „Hij was daarin een pionier.”

Mous beschouwt tijdgenoot Mien Ruys (1904-1999), de bekende Nederlandse tuinarchitect en tijdgenoot van Le Roy, als zijn tegenpool. Want hij was juist géén tuinarchitect. „Hij wilde afzien van elke vorm van ontwerp. Hij werd daarom wel vergeleken met Antonio Gaudí, de bouwer van de Sagrada Família in Barcelona, de kathedraal waaraan nog altijd op een organische manier wordt gebouwd. Ook hij maakte van zijn tuinen een bouwwerk, waar mensen eeuwenlang aan werken, net als aan kathedralen.”

Le Roy volgde een tekenopleiding aan de kunstacademie in Den Haag en was aanvankelijk tekenleraar in Heerenveen. Daarna ontwikkelde hij zich als autodidact op het gebied van de biologie en ecologie. „Hij was een veelvraat en las zich in op allerlei terreinen van wetenschap”, zegt Mous. Hij brak door in de jaren zeventig, toen hij na een arbeidsconflict stopte als tekenleraar. Na een televisiedocumentaire over zijn werk werd hij bekend in Nederland en vervolgens, via het internationale lezingencircuit, ook in Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk. Ook in die landen heeft hij projecten uitgevoerd. Mous: „Na de jaren tachtig, de tijd waarin ik hem leerde kennen, zakte zijn bekendheid weg. Maar eind jaren negentig zie je in de planologie nieuwe belangstelling ontstaan voor ontwerpen waarin het geheugen van het landschap en tijdstructuren in het landschap een rol spelen. Toen werd hij herontdekt als een voorloper op dat gebied. Dat leidde in 2002 tot het boek Natuur, Cultuur, Fusie, dat het Nederlands Architectuur Instituut over hem uitbracht.”

De ‘wilde tuin’ die hij in de jaren zeventig van de gemeente in Heerenveen mocht aanleggen tussen twee rijstroken aan de President Kennedylaan, was dertien meter breed en enkele kilometers lang. Er lagen achteloos gevormde wandelpaden van stukken baksteen en beton en muurtjes van opgestapelde stenen, waartussen spontaan klimplanten groeiden. Zo’n 25 jaar later was de tuin in de versukkeling geraakt. „In 2005 is een intentieverklaring opgesteld door de gemeente Heerenveen, dat het gebied rond de President Kennedylaan honderd jaar lang zijn gang mag gaan volgens Le Roys principes”, zegt Mous. In zijn tuin in de Groningse wijk Lewenborg, is men de laatste jaren ook heel actief om zijn werk in stand te houden.

Bij Le Roys twee hectare grote Ecokathedraal in Mildam bij Heerenveen waren volgens Mous altijd al vrijwilligers actief. Maar nadat Le Roy in 2003 een zwaar ongeval had gehad, kwam hijzelf nog maar zelden vanuit zijn woonplaats Oranjewoud naar Mildam. „De vrijwilligers zetten zijn werk voort. Wel zie je een stijlbreuk, sinds hij het zelf niet meer ontwerpt. Le Roy was heel erg precies in hoe er gestapeld werd, maar de verschillen accepteerde hij. Hij hoopte vooral dat de ontwikkeling van het terrein nog duizend jaar door zou gaan.”

Lex Veldhoen