Geen atleet, wel Olympisch winnaar

In 67 n.C. was er een ongewone deelnemer aan de antieke voorloper van onze Spelen in Olympia: keizer Nero. Bijna alle prijzen kaapte de Romein weg, zelfs wanneer hij moest opgeven voor het einde van een race.

De Amerikaanse zwemmer Michael Phelps kan de meest bekroonde atleet van de Olympische Spelen worden. 16 medailles heeft hij al in zijn kast hangen. Vergeleken met de Romeinse keizer Nero (37-68 n.C.) is dat echter klein bier. Die kon in 67 n.C., na zijn deelname aan de antieke voorloper van onze Spelen, niet minder dan 1.808 laurierkronen mee naar huis nemen.

Niet dat Nero een groot sportman was. Zijn bekroningen behaalde hij trouwens niet enkel op de Olympische Spelen. De hellenofiele keizer ondernam een hele toer door Griekenland en wilde per se aan alle grote spelen meedoen. De zogenaamde periodos was een vierjaarlijkse cyclus die de belangrijkste omvatte: de Pythische, Nemeïsche, Isthmische, en natuurlijk de Olympische ter ere van de oppergod Zeus (Griekse spelen hadden een religieuze oorsprong). Vier jaar vond Nero wat lang, dus bemoeide hij zich met de kalender en stelde onder meer de Olympische Spelen twee jaar uit zodat alle vier de spelen plots in een jaar vielen.

Het is bekend dat Nero dol was op zingen en optreden. In 60 organiseerde hij de eerste spelen naar Grieks model in Rome, en noemde ze Neronia. Die eerste keer deed hij niet zelf mee – blijkbaar aarzelde hij om als keizer die stap te zetten. Er werd door de Romeinse aristocratie nogal neergekeken op zulk vermaak voor de massa. Leden van diezelfde hogere klassen zijn verantwoordelijk voor ons beeld van de gekke, wrede keizer die lier speelde terwijl Rome in brand stond. De bekendsten onder hen, Suetonius, Tacitus en Cassius Dio, vertellen met nauwelijks verholen afschuw hoe Nero in 64 wél de stap waagde en de bühne beklom in Napels, de belangrijkste Griekse stad in Italië. Een jaar later, op de tweede editie van de Neronia, deed hij mee in Rome en won natuurlijk alle prijzen.

Maar Nero wou meer. De keizer wilde de Grieken, het enige volk dat hij verfijnd genoeg achtte om zijn kunstzinnige ziel te begrijpen, op hun eigen terrein verslaan. Maar wel op zijn manier. Paardenraces met twee- of vierspan? Nee, Nero verscheen aan de start met tien paarden voor zijn kar gespannen. Een beetje overmoedig, volgens Suetonius: „Hij werd tijdens de race uit de wagen geslingerd en weer teruggezet, maar voor het einde gaf hij op […], wat overigens niet verhinderde dat hij de prijs won.” Hij verzon ook nieuwe disciplines, zoals een muziekwedstrijd in Olympia. Tijdens andere spelen van de periodos waren dicht- en muziekwedstrijden niet ongebruikelijk, maar op de Olympische Spelen lag de nadruk traditioneel op atletiek.

Nero won ze allemaal, niet verwonderlijk. Welk jurylid zou immers durven de keizer, die er zijn hand niet voor omdraaide om tegenstanders uit de weg te ruimen, niet tot winnaar uit te roepen? Bovendien was Nero vrijgevig met ‘schenkingen’ aan juryleden en (betere) tegenstanders.

Bij zijn terugkeer hield de keizer vier blijde intredes in Italië, met die in Rome als laatste en belangrijkste. De senatoren en rijke burgers moeten zich hebben verbeten toen ze Nero op de wagen van Augustus als een artiest-triomfator de stad zagen binnenrijden. Hoe de gewone mensen Nero’s uitspattingen ervaarden is moeilijker te achterhalen – zij krijgen haast nooit een stem van de antieke geschiedschrijvers.

Toen de Olympische Spelen nieuw leven werden ingeblazen op het einde van de 19de eeuw, stond de organisatoren een naïeve mix van sport en cultuur voor ogen. Net als Nero wou Baron De Coubertin artistieke disciplines naast de atletiek, wat hem lukte in 1912, toen hij overigens zelf de gouden medaille won voor poëzie met zijn banale Ode au sport. De oude regel dat het publiek de arena niet mocht verlaten tijdens de voordracht van een voorname deelnemer – volgens Suetonius zijn er baby’s geboren tijdens Nero’s optredens – werd gelukkig achterwege gelaten.

M.m.v. Johan Becquet