En nog een zoen van Chirac toe

Daar was hij dan eindelijk in de Tour de France: president François Hollande. Afgelopen vrijdag, in de auto van de Tourdirectie. Vorig jaar, toen hij nog maar kandidaat was, verscheen hij al veel eerder en prominenter in beeld, geintjes makend met zijn landgenoot Thomas Voeckler die in een gele trui op het podium stond.

Een Franse president die de hoop op meer dan één termijn koestert, dient zich te tonen in de Ronde van Frankrijk. Hollandes voorgangers begrepen dat, zich bewust als ze waren van hun magnetische werking op tv-camera’s. Nicolas Sarkozy vermaakte zich zelfs met Lance Armstrong, niet de populairste wielrenner in Frankrijk. „Lance kan nog wel president worden, ik geen groot kampioen meer”, sprak Sarkozy op de Tourmalet.

Wielrennen en politiek, ze hebben alles met elkaar te maken. Toen de Spaanse premier Mariano Rajoy nog oppositieleider was, verzocht hij Sarkozy ervoor te zorgen dat Alberto Contador toch in de Tour kon starten, ook al zou zijn ploeg, toen Astana, wegens dopingperikelen niet welkom zijn.

Voor president Charles de Gaulle toonden de renners ontzag. In 1960 stopten ze op verzoek van de directie in zijn dorp, Colombey-les-deux-Églises, om handen te kunnen schudden. Eén renner, een Fransman die door een lekke band was achteropgeraakt, had het niet begrepen. Pierre Beuffeuil fietste hard langs het kruipende peloton dat hij net had ingehaald en won de etappe. „Ik heb op De Gaulle gestemd”, verklaarde hij na afloop.

Toen Joop Zoetemelk in 1980 in Parijs in het geel werd gehuldigd, kreeg hij een hand van president Valéry Giscard d’Estaing, een knuffel van premier Dries van Agt en een zoen van burgemeester Jacques Chirac, de latere president. Bedenk welke liefdesbetuigingen de timmerman uit Rijpwetering ten deel zouden zijn gevallen als hij Fransman was geweest.

Het doet uitzien naar een innige omhelzing van premier David Cameron met Bradley Wiggins.

John Kroon