Een drakenrijder die goed kan hakken en snijden

De Eragon-serie van fantasy-auteur Paolini is enorm populair. „Dit waren altijd al de verhalen die mensen elkaar vertelden.”

Vijftien jaar was Christopher Paolini toen hij begon aan zijn eerste roman. „Uit verveling”, zegt hij nu tijdens een interview in Amsterdam. „Ik werd thuis onderwezen door mijn ouders, op het platteland van Montana. En met 15 was ik klaar. Ik had geen school, ik had geen baan, en het dichtstbijzijnde stadje was een half uur rijden. Verder was er niks. Ik hield van lezen. Dus ik dacht: ik ga zelf wat schrijven. Fantasy was de logische keuze omdat ik het ook las.” Zo schiep Paolini de figuur van de jongen Eragon in een middeleeuwse fantasiewereld, die een diepe telepathische band krijgt met een draak, Saphira.

Nu is Paolini 28 en hij reist de hele wereld rond ter ere van de verschijning van het laatste, vierde deel van zijn Eragon-serie. In een paar maanden werden van dit deel, Eragon: Erfenis, alleen al in Nederland 50.000 exemplaren van verkocht. Van de hele serie werden in Nederland tot nu toe 300.000 exemplaren verkocht. Tien jaar geleden sjouwde Paolini nog in middeleeuws kostuum langs Amerikaanse boekwinkels om zijn boek aan de man te brengen. Maar nu loopt de verkoop wereldwijd tot over de twintig miljoen. Inmiddels is er een reisgids naar Paolini’s fantasiewereld Alagaesia en een uitgebreide internetencyclopedie (inheritance.wikia.com).

Paolini’s hoofdfiguur Eragon is een van de laatste drakenrijders, een verdwenen ridderorde die is vernietigd door de boosaardige koning Galbatorix, die ook een eigen draak heeft. Een enorme draak. De meeste draken zijn groot, wild èn wijs. Maar de draak van Galbatorix is kwaadaardig. Zo’n soort verhaal is het. Eragon wordt ook zoals het hoort verliefd op een elf en hij sluit bovendien vriendschap met een dwergenkoning. In deel vier verslaat hij – eindelijk – zijn erfvijand Galbatorix.

Het grote succes van Eragon is exemplarisch voor de opkomst van fantasy-boeken in de laatste jaren. Tolkiens In de Ban van de Ring kent iedereen nu wel, maar ook boeken als De Hongerspelen en The Game of Thrones zijn populair geworden. In de openbare bibliotheken en boekwinkels zijn hele kasten gewijd aan dit type literatuur: veel zwaarden, magie en grootse queestes. In Amsterdam geeft Paolini op één dag negen interviews.

Waarom is fantasy tegenwoordig zo populair?

„Dat lijkt me duidelijk. Door de films! Door de drie Lord of de Rings-films, maar ook andere. Door de computeranimaties kan fantasy eindelijk realistisch in beeld gebracht worden. Dat heeft dit type verhalen teruggebracht in de belangstelling. Als je het in historisch perspectief bekijkt, waren dit altijd al de verhalen die mensen elkaar vertelden: mythes en legendes over magie, koningen, zwaardvechters, goden. Kijk naar de Ilias, Beowulf, Macbeth, zelfs naar Hamlet met zijn geesten!

„Pas in de laatste 150 jaar is realistische fictie in de mode gekomen. Dat komt door alle technische veranderingen en uitvindingen. Omdat er zo veel veranderde in de maatschappij wilden schrijvers dáárover schrijven. Maar nu zijn de oude verhalen weer terug. En waarom ook niet? De thema’s zijn universeel. En het heeft voordelen. In fantasy kun je extern maken wat anders intern is. Wil je schrijven over hebzucht? Dan maak je een gouden ring die de hebzucht oproept en voor je het weet heb je de ringcyclus van Richard Wagner. Er zit veel fantasy verborgen in de moderne literatuur. Neem Honderd jaar eenzaamheid van de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez, dat is natuurlijk gewoon fantasy.”

Waarom komt de boosaardige koning Galbatorix pas in het laatste boek tevoorschijn? Toch een cruciale figuur.

„Ik was vooraf behoorlijk zenuwachtig over die scène in deel vier als hij eindelijk tevoorschijn komt. Maar ik heb het van tevoren zo gepland. Heb je de film The Third Man gezien? Daarin wordt voortdurend gepraat over Harry Lime. Maar pas op het einde komt hij zelf in beeld. En dan beheerst hij de film. Zoiets wilde ik ook. Al aan het begin van de serie heb ik een schema gemaakt van alle belangrijkste gebeurtenissen uit de serie. Voor Eragon had ik ook al eens geprobeerd een boek te schrijven, maar ik kwam nooit verder dan de eerste tien pagina’s. Ik wist niet wat er daarna zou gebeuren.

„Pas met het derde boek kwam ik in de problemen, omdat de opzet daarvan het vaagst was. Al schrijvende merkte ik: dit gaat veel te lang duren. Dus met lood in mijn schoenen ging ik naar mijn uitgever: het moeten vier boeken worden. Maar die vond dat geweldig. Nóg een boek! En het probleem van het laatste boek was dat ik eigenlijk nog nooit een verhaal beëindigd had. Dat was moeilijk. Ik hoop dat het goed gelukt is zo.”

Nou, die Galbatorix komt zeker op een originele manier aan zijn einde.

„Dankjewel. De details kunnen we niet onthullen, want dat zou de spanning bederven. Maar er wordt tussen hen niet gewoon gevochten, daar was ik wel blij mee. Het is voor een schrijver echt makkelijk om een hoofdfiguur te hebben die goed kan hakken en snijden met een zwaard. Maar uiteindelijk is het interessanter om een strijd tussen ideeën te voeren. En zo heb ik Galbotorix en Eragon laten vechten. Dat gevecht draait om de kennis die mensen van zichzelf hebben. Galbatorix weet héél veel. Maar uiteindelijk heeft hij een groot gat in zijn kennis, omdat het hem niet kan schelen wat het effect van zijn handelen is op anderen. Eragon geeft daar wel om en hij lijdt daar ook onder. Daarom is Eragon uiteindelijk wijzer.”

Maar waarom staat dan het laatste deel toch vol veldslagen?

„Ja, dat boek bevat meer geweld dan in alle andere drie delen samen. Ik ben daar tweeslachtig over. Ik vind het echt heerlijk om al die veldslagen tussen de troepen van Galbatorix en de opstandelingen te beschrijven. Maar tegelijkertijd is al die strijd natuurlijk verschrikkelijk. In het eerste deel hield ik me in, maar nu niet meer. Ik beschrijf nu het geweld uitgebreid. Mijn hoofdfiguren zijn inmiddels ouder en mijn lezers ook, denk ik dan.

„Ik vind het ook schijnheilig om de harde feiten van het geweld te negeren als het een rol speelt in je verhaal. In Lord of the Rings worden ontzettend veel orks gedood en ook veel anderen. Maar de hoofdfiguren lijkt dat allemaal weinig te doen. Zoiets is niet goed. In het derde boek laat ik mijn hoofdpersonen echt nadenken en discussiëren over het gebruik van geweld.

„Maar goed, in het vierde deel sluit iedereen zich er weer voor af, dat is zo. Want we moeten naar het einde! Toen ik het boek voor het eerst helemaal doorlas, dacht ik een paar keer: kan dit wel? Zo intens? Maar mijn editor zei: ‘Welnee, prima!’ En toen had ik er zelf ook geen last meer van.”

En de liefde? De verhouding van Eragon met de elf Arya blijft problematisch.

„Die relatie was een van de moeilijkste dingen om te beschrijven, de hele serie door. Ik viel telkens in de val dat ik Arya beschreef vanuit het standpunt van Eragon. Hoe hij denkt dat zij is en niet zoals zij zich als personage zou moeten gedragen. Mijn editor zei dan iedere keer: ‘Kijk nog eens even’. En ze had altijd gelijk. Vooral in het begin was het erg. Maar ja, als vijftienjarige jongen is het ook niet makkelijk om een vrouw te beschrijven. Je gaat al gauw idealiseren. Veel lezers willen dat er meer gebeurt tussen die twee. Maar ze vergeten dat Arya toch echt 120 jaar oud is en Eragon een teenager! Ik zeg tegen die lezers: beiden zullen nog honderden, misschien wel duizenden jaren leven. Wie weet wat er nog gaat gebeuren.”

Christopher Paolini: Eragon. Deel 1 t/m 4 zijn verschenen bij De Boekerij. Zie ook: alagaesia.com