Een avond doordrenkt van goede smaak

Twee aardige broers die een aangenaam gesprek voerden. De eerste aflevering van Zomergasten toonde geen krasje op het tafelblad, aldus

Als laatste fragment koos Vrienten opname uit De Mus met muziek van Tom America (1996).

Als ik goed opgelet heb, mag ik pas over twintig jaar dit stukje schrijven van Henny Vrienten. Dan pas heb ik de nodige afstand tot de materie, dan pas kan ik een afgewogen oordeel vellen. Hoe kijk ik over twintig jaar op Zomergasten anno 2012 terug? Hoe vond ik Jan Leyers als debuterende presentator, werd ik (aan)geraakt door de eerste gast Henny Vrienten?

Tja, nou is het probleem dat ik dit stukje heet van de naald moet schrijven en dat ik over twintig jaar misschien heel anders op deze lange avond terugkijk. Dat bleek wel uit de mooie documentaire Volgend Fragment van vorige week, waarin Roel van Broekhoven met gasten en presentatoren terugkeek op 25 jaar Zomergasten. Laat ik voor mezelf spreken: wat ik destijds zei zou ik nu niet meer zeggen, met de wijsheid van nu, kijk ik anders dan toen.

Sorry Henny, misschien lees ik over twintig jaar dit stukje met het schaamrood op de kaken. Alhoewel, waarschijnlijk heb ik dan helemaal geen kaken meer, laat staan dat er schaamrood op komt, want dan ben ik er sowieso niet meer.

Terzake. Zomergasten 2012, aflevering 1. In één woord? In orde. Erg in orde. Geen wanklank, geen zweetdruppel, geen uitslaande meter, geen stemverheffing, geen krasje op het tafelblad. Harmonie en redelijkheid hingen als een zachte zweem over het programma.

Het begon tastend, als een vlammetje dat eventueel tot een vuur kan uitgroeien (maar dat toch niet deed). De mannen – goede mannen om te zien, ogen, kapsels, tanden, gestaltes, alles ok – roken wat aan elkaar, snuffelden een beetje, hielden wat afstand, keken of het ijs sterk genoeg was. Het ging over Doe maar, Gelredome (in de Symfonica in Rosso-reeks), seminarie, ouders. Beetje de geurvlaggetjes plaatsen. Het rook goed, het ijs hield.

Laten we beginnen, zei Jan Leyers. Het eerste fragment. Gelukkig geen Swiebertje, maar een wat ontoegankelijk stuk film over de oermens (Henny: ik vind alles waar iets begint mooi). Daarna een lange reeks fijne fragmenten die minder Henny’s biografie, dan wel zijn artistieke en intellectuele domein lieten zien. En daarmee het hout waaruit hij gesneden is. Degelijk, ambachtelijk hout. Fragmenten overigens die erg kort aanvoelden en naar meer smaakten. Worden de fragmenten elk jaar korter? Ik wou meer Chet Baker, Romy Schneider, Tom America.

Henny Vrienten is niet de bevlogen geschifte kunstenaar die met vleugels van was naar de zon vliegt, hij weet dat ze eraf zullen vallen door de hitte. Dus liever iets verder van de zon wegblijven en minder hoog vliegen.

Hij zoekt grenzen om daarbinnen te blijven. En vleugels hoeven helemaal niet, eigenlijk. „Je was een popster.” (Leyers) „Een popster is niks”, zei Henny, een frase, een abstract beroep, licht ridicuul eigenlijk. Nooit aan de drugs geweest? (Leyers) „Ach, geblowd, vroeger, meer niet. Je wordt er niet interessanter van.”

Het was een aangenaam zelfportret dat Henny Vrienten ons, bekwaam geholpen door Jan Leyers, voorzette. Hij is in staat om te bewonderen, zich te laten inspireren en was zeer bereid ons daarvan deelgenoot te maken. Totaal wars van aanstellerij (zijn afkeer van Mick Jagger was één van de zeldzame kritische noten), tenzij zijn bescheidenheid en totale gebrek aan jaloezie gespeeld zijn. En daar verdenk ik hem niet van.

De hele avond was doordrenkt van goede smaak, een ode aan de kunst en de kunstenaars. Ooit zong je ‘Is dit alles, alles wat er is’? Heb je het nu gevonden?

Ja, zei Henny, „dit is alles en ik ben er blij mee.” Dat klinkt als geluk (Leyers). Dat vond Henny een naar woord. Maar het was wel zo.

Twee aardige broers met zachte g’s die een aangenaam gesprek voerden. Vonden ze zelf. Vond ik ook.

Volgende week een dwarser gebakken gast: Micha Wertheim. Dan wil ik Jan Leyers’ tanden zien.

Maar de kop is eraf en die kop beviel mij wel.