De Tour is vermoord

H et is ze gelukt, die Britten. Ze hebben de Tour vermoord, ze hebben de koers kapot gemaakt, ze hebben wielrennen veranderd in wiskunde.

Bradley Wiggins is naar de Touroverwinning gerekend. En dat wisten we al voordat de Tour begon. Zoals ik drie weken geleden schreef: de kans dat Wiggins niet wint is net zo groot als de kans dat de Grieken hun schulden afbetalen, Robin van Persie wordt uitgeroepen tot beste spits van het EK 2012 én het CDA de verkiezingen wint. Nul komma nihil dus.

Spannend was het nooit. De controle van de mannetjes in het zwart was verstikkend en het publiek vond er geen fluit aan. Wiggins en Sky – ze waren saaaaaaaai. Vooral toen ze ook nog eens stalorders uitvaardigden om die Keniaanse knecht onder de plak te houden. Veel mensen menen dat het de glans van Wiggins’ overwinning wegneemt. Ik niet. Wiggins heeft zo veel obstakels overwonnen dat zijn zege meer dan verdiend is.

Toen hij begon met koersen waren Engelse wegwielrenners net zo exotisch als Jamaicaanse bobsleeërs of schansspringers uit de Haarlemmermeer. Wiggins heeft zichzelf het vak geleerd – dat heeft jaren geduurd. Tijdens de Tour van 2007 ontsnapte hij in een vlakke etappe, met de wind recht in zijn bakkes.

Omdat hij zich publiekelijk uitsprak tegen doping werd hij door veel renners in het peloton gezien als buitenstaander, en daarom lieten ze hem in zijn eentje voorop spartelen. Meer dan 130 kilometer reed hij aan kop. Hij reed zichzelf compleet naar de kloten – op vijftig kilometer van de streep hing hij als een nat doekje over zijn fiets, honderd meter voor het peloton uit. Maar de grote groep weigerde hem terug te pakken, ze lieten de buitenstaander in zijn uppie vechten tegen de wind. Als Wiggins langzamer ging rijden, dan deed het peloton hetzelfde. Op een gegeven moment reden ze nog maar 25 kilometer per uur. Het was geen koers, het was een marteling.

Wiggins had destijds ook de handdoek kunnen gooien, ervoor kunnen kiezen de rest van zijn leven op de baan te blijven fietsen. Maar dat deed hij niet. Hij ging de strijd aan, en die heeft hij na jaren nog gewonnen ook. Hij versloeg de rest van het peloton én die ene knecht in zijn schaduw, Chris Froome. En hij versloeg ook de druk op zijn schouders.

Vorig jaar reden Wiggins en Froome samen de Ronde van Spanje. Wiggins was kopman, Froome de knecht – net als in deze Tour. In de laatste week bleek Wiggo niet goed genoeg. Hij besloot, in overleg met de ploegleiding, om het plan om te gooien: Froome moest het doen. Maar die raakte compleet in paniek toen hij het hoorde. Froome kreeg overal vlekken en stond de volgende dag met trillende handen aan de start. Om maar aan te geven dat het nogal een verschil is om als kopman of als knecht in de schaduw rond te rijden.

Wiggins heeft de Tour gewonnen door ’m kapot te controleren. Maar so what? Kan hij er wat aan doen dat de rest niet sterk genoeg was om hem aan te vallen? Had hij soms tegen Froome moeten zeggen dat hij lekker zijn gang moest gaan? Moet de Spaanse voetbalploeg ineens lange ballen voor de pot gooien omdat dat eeuwige tiki-taka zo saai is?

Als Wiggins straks thuis op de bank zit en realiseert dat hij de Tour gewonnen heeft, dan kan de manier waarop hem geen bal meer schelen.

Gelijk heeft hij. Saai winnen is ook winnen.

Thijs Zonneveld is sportredacteur van NRC Handelsblad en nrc.next en oud-wielrenner.