'Damascus brandt, bid voor ons'

„Nergens is het meer veilig” in en rond Damascus, zegt Walid. Vorig jaar was dat nog heel anders. Nu zitten zijn ouders in een schuilkelder in de voorstad Arbin en kan hij hen niet eens bereiken.

Dingen veranderen. En soms sneller dan je denkt.

Vorig jaar zat ik bijna iedere avond met Walid op het reisbureautje van zijn vader in Arbin, een voorstad van Damascus. We dronken thee met suiker (eigenlijk: suiker met wat thee), rookten stiekem sigaretten, of keken naar pornofilmpjes die Walid in een versleutelde map op de computer van zijn vader had verborgen. De map was een ongekende luxe in het ultraconservatieve stadje waar vrouwen nauwelijks op straat komen, of hoogstens in vormloze jassen met een gezichtssluier (niqaab) en zonnebril.

Die avonden met Walid konden niet lang genoeg duren.

Maar de revolutie kwam naar Arbin en daarmee het geweld. Van het bedrijfje waar ik elke avond zat, is niets meer over. Kapot geschoten, net als de andere winkels in de straat. En sinds een week heeft het geweld zich ook verplaatst naar de hoofdstad zelf. „Damascus staat in brand”, vertelt Walid over de telefoon. „Bid voor ons, alsjeblieft.”

Walid kwam vorige week terug vanuit Libanon en zit nu al een paar dagen vast in Damascus. Arbin kan hij niet meer bereiken, omdat overal in de tussenliggende wijken vuurgevechten aan de gang zijn of omdat ze gebombardeerd worden door het regeringsleger. Eerst sliep Walid op zijn werk en nu verblijft hij in een hotelletje in het centrum van de stad, dat propvol zit met vluchtelingen uit andere wijken. „Of het daar veilig is?” smaalt Walid. „Nergens is het meer veilig.”

Ook Arbin lag vandaag weer hevig onder vuur door tanks en artillerie. Walids vader en moeder zijn ondergedoken in een schuilkelder, maar Walid weet niet hoe het met hen gaat. Hij kan hen niet te pakken krijgen, omdat de telefoonlijnen in Arbin plat liggen. „Het is heel moeilijk nu…heel moeilijk. Ze hebben de hele dag Arbin gebombardeerd. Op internet kun je alles vinden.”

Op internet surf ik naar de Facebook-pagina van het lokale coördinatiecomité van de revolutie in Arbin. De beelden van de stad doen pijn. Foto’s van raketten van Russische makelij, kapotgeschoten woningen, overal mensen op de vlucht. Op een filmpje rent een moeder over straat met een kind in haar armen, terwijl het geluid van een automatisch geweer te horen is. Ze is blootsvoets. Tijd om schoenen aan te doen was er niet meer.

Walid wilde zelf voor de revolutie zestien maanden geleden begon altijd weg uit Syrië. Naar Europa, want daar was alles beter. Vrijheid om te doen wat je wilt, geld dat je van de straat kunt oprapen, en, misschien wel het belangrijkste, blonde vrouwen die nergens moeilijk over doen.

Maar dingen veranderen.

Naar het buitenland wil Walid niet meer. „Ik was de afgelopen week voor mijn werk in Libanon”, vertelt hij. „Onleefbaar. En zo verschrikkelijk duur. In dit soort tijden wil je toch in je eigen land zijn, bij je eigen familie. Ik ga terug naar Arbin zodra het kan.”