Castro's zijn weer een criticus kwijt

Internationaal geëerd maar intern gemarginaliseerd, streed Oswaldo Payá voor democratie in Cuba. In Miami vond men hem te links.

De verzwakte Cubaanse dissidentengemeenschap is afgelopen weekeinde de tweede prominente leider kwijtgeraakt in korte tijd. Oswaldo Payá overleed gisteren bij een auto-ongeluk. Hij had decennialang kritiek op het regime van Fidel en Raúl Castro. Vorig jaar oktober overleed zijn vrouwelijke evenknie, Laura Pollán, van de vrouwenbeweging Damas de Blanco – Vrouwen in het Wit.

Payá, die zestig werd, uitte als tiener al zijn ongenoegen over de ondemocratische regeerstijl van Fidel Castro na de revolutie van 1959. Voor straf sleet hij zijn militaire dienst in een werkkamp. Later werd hij geschorst van de universiteit omdat hij belijdend christen was en het marxisme afwees. Eind jaren tachtig richtte hij een groep op voor politieke verandering in Cuba, de ‘Christelijke Bevrijdingsbeweging’.

Buiten Cuba werd Payá vooral bekend door het Varela Project, een poging om democratische vrijheden af te dwingen met handtekeningenacties. Vlak voor een bezoek van de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter aan Cuba in 2002 verzamelde Payá 11.000 handtekeningen, volgens de Cubaanse grondwet genoeg om een referendum te beginnen.

De Cubaanse regering sloeg terug met een eigen handtekeningenactie, waardoor het socialistische systeem van het eiland als „onherroepelijk” werd opgenomen in de grondwet.

Payá kreeg internationale herkenning – hij ontving de Sacharov-prijs voor democratie en mensenrechten van de Europese Unie en ontmoette Paus Johannes Paulus de Tweede, die opriep tot meer vrijheid bij zijn bezoek aan Cuba in 1998. Maar in eigen land was hij een paria. Net als andere dissidenten werd hij door de regering afgeschilderd als een agent van de Verenigde Staten.

Ironisch genoeg kreeg Payá in Amerika ook niet van iedereen erkenning. Haviken binnen de Cubaanse gemeenschap in Florida hekelden de steun van Payá voor een aantal sociale hervormingen van Castro. Ook werd het niet op prijs gesteld dat hij Cubanen in het buitenland wilde uitsluiten van zijn gedroomde eerste vrije verkiezingen.

De afgelopen jaren raakte Payá gemarginaliseerd, deels door de anticampagne van de regering, deels door het falen van zijn organisatie om jongere Cubanen aan te spreken. De Amerikaanse vertegenwoordiging in Havana omschreef de dissidentengemeenschap als bejaard en intern verdeeld in een memo die in handen kwam van Wikileaks. Net als de Dames in het Wit van Pollán bleef de beweging van Payá klein.

Bij het auto-ongeluk van Payá kwam ook een andere activist om het leven, Harold Cepero Escalante. De auto zou in de buurt van de oostelijke stad Bayamo tegen een boom zijn gereden.