300.000.000 wapens in privébezit; bijna evenveel als inwoners

Nergens is het wapenbezit zo groot als in de VS. Maar ondanks enkele grote schietpartijen is het aantal Amerikanen dat het wapenbezit aan banden wil leggen de afgelopen decennia alleen maar gedaald. President Obama is dan ook niet van plan om van de wapenwetgeving een onderwerp te maken in zijn verkiezingscampagne.

In tegenstelling tot eerdere Democratische presidenten heeft Barack Obama van wapenbezit geen politiek onderwerp gemaakt in de verkiezingscampagne. Het drama bij de Batman-film in Aurora lijkt daar geen verandering in te brengen. Wapenbeperking roept zoveel weerstand op in Amerika, dat politici er liever over zwijgen.

Het taboe op strengere regulering komt mede door de jarenlange acties van de National Rifle Association (NRA), de machtigste lobbyorganisatie in Washington. Vanuit hun kantoor op een steenworp afstand van het Amerikaanse Congres voeren ze agressieve campagnes tegen politici die de wapenwetgeving willen aanscherpen in hun staat. De NRA heeft 40 miljoen dollar uitgetrokken voor een nieuwe campagne tegen de herverkiezing van Obama in november.

De NRA voert een slimme marketingstrategie. Door de jaren heen hebben ze de discussie over wapenbezit weten om te buigen tot een gevecht voor persoonlijke vrijheid. Hun veelvuldige referenties aan de grondwet doen het goed bij voornamelijk conservatieve kiezers die het document beschouwen als het onwrikbare fundament van de Amerikaanse samenleving.

Ondanks een aantal grote schietpartijen, zoals Colombine (1999, 13 doden) en Virginia Tech (2007, 32 doden) heeft de publieke opinie zich tegen strengere wapenwetgeving gekeerd. Het percentage Amerikanen dat harde maatregelen wil tegen vuurwapens, is sinds de jaren negentig gestaag afgenomen, van 78 procent in 1991 tot 44 procent in 2010, volgens bureau Gallup.

Niet alleen Republikeinse kiezers zijn tegen inperkingen van het wapenbezit. In swing states als Colorado en Virginia wordt het ook door veel Democraten en onafhankelijke kiezers als een grondrecht gezien. Daardoor is het vrijwel uitgesloten dat Obama de discussie zal aanzwengelen. Dat sprak uit ook zijn oproep meteen na de schietpartij om de tragische moordpartij niet in te zetten voor politieke doeleinden.

Voor zijn presidentschap werd nog verwacht dat Obama zou pleiten voor beperkingen aan het vuurwapenbezit. Toen hij net aantrad, in 2009, steeg de vuurwapenverkoop daarom spectaculair. Maar Obama ging niet over tot actie. Sommige regels zijn juist versoepeld, zoals het dragen van vuurwapens in de trein.

In zijn toespraak zondag in Aurora, waar hij overlevenden en nabestaanden van de twaalf doden ontmoette, benadrukte president Obama de moed en kracht van de gemeenschap. Over de dader – James Eagan Holmes – sprak hij nauwelijks. Mitt Romney, zijn tegenstander in de presidentsverkiezingen, prees Obama’s bezoek aan Aurora en zei dat hij daar was als president, niet om campagne te voeren.

Er is ook kritiek op de onwil van Obama en Romney om te praten over wapenwetgeving. De Democratische Senator Dianne Feinstein uit Californië – de staat met het hoogste aantal wapendoden – vroeg zich bij televisiezender Fox af waarom de verkoop is toegestaan van wapenmagazijnen met honderd kogels, zoals Holmes bij zich had. „Dat is niet nodig voor zelfverdediging. Waarom stellen wij die beschikbaar?” Burgemeester Bloomberg van New York riep de presidentskandidaten vrijdag op om met een oplossing te komen voor het wapengeweld. Volgens cijfers van de FBI wordt zo’n 70 procent van de moorden in Amerika uitgevoerd met een vuurwapen.

Door de vrije verkoop van wapens is er geen land ter wereld waar het wapenbezit zo hoog is als in de VS. Er zijn bijna evenveel vuurwapens geregistreerd voor privégebruik als er inwoners zijn: 300 miljoen.