Twintig doden bij aanslagen in Irak - angst voor meer sektarisch geweld

Bij bomaanslagen in twee steden in het zuiden van Irak en één in de stad Najaf zijn vanavond twintig mensen om het leven gekomen en zeker tachtig gewond geraakt. De bommen ontploften kort na het invallen van de duisternis, het tijdstip waarop moslims hun vasten tijdens de ramadan mogen onderbreken.

Bij bomaanslagen in drie steden in het zuiden van Irak zijn vanavond twintig mensen om het leven gekomen en zeker tachtig gewond geraakt. De bommen ontploften kort na het invallen van de duisternis, het tijdstip waarop moslims hun vasten tijdens de ramadan mogen onderbreken.

Op dat tijdstip is het dus veelal druk op straat.

Meeste doden op markt in Madaen

In de stad Mahmudiya, dertig kilometer ten zuiden van Bagdad, ontploften volgens persbureau Reuters drie autobommen. Die kostten het leven aan elf mensen en verwondden 38 anderen. De eerste bom zou zijn afgegaan op een parkeerplaats, de tweede in een andere auto op dezelfde parkeerplaats toen de politie arriveerde en een derde in het politiebureau.

In de stad Madaen, dertig kilometer ten zuidoosten van Bagdad, explodeerden ongeveer tien minuten later twee bommen op een markt. Deze dubbele aanslag kostte veertien mensen het leven volgens Reuters.

Een autobom in een drukke winkelstraat in Najaf ten slotte, 160 kilometer ten zuiden van Bagdad, kostte vier mensen het leven en verwondde 28 mensen.

Ook al is het geweld in Irak sterk verminderd sinds de meest gewelddadige periode in 2006 en 2007 - toen tienduizenden Irakezen door aanslagen om het leven kwamen -, er zijn nog altijd met regelmaat dodelijke aanslagen in het land, vooral rond de hoofdstad Bagdad.

Vorige maand vonden bijvoorbeeld zeker 237 mensen de dood bij aanslagen en raakten 603 mensen gewond. Dat maakte het de bloedigste maand sinds de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit het land eind vorig jaar. Het lijkt er op dat het geweld de laatste tijd dus weer toeneemt.

Aanslagen opvallend genoeg in overwegend sunnitische steden

Opvallend is bovendien dat twee van de aanslagen van vandaag plaatsvonden in overwegend sunnitische steden (Mahmudiya en Madaen). Het gebied rond Mahmudiya heeft lang dienst gedaan als basis voor Al-Qaeda in Irak. En Madaen was ooit een belangrijke militaire stad onder het bewind van de sunnitische president Saddam Hussein.

De meeste aanslagen in Irak worden juist gepleegd door strijders van de sunnitische minderheid in het land en dragen vaak Al-Qaeda-stempel, aldus persbureau AP. Deze aanslagen zijn normaal gesproken vooral gericht op shi’iten, shi’itische heiligdommen of de shi’itische overheid.

Het zou dus kunnen zijn dat de twee aanslagen in Mahmudiya en Madaen een tegenreactie zijn op sunnitische aanslagen van de afgelopen tijd in shi’tische steden, zoals Najaf. Volgens persbureau AP neemt in Irak daarom de vrees toe dat een nieuwe golf van sektarisch geweld tussen sunnieten en shi’iten op komst zou kunnen zijn.