Ziek van Nederland

De magic van psychiater Kees Laban bestaat uit praten en pillen. In het ‘transcultureel psychiatrisch centrum’ De Evenaar worden asielzoekers geestelijk op de been gebracht. Of op zijn minst in leven gehouden.

De akelige woorden stapelen zich in rap tempo op. Weeshuis, misbruik, oorlog, drugs, stemmen, snijden.

Maar nu even iets anders. Over die lama op de boerderij waar hij werkt. Die had een maatje. Een bok. Maar de bok beukte de hele tijd tegen de andere geiten op, dus die moest weg. De lama keek sip! Hij kan er hard om lachen.

Komt door hem daar, dat hij kan lachen. Hij gebaart naar de man aan de andere kant van de tafel. „Hij daar doet magic.”

Kees Laban zegt niks. Een paar jaar geleden kreeg hij de jonge man uit Bosnië compleet doorgedraaid in zijn centrum. Straatkind, op z’n zestiende uit de oorlog naar Nederland gevlucht, depressief en drugsverslaafd. In vreemdelingendetentie de status ‘ongewenst’ opgelopen. Nu bungelt hij al jaren ergens in een procedure. Hij doet vrijwilligerswerk met dieren, want die zijn beter te vertrouwen dan mensen.

De magic van Kees Laban bestaat uit praten en pillen. „Met oog voor de mens”, blijft hij maar benadrukken, dat kunnen asielzoekers wel gebruiken. Want hij ziet: hoe langer ze asielzoeker zijn, hoe zieker ze worden.

Laban (58), voormalig tropenarts, is psychiater in De Evenaar, een centrum voor ‘transculturele psychiatrie’ van GGZ Drenthe in Beilen. Een psychiater uit het boekje: lang, kalm, met een keurig getrimde baard en een donkere basstem, achter een opgeruimd bureau.

Aan dat bureau schuift de complete wereldproblematiek aan. Mensenhandel, verkrachting, foltering, uitbuiting. Er komen kindsoldaten, slachtoffers van etnische conflicten of gewoon mensen die zijn vastgedraaid in uitzichtloosheid. Ze komen bij hem via de huisartsen en verpleegkundigen in asielzoekerscentra, via instanties die illegalen helpen, of via asieladvocaten. Vier van de vijf hebben een posttraumatische stress-stoornis, meer dan de helft een depressie. Bijna iedereen heeft meerdere stoornissen en bijna niemand slaapt goed.

Aan Laban de taak hen geestelijk op te lappen. Of, als dat te hoog gegrepen is, in leven te houden. Hij weet wat er vooraf is gegaan aan een nieuwsbericht dat weer een asielzoeker zelfmoord heeft gepleegd. Zoals in april nog, een uitgewezen man uit Burundi. Hij weet ook wat er daarna gebeurt: de onrust in asielzoekerscentra, de paniekerige telefoontjes van patiënten die bang zijn dat ze ook een poging gaan doen.

Die zelfmoord was geen incident. Van 2002 tot 2011 registreerde GGD Nederland 43 zelfmoorden door asielzoekers. Die zaten in opvangcentra; illegalen en uitgeprocedeerden, zoals de man uit Burundi, telden niet mee. Per jaar doen nog eens ruim dertig asielzoekers in opvangcentra een zelfmoordpoging. Dat is de helft van het aantal pogingen in 2002, maar het aantal mensen in de opvang is in die jaren met ruim driekwart gedaald, van 70.000 naar 16.000. Zo bekeken is het aantal pogingen verdubbeld. De allerconservatiefste uitleg van de cijfers is dat suïcide niet afneemt.

De asielprocedure wordt strenger en de druk op asielzoekers om hun verhaal aannemelijk te maken of terug te gaan neemt toe, zegt Laban. Hij ziet het terug in de klachten van zijn patiënten. De crises stapelen zich op. „Het is eigenlijk verwonderlijk dat er niet veel meer gevallen van suïcide en geweldpleging zijn.”

Want kijk wat een asielprocedure met iemand doet. Neem twee groepen van 150 Irakezen in Nederland. De ene groep zit minder dan zes maanden in de asielprocedure, de andere groep meer dan twee jaar.

Vraag alle driehonderd wat ze hebben meegemaakt: in Irak, op reis, in Nederland. Vraag naar hun jeugd, naar hun vlucht, naar martelingen, naar gevangenschap, naar verlies van familieleden en bezit. En vraag naar hun leven nu.

Meet dan hun psychische stoornissen en lichamelijke klachten. En kijk: de groep die langer dan twee jaar in de procedure zit, is aanzienlijk zieker.

Laban, die in 2010 promoveerde op de gezondheid van de Iraakse asielzoekers, ontrafelde de factoren die de mensen ziek maakten. Hij zag dat zorgen over verblijfsstatus en over niet mogen werken in Nederland meer impact hebben dan schokkende gebeurtenissen in Irak, zoals getuige zijn van de dood van een familielid of gemarteld worden.

Mensen worden ziek van het leven hier, zegt Laban.

Aan het bureau zit een jonge vrouw, uit Burundi, met een bos vlechtjes en strak geëpileerde wenkbrauwen. Ze spreekt goed Nederlands, mengt woorden als ‘desondanks’ door haar zinnen. Van haar school mag ze taalles blijven volgen, ook al heeft ze daar geen recht meer op.

Maar als het over vroeger gaat, hapert de taal en wrijft ze over haar voorhoofd. In de slachtpartijen tussen Hutu’s en Tutsi’s werden haar ouders en broers gedood. Ze vluchtte, zwanger, naar Nederland.

Ze kreeg een verblijfsstatus voor vijf jaar, die na zes maanden werd ingetrokken omdat Burundi veilig werd verklaard. Ze maakte bezwaar, hoorde jaren niks, werd ziek. „Ik had altijd hoofdpijn, maar ik durfde niet naar de psychiater. Iemand had gezegd: dan nemen ze je kind af.”

Toen ze dingen begon te zeggen als ‘wil jij op mijn dochtertje passen als ik doodga?’ drong een Nederlandse vriendin erop aan dat ze hulp zou zoeken. Ze durfde pas toen ze hoorde dat die vriendin ook naar een psychiater was geweest.

Ernstige psychische problemen kunnen een grond voor een verblijfsvergunning zijn. Laban ziet heel soms dat mensen dreigen met zelfmoord om een status af te dwingen. Maar dan legt hij uit dat de IND daar niet naar luistert. En sommigen overdrijven klachten, maar die pik je er gaandeweg wel uit.

Wat zorgelijker is, is dat veel minder vreemdelingen hulp zoeken dan zou moeten, zegt Laban. Omdat psychiater ‘gestoord’ betekent; en ‘gestoord’ betekent geen werk en geen partner en een smet op je familie want daar zal dan ook wel iets mis mee zijn.

De Evenaar besteedt daarom veel tijd aan voorlichting over wat stress en trauma met een lichaam doen, zegt Laban. Zodat mensen snappen wat er met ze gebeurt. „Ze zijn doodsbang dat ze gek aan het worden zijn.”

Maar als iemand dan uiteindelijk wil praten, is er dan wel een gesprek mogelijk? Hoe praat je over depressie als dat woord niet bestaat in de taal van de patiënt? Hoe dring je tot een vrouw door als haar man het woord voor haar doet? Wat betekent ‘steken op de borst’ precies in die cultuur? Wat doe je als iemand last heeft van een voodoo-ritueel, van djinns, geesten of van stemmen van voorouders, die akelige opdrachten geven?

Praten gaat met nog meer praten. Laban: „Als je het probeert en de ander opent zich, dan ís er contact mogelijk. Mensen zijn niet zo verschillend.” En bij De Evenaar werkt ook een cultureel antropoloog, „dat helpt enorm”.

Wat Laban in al zijn patiënten probeert aan te spreken is veerkracht. De therapieën van De Evenaar draaien daar om. Laban: „We vragen: wat heeft u geholpen om erdoorheen te komen? Is dat godsdienst? Een geliefde? Zorg voor kinderen? Heeft u aan iemand beloofd niet op te geven? Als het dan nóg zwaarder wordt, als iemand wordt uitgewezen of een familielid gaat dood, dan gaan we met die patiënt weer die bronnen na.” Aan traumaverwerking komen de behandelaars niet altijd toe bij asielzoekers, daar is rust voor nodig.

Mensen hebben onvoorstelbaar veel veerkracht, zegt Laban, maar een omgeving moet er wel toe uitnodigen. ‘Bronnen’ voor veerkracht zijn rust, sociale contacten, genegenheid, iets kunnen doen. Hij vraag zijn patiënten om te zoeken naar een bezigheid of naar een gemeenschap, zoals een kerk. „Je moet lijnen naar het leven gooien.”

Maar, en nu wordt Laban toch nijdig, dat is dus vreselijk moeilijk bij asielzoekers en uitgeprocedeerden.

Zegt hij: zoek iets om te doen, dan zegt de Nederlandse wet: u mag niet werken.

Zegt hij: bouw aan uw leven, dan zegt de wet: u mag niet studeren.

Zegt hij: sluit vriendschappen, dan zegt het COA: verhuis, van hot naar her, soms wel zes keer in een paar jaar.

Zegt hij: zoek rust, dan zegt de IND: uw land is veilig, u moet terug.

Zegt hij: leven met een geliefde is een bron van steun, dan zegt de Dienst Terugkeer en Vertrek: u moet verplicht in dit centrum wonen.

Aan zijn bureau zit een vrouw met een leren jack en een shirt met tijgerprint. De vrouw weet niet meer waar ze in de procedure zit. Ze is niet uitgeprocedeerd, maar ze moet wel terug, maar dat gaat niet, want Azerbajdzjan noch Armenië wil haar hebben. Zij wil ook niet terug. Haar man, haar vader en haar oudste zoon zijn daar vermoord en er is niets meer.

Ze is duizelig. Als ze nasi eet, proeft ze niks meer.

Twee dingen weet ze zeker. Eén: ze blijft bij haar vriend wonen, want haar dochter zit in de buurt op school in haar examenjaar en die moet slagen. En twee: ze moet elke dag een stempel halen in het uitzetcentrum, twee uur heen, twee uur terug.

Kees Laban is niet het type dat dan gaat vloeken. Hij zegt afgemeten: „Dat noem ik toch een vorm van terreur.”

Ja, asielzoekers komen getraumatiseerd en met slechte vooruitzichten binnen, daar doe je niks aan. Maar het voelt wel eens alsof zij hier in De Evenaar de schade zitten te repareren die de IND en de COA en de Dienst Terugkeer en Vertrek aanrichten. Te vaak wordt iemand in gesprekken doorgezaagd over een trauma dat nog te vers is. Daar krijgen ze angstaanvallen of herbelevingen van. Te vaak staakt een patiënt de behandeling, omdat hij naar een ander centrum moet verhuizen. Te vaak wordt iemand met een panische angst voor opsluiting toch in vreemdelingenbewaring gezet. Ja, als het echt te gek wordt, worden ze op straat gezet met een zak pillen. Maar dan kunnen zij hier opnieuw beginnen. En laatst behandelde hij hier een patiënt met een traumatische arrestatie door de ME met twaalf man sterk.

Maar het ergste zijn de uitzichtloosheid en de onzekerheid. Langdurige stress maakt ziek. Een van Labans patiënten, een man uit Soedan, werd vier keer in vreemdelingenbewaring gezet. Hij staat strak van de spanning. „Als ik mijn naam op de postlijst in het AZC zie staan, gaat mijn hart sneller kloppen. Dan denk ik: het is een brief van de IND. Als ik een politie-uniform zie, denk ik: ze komen me halen. Als ik in de trein COA-medewerkers zie, denk ik: ze praten over mij. Als ’s nachts iemand op mijn deur klopt, schrik ik. Ik ben altijd alert.”

Laban zegt: „Twee jaar onzekerheid is vanuit gezondheidsoogpunt genoeg.” Daarna moeten asielzoekers eigenlijk een permanente status krijgen.

Als Laban boos wordt, gaat hij een eindje fietsen. „Het is niet productief om te lang in je boosheid te blijven hangen. Net als mijn patiënten moet ook ik leren wat ik wel en wat ik niet kan beïnvloeden.” Wat hem er niet van weerhoudt soms de Dienst Terugkeer en Vertrek op te bellen om te zeggen dat ze iemand nu écht met rust moeten laten. „En dan is de teneur: u overdrijft.”

Is het zo? Zien anderen ook dat de druk op asielzoekers en daarmee de psychische nood toeneemt? Een flink aantal asieladvocaten bevestigt dat.

Sommigen wijzen op de psychische gevolgen van het opheffen van ‘categoriale beschermingsgebieden’ zoals Irak en Burundi, waardoor mensen die jaren in Nederland wonen opeens terugmoeten. Dan komen oude trauma’s boven. Sommigen wijzen op de groep uitgeprocedeerden die geen hulp willen of kunnen krijgen en verward op straat lopen. En veel advocaten vinden dat de IND in gesprekken en besluiten te weinig rekening houdt met de psychische problemen van asielzoekers.

De IND ziet niet dat de psychische nood onder asielzoekers toeneemt. De dienst vindt de woorden ‘schade aanrichten’ en ‘terreur’ van Laban „véél te ver gaan”.

Er wordt juist gewerkt aan een kortere, maar wel zorgvuldige procedure, zegt een woordvoerder. Eindeloos zaken stapelen kan straks niet meer. En de asielzoeker wordt standaard een medische check aangeboden, waaruit kan blijken dat hij of zij niet gehoord kan worden.

Dat van de korte procedure klopt. Meer dan de helft van de eerste asielaanvragen (dat waren er 11.590 in 2011) wordt nu in de nieuwe ‘achtdagenprocedure’ behandeld. Minder mensen gaan de verlengde asielprocedure in, die drie maanden maar ook soms jaren kan duren. Als de korte procedure zorgvuldig gebeurt, is dat winst voor de asielzoeker.

Maar Nederland wordt ook strenger. Het percentage dat een verblijfsvergunning krijgt, neemt de laatste jaren af en is nu nog 41 procent van het totaal. En het aantal aanvragen daalde al sterk. Gezinshereniging is voor vluchtelingen heel moeilijk geworden. Demissionair minister Leers (Integratie) heeft vergevorderde plannen om de regels nog strenger te maken. Zo wil hij het traumabeleid (trauma als grond voor een verblijfsvergunning) en het categoriaal beschermingsbeleid (mensen uit bepaalde conflictgebieden hebben recht op een status) afschaffen. Ook wil hij de las t om te bewijzen dat terugkeer echt niet kan, meer bij de asielzoekers leggen.

Aan de uitgang wordt de druk ook opgevoerd. De Dienst Terugkeer en Vertrek, een paar jaar geleden opgezet om uitgeprocedeerden vrijwillig of gedwongen te laten vertrekken, handelt per jaar steeds meer zaken af. Een woordvoerder laat weten dat de dienst ook meer gesprekken voert met uitgeprocedeerden dan een aantal jaar geleden. Hoeveel? „Dat kan zomaar elke week één zijn.”

Nu kunnen psychiatrische klachten juist een grond zijn voor een medische procedure, zegt een woordvoerder van de IND. Daarbij wordt wel gekeken of er psychiatrische zorg in het land van herkomst beschikbaar is. Maar die wordt vaak te rooskleurig ingeschat, menen de psychiaters. En een medische status is tijdelijk. Van die onzekerheid worden sommigen, cynisch genoeg, nog zieker.

Om hier te mogen blijven moet de psychische nood in ieder geval erg hoog zijn. Zo hoog, dat de psychiaters hun patiënten daarvoor proberen te behoeden. Wim Thijs, collega van Laban: „Ik voel me wel eens de kruipolie van het systeem. Als wij mensen goed helpen, vindt de IND ze goed genoeg om terug te sturen.”

Dat is niet hun werk, vinden de psychiaters. Zij willen dat mensen béter worden.

De Armeense vrouw wil dat ook. „Soms kijk ik in de bus naar Nederlandse mensen. Dan zie ik rustige mensen, die lezen of schrijven. Die gaan naar huis om gezellig met hun familie te eten en met hun kinderen te praten. Ik kan dat niet. Ik ben altijd aan het wachten op slecht nieuws.”