Wij laten onze doden eeuwig rusten

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

In juli en augustus in deze rubriek: ervaringen van hulpverleners aan mensen in hun laatste levensfase.

(Links) Omslag van Kitab al Janaza, Boek van de Dood. (rechts) Detail uit poster met islamitische begrafenisrituelen.

Sterven Turkse of Marokkaanse moslims in Nederland, dan volgt onherroepelijk hun laatste reis. Letterlijk. Vrijwel zonder uitzondering laten zij zich in het land van herkomst begraven. Vluchtelingen daarentegen, onder andere uit Afghanistan, Sierra Leone en Somalië, kunnen of willen doorgaans niet ‘naar huis’ terugkeren. Moslims uit Suriname, de Molukken en Bosnië hechten minder aan een graf in hun geboortegrond.

Ibrahim Wijbenga (34, Nederlandse vader, Marokkaanse moeder) is voorzitter van een stichting die de belangen behartigt van moslims die in Nederland overlijden. De stichting is in 2005 opgericht toen bleek dat een overleden asielzoeker, een moslim, was gecremeerd. In islamitische kring is dat zeer ongepast.

Ibrahim Wijbenga: „Er was en is in Nederland te weinig bekend over onze regels en rituelen rondom de dood. Onze traditie vertoont meer overeenkomsten met joodse gebruiken dan met Nederlandse. Vandaar dat we samenwerking hebben gezocht met de joodse gemeenschap.”

Samenwerking tussen moslims en joden: opmerkelijk.

„Er zijn talrijke vormen van samenwerking tussen moslim- en de joodse organisaties. Met name over de kwestie van eeuwig durende grafrust hebben wij contact gezocht met de joodse gemeenschap, omdat zij hiermee al veel ervaring hebben.

„Op godsdienstig gebied mag er veel zijn dat ons scheidt, er is tegelijk ook veel dat ons bindt. Denk aan besnijdenis van jongetjes, ritueel slachten, spijswetten, lijkwassing, begraven in het tweede etmaal na overlijden, allerlei grafrituelen.”

Hoe verloopt het contact met joodse geestverwanten?

„In tegenstelling tot wat veel mensen denken, onderhouden we goed en intensief contact met elkaar. Menachem Sebagg, nu rabbijn van de Nederlandse krijgsmacht en eerder directeur van het Joods Begrafeniswezen, heeft ons geholpen bij het opzetten van onze stichting. In allerlei andere discussies met Nederlandse overheden trekken we samen op.”

Discussies waarover?

„Het regelen van eeuwig durende grafrust blijft een lastige kwestie. Begraafplaatsen verkopen grafrecht per tien jaar of zo. Dit grafrecht is vaak ook aan een tijdslimiet gebonden, waarna een graf wordt geruimd. Voor ons is dat onbestaanbaar. Wij laten onze doden eeuwig rusten.”

En dus: godsdienstvrijheid botst met het beginsel van rechtsgelijkheid? Graven van niet-moslims worden geruimd, moslims moeten ‘eeuwig betalen’: zoiets valt moeilijk te organiseren.

„Op zichzelf hoeft dat geen probleem te zijn. Er zijn in Nederland tal van christelijke begraafplaatsen waarvoor ook eeuwig durende grafrust geldt. Problemen ontstaan vaak waar gemeenten en de lokale moslimgemeenschappen elkaar te weinig hebben opgezocht en gesproken over begraafplaatsen en grafregels. Onbekendheid bij Nederlandse ambtenaren en gebrek aan bestuurlijke ervaring bij de moslimgemeenschappen levert nogal wat problemen op waarbij wij bemiddelen.”

Bijvoorbeeld?

„Een brief dat een graf geruimd gaat worden, kan aankomen als een enorme schok. Dit had al vóór een begrafenis besproken moeten zijn. De familie had dan kunnen beslissen iemand z’n laatste rustplaats te geven op een van de twee islamitische begraafplaatsen in Nederland, in Utrecht of Almere.”

Diverse hulpverleners heb ik horen zeggen: op de dood rust een taboe onder moslims. Men praat er niet of nauwelijks over.

„Taboe? Ik gebruik liever een ander woord: traditie. Gelovige moslims leven sterk met het besef dat alleen Allah kan beschikken over leven en dood. Wij zeggen nooit: ‘helaas is hij te vroeg gestorven ‘, of ‘zij heeft de strijd verloren’. Zowel letterlijk als figuurlijk heeft een individu daarover weinig te zeggen. Sterven en rouwen worden bovendien sterk binnen de eigen familie en moskeegemeenschap beleefd. Hulpverleners worden nogal buiten die kring gehouden. Nederlanders zeggen dan al snel: men kan er niet over praten. Maar het is meer: moslims delen hun gevoelens niet zomaar met iedereen, zoals Nederlanders gewend zijn dat te doen.

„Het is een kwestie van cultuurverschil die je ook wel rondom begrafenissen ziet. Wie de Nederlandse traditie gewend is, kan zich daarbij nogal ongemakkelijk voelen.”

Ongemakkkelijk waardoor?

„Ik hoor vaak zeggen: zo’n moslimbegrafenis is onpersoonlijk, een mierenhoop waarin iedereen maar zo’n beetje door elkaar krioelt. Men beseft onvoldoende dat onze voornaamste rituelen dan al achter de rug zijn: lijk-wassing; de dode in doeken wikkelen; het gebed voor de doden, salat al-janaza, in de moskee; permanent waken bij de dode tot de begrafenis.

„Ik hoor moslims ook wel zeggen: wat gaan Nederlanders toch onpersoonlijk om met hun doden. Je krijgt zo’n rare kaart thuisgestuurd, je krijgt niet eens persoonlijk van de familie een telefoontje dat iemand dood is. Ze leggen de dode in een mortuarium, die daar dagenlang alleen kan liggen. Ze houden een paar toespraken, ze drinken een kopje koffie na afloop – en klaar.”

Onoverbrugbaar cultuurverschil?

„Ongetwijfeld zullen allerlei rituelen de komende decennia naar elkaar toegroeien. Ik zie moslims nu ook wel met bloemen naar een begrafenis komen. Traditioneel gezien is dat niet gepast, maar zoiets ontwikkelt zich vanzelf. Zoals je bij de uitvaart van autochtone Nederlanders ook steeds meer rituelen ziet die aan Oosterse godsdiensten zijn ontleend.”

Tekst & foto

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord