Vicieuze cirkels in Syrië

Driehonderd waarnemers die komende dertig dagen nogmaals mogen proberen de Syrische burgers voor nog erger te behoeden. Dat is de maximale consensus waartoe de grote mogendheden in de Veiligheidsraad bereid waren.

Het is niet veel, maar wel iets. Zolang het geweld in Syrië verder escaleert en de buitenwereld in vicieuze cirkels om elkaar heen draait, is er geen andere uitweg vindbaar.

Na de bomaanslagen op het hart van het regime woensdag in Damascus, is de burgeroorlog immers in een onheilspellender fase beland. Elke vorm van dialoog, hoe minimaal ook, lijkt nu zinloos. Een coup binnen het regime is misschien nog de minst bloedeloze weg naar nieuwe verhoudingen. Al is het ook dan de vraag of een militaire junta veel kan uitrichten. De ruim twintigduizend doden en de smaak van macht staan concessies aan alle kanten in de weg.

Bovendien is er geen blauwdruk voor een toekomst ná Assad. En dat is geen toeval. Syrië is het meest complexe land in de Arabische wereld: met veel etnische en godsdienstige multiculturaliteit en ook een strategische scharnierpositie in het Midden-Oosten.

Het bewind van Assad is gestoeld op de angst van de Alawieten, christenen en Druzen (samen een kwart van de bevolking) dat de soennitische meerderheid hun een islamitische republiek wil opdringen. Repressie hoorde er dus bij. Maar het huidige geweld schiet voor deze minderheden zijn doel voorbij. Als Assad wordt verdreven, liggen een gruwelijke bijltjesdag en fundamentalisme juist op de loer. Niemand kan voorspellen welke krachten er onder de nieuwe machthebbers komen bovendrijven. De oppositie is nu immers al hopeloos verdeeld.

De effecten daarvan reiken tot ver buiten de landsgrenzen. De oliestaten op het Arabische Schiereiland (die de rebellen steunen) en de buurlanden Irak, Libanon, Israël en Iran weten dat elke uitkomst van de oorlog voor hen gevolgen zal hebben.

Hetzelfde geldt voor de positie in het Midden-Oosten van de grootmachten Amerika, Rusland en China. Functionarissen van de Amerikaanse regering hebben deze week de risico’s verkend van Israëlische luchtaanvallen op doelen van het regime. Washington concludeerde goddank dat zoiets averechts kan uitpakken. In de Syrische strijd zijn de VS niet de beslissende factor. Integendeel, Syrië is een formule is met te veel onbekende variabelen.

Dit verklaart het onvermogen in de Veiligheidsraad om het eens te worden over een gezamenlijke aanpak. Geen van de leden heeft een helder idee. China doet zich daarom, zoals vaak als het uitkomt, voorkomen als pleitbezorger van non-interventie. Rusland houdt het Assad-bewind, ooit zijn enige bondgenoot in de regio, aan een touwtje, maar heeft nauwelijks temperende invloed op het geweld. VS plus bondgenoten doen alsof ze een interventie overwegen. Maar na de ervaringen in Afghanistan en Irak weten ze wel beter. Het lijkt erop dat ze het niet zo erg vinden dat Rusland en China resoluties tegenhouden. Want waarom hebben ze deze week in de Veiligheidsraad een tekst voorgelegd, waarin de deur naar militaire actie op een kier stond? Ze wisten dat dit voor Moskou en Peking onacceptabel was en door een veto zou worden getroffen.

Het zijn Rusland en Amerika die deze vicieuze cirkel kunnen en ook moeten doorbreken. Bijvoorbeeld door samen te proberen greep te krijgen op de chemische en andere zware wapenarsenalen in Syrië. Dit eist van beide landen dat ze hun geopolitieke pretenties terugschroeven. Maar het is wel in ieders belang dat deze wapens niet worden ingezet of ongecontroleerd gaan zwerven.

Hopelijk is het verlengen van de VN-missie een stap op weg naar zulk realisme. In Syrië gaat het er nu vooral om het bloedvergieten zo goed en kwaad als mogelijk in te dammen. Meer zit er niet in.