Terug naar de gouden eeuw

Eltaj Safarli - Vugar Rasulov, Azerbeidzjan 2012. Zwart begint en wint.

Een afgebroken partij kon in de vorige eeuw je hele toernooi bederven. Tot diep in de nacht analyseerde je de afgebroken stelling. Je ging slapen, maar dan schoot je snel weer wakker met het idee dat je een fatale fout had gemaakt in je analyse. Soms was dat idee onzinnig. ‘O nee, het konijn kan het mat niet dekken, want de konijnen zijn al geruild’, dat was een van de paniekgedachten die me in een halfslaap konden overvallen.

Soms, bijvoorbeeld als je een dame-eindspel had, kwam de partij ook in de volgende zitting niet tot zijn eind, maar moest hij nog eens afgebroken worden, en dan begon de ellende opnieuw.

Als ik de lof van de afgebroken partijen zing, dan klinkt dat misschien als gezwijmel over een verregende vakantie met een lekkend tentdak, een bron van dierbare herinneringen voor een selectief geheugen.

Maar toch, ik herinner me een afgebroken partij in Kiev in 1978 die na veertig zetten was afgebroken in een slechte stelling voor mij en die ik na 77 zetten won. De slotstelling had ik in mijn hotelkamer al op het bord gehad. Wat een mooie analyse van 37 zetten diep, ver voor het schaakcomputertijdperk. Ik was apetrots, en dat later bleek dat die analyse helemaal niet zo goed was, deert me niet.

Ik herinner me de afgebroken partijen van Jan Timman in de kwalificatiewedstrijden voor het wereldkampioenschap. Schaakliefhebbers stuurden hun eigen analyses naar de kranten met een verzoek aan de schaakmedewerker om die naar Timman door te sturen om hem te helpen, en leden van de Tweede Kamer buitelden over elkaar heen met wonderlijke schaakmetaforen.

Ik herinner me de schitterende eindspelen in het boek Grandmaster Preparation van Lev Poloegajevski. Het afbreken dwong schakers tot een perfectionistische waarheidsdrang waar ze anders niet aan toe waren gekomen; het was soms een kwelling voor hen, maar in ieder geval een zegen voor de schaakliteratuur.

In het Science Park Amsterdam wordt gelijk met het NK ook het ACP Golden Classic gespeeld. De ACP is een internationale schakersvakbond en Golden Classic slaat op het feit dat het klassieke speeltempo uit de vorige eeuw wordt aangehouden: 2,5 uur bedenktijd voor 40 zetten en dan afbreken na vijf uur spelen. De ACP noemt het ‘het tempo van de Gouden Eeuw van het schaken’.

Vandaag worden er afgebroken partijen uitgespeeld. Of dat gouden speeltempo ook tot gouden eindspelen zal leiden, weet ik nog niet. De partij hieronder is niet uit dat ACP toernooi en ook niet uit het NK, maar uit het SPA Open, waar SPA niet voor bronwater staat, maar voor Science Park Amsterdam. De partij glanst en schittert, en ik denk dat als ik de naam van de witspeler niet zou kennen, ik toch wel de hand zou zien van Manuel Bosboom, de nobele wilde van het Nederlandse schaak. Hij is een man van radicale beginselen die soms met de kop tegen een muur botst, maar er vaak ook fluitend doorheen lijkt te lopen.

Manuel Bosboom - Ronald Punt, SPA Open 2012

1. c4 c6 2. Pf3 d5 3. Dc2 Pf6 4. b3 e6 5. Lb2 Le7 6. e3 0-0 7. Pc3 c5 8. g4 Dit komt vaak voor in partijen van Bosboom: een loper op b2 en dan een opmars op de koningsvleugel. 8...Pc6 Het zou misschien niet slecht zijn voor zwart om het pionoffer aan te nemen, maar aantrekkelijk is het openen van de g-lijn ook niet. 9. g5 Pe8 10. Ld3 g6 11. h4 d4

12. a3 Een verbluffende zet. Wie zou hier niet het normale 12. exd4 cxd4 13. Pe4 gespeeld hebben? Alleen Bosboom niet. 12...dxc3 Zwart hoefde het stukoffer niet aan te nemen, maar hij laat zich niet wegbluffen. 13. Dxc3 e5 14. Le4 Pd6 Niet de beste verdediging, maar wit zou hoe dan ook gevaarlijke aanval hebben. 15. Lxc6 bxc6 16. h5 Direct 16. Pxe5 was lang niet slecht, maar hij wil alles, behalve de diagonaal ook de open h-lijn. 16...Lg4 Na 16...f6 had Bosboom misschien onverschrokken een tweede stuk geofferd met 17. Pxe5, maar dat zou toch aanvaardbaarder voor zwart zijn dan wat hij nu krijgt. 17. Pxe5 Meteen 17. hxg6 was nauwkeuriger, omdat 17...Lxf3 18. Dxe5 f6 19. De6+ Kg7 20. Dh3 goed voor wit zou zijn. 17...Pe4 18. hxg6 Nu brengt wit een dameoffer dat zwart meteen aan had moeten nemen. Na 18...Pxc3 19. gxh7+ Kg7 20. Lxc3 Lxg5 21. Pxg4+ f6 22. f4 zou wit goed staan, maar duidelijk is het nog niet. 18...fxg6 Zwart wacht nog even. 19. Pxg4 Pxc3 20. Ph6+ Kg7 21. Lxc3+ Maar in deze vorm is het dameoffer winnend voor wit. 21...Tf6 22. Pg4 Kg8 23. gxf6 Lf8 24. Ke2 Dd6 25. Tag1 Te8 26. Txh7+ En nu brengt Bosboom nog een torenoffer, meer omdat hij ervoor in de stemming was dan uit noodzaak. Het simpele 26. f7+ was nog sterker. 26...Kxh7 27. f7 Te5 De enige manier voor zwart om nog even verder te spelen was 27...Txe3+ 28. dxe3 g5. 28. Lxe5 Zwart gaf op.