SGP-politica niet in zicht

Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vindt dat de SGP geen vrouwen mag uitsluiten laten van politieke functies. De concrete gevolgen zijn nog onduidelijk.

De SGP probeerde het nog bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Maar ook de rechters daar vinden, zoals de Hoge Raad in 2010 al uitsprak, dat de orthodox-christelijke partij het Vrouwenverdrag schendt door vrouwen te weren van haar kandidatenlijsten. Het Europees Hof denkt dat de SGP geen kans maakt, en besloot daarom de klacht van de SGP niet uitgebreid te behandelen, zo bleek vrijdag. Dus is de uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in deze zaak definitief.

De Hoge Raad beval de Staat op 9 april 2010 een einde te maken aan het uitsluiten van vrouwelijke kandidaten bij de SGP. Toenmalig minister Piet Hein Donner wilde zich daar niet aan branden, en besloot te wachten op het oordeel van het Europese Hof. Nu is dat geen reden voor uitstel meer, en moet de overheid iets doen.

Krijgen we binnenkort vrouwelijke SGP-politici?

Als het aan de SGP ligt, zal het niet gebeuren. De kans is klein dat in de boezem van die partij vrouwen opstaan om zich als kandidaat te melden. Nog kleiner is de kans dat die vrouwen als kandidaat geschikt worden verklaard. Geen minister van een andere partij zal staan te trappelen de politieke vrijheid van de SGP te beperken. De Hoge Raad zegt ook dat rechters de Staat geen specifieke maatregelen kunnen opleggen, die moet de overheid zelf bedenken.

Wat gaat de Nederlandse Staat nu doen?

Dat is onduidelijk. De overheid kan partijen die geen vrouwen op de lijst hebben, uitsluiten van verkiezingen, door de Kieswet aan te passen. Ook kunnen subsidieregels voor partijen worden aangepast om geld te onthouden aan partijen zonder vrouwelijke kandidaten.

Het is onwaarschijnlijk dat de demissionaire minister van Binnenlandse Zaken, Liesbeth Spies (CDA), dit soort zeer ingrijpende maatregelen zal nemen. Haar voorlichter zegt dat de minister „zich beraadt”. Wanneer dat tot conclusies leidt, is „niet te zeggen”. Of een volgende minister de zaak energieker zal afhandelen valt te betwijfelen. De politieke druk is er al: De PvdA heeft Kamervragen gesteld.

Blijkt uit het rechterlijke besluit dat de vrijheid van godsdienst ondergeschikt is aan het verbod op discriminatie?

Geen enkel grondrecht is onbegrensd, ook de vrijheid van godsdienst niet.

In dit geval vindt de SGP dat de godsdienstvrijheid en vrijheid van vergadering haar het recht geven te besluiten wel of geen vrouwen als kandidaat aan te wijzen.

Maar volgens de Hoge Raad moeten alle politieke partijen zich aan de wetten en de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat houden bij het in de praktijk brengen van hun ideologische of religieuze overtuigingen. En een van die fundamentele beginselen is de gelijkheid van man en vrouw. Kortom: Je mag denken wat je wilt, maar niet handelen zoals je wilt.

Dat betekent overigens niet dat de Hoge Raad het non-discriminatiebeginsel belangrijker vindt dan de vrijheid van godsdienst. Grondrechten botsen vaak met elkaar. Het is het werk van de rechter in concrete gevallen te beslissen wat zwaarder weegt.

Wat vindt de SGP er zelf van?

De SGP zegt dat haar regels geen juridische belemmeringen voor vrouwen opleveren. Maar feitelijk vindt de SGP vrouwen ongeschikt als kandidaat. In de partijbeginselen staat dat het „zitting nemen van de vrouw in politieke organen [...] strijdt met de roeping van de vrouw”.

In een schriftelijke verklaring op de website liet de SGP vrijdag weten dat zij de uitspraak van het Europees hof „zeer betreurt” en dat die „verstrekkende gevolgen kan hebben, niet alleen voor de SGP”. Welke dat zouden zijn durft de woordvoerder niet te zeggen. Het is een „juridisch mijnenveld”. Er zijn vooral vragen: Zijn er nog juridische wegen te bewandelen? Wat gaat een volgend kabinet doen?