Mossen lokken diertjes voor bevruchting

Net als bloemen lokken mossen hun bevruchters met geurstoffen. Dat tonen biologen van Portland State University (Oregon) aan met een simpel experiment (Nature, 19 juli).

Mossen maken geen stuifmeel. Mannelijke mosplanten produceren spermacellen, die de eicellen van een vrouwelijke mosplant moeten weten te bereiken. Het algemene idee is dat daarvoor alleen regen of dauw nodig is. Spermacellen zouden zich zelfstandig door het vochtige mos bewegen, over maximaal 10 centimeter.

Maar de werkelijkheid blijkt complexer. Nu pas valt op dat mossen een veelheid aan geurstoffen produceren. Rond vrouwelijke exemplaren van het ‘gewoon purpersteeltje’ (Ceratodon purpureus), een van de meest voorkomende mossen van Nederland, zijn meer dan 100 verschillende geurstoffen te meten. Rond mannelijke mosplanten zijn het er circa 30.

Die geurstoffen lijken springstaarten aan te trekken. Springstaarten zijn geleedpotigen van enkele millimeters lang. Ze hebben zes poten, maar het zijn geen insecten. Ze zijn overal op de bodem te vinden. Als springstaarten mogen kiezen, prefereren ze de geur van vrouwelijke purpersteeltjes boven die van mannelijke – dat ontdekten de biologen uit Oregon.

Dat springstaartjes (en mijten) mossen kunnen bevruchten, hadden Zweedse biologen in 2006 al laten zien in Science. De Amerikanen voegen daaraan toe dat, zelfs als het regent, bevruchting mét springstaarten succesvoller verloopt. Springstaarten brachten trouwens ook sperma over onder droge omstandigheden. Mossensperma is dus toch niet zo afhankelijk van water. Andere biologen schreven dat laatst ook al.

In Nature geven de Amerikanen trouwens toe dat oude kennis over dierlijke bevruchting van mossen in de vergetelheid is geraakt, onder verwijzing naar een publicatie uit 1942. En wie die leest, ziet dat daar zelfs wordt gerefereerd aan een stuk over mossen uit 1897, over ‘het transport van mannelijke geslachtscellen op insecten’. Een eeuw geleden was dit dus gesneden koek.

Hester van Santen