Meer neerslag dan model voorspelt

De neerslag in Nederland en wijde omgeving is de afgelopen eeuw veel meer toegenomen dan de mondiale klimaatmodellen kunnen verklaren. Dit geldt zowel voor het zomer- als het winterseizoen. De toename in neerslag is zo groot en consistent dat hij niet langer aan natuurlijke variabiliteit kan worden toegeschreven.

Onderzoekers van het KNMI melden dit online in Climate Dynamics en in het vakblad H2O (7 juli). Eerste auteur is Ronald van Haren. Afgelopen week verscheen op de KNMI-site een toegankelijke toelichting.

Gerekend over de periode 1900 tot 2010 nam de neerslag in Nederland ’s winters met ongeveer 20 procent toe. Voor de zomers is dat 5 à 10 procent. Voor de korte periode 1960-2000 zijn de verschillen veel groter, maar daarin kan de natuurlijke grilligheid van het klimaat zwaarder doorklinken.

Vier jaar geleden berichtte het KNMI in een net verschenen klimaatrapport dat de temperatuur in Nederland veel sneller steeg dan de mondiale klimaatmodellen konden verklaren. Nader onderzoek leerde dat dit vooral kwam doordat de modellen de veranderingen in het circulatiepatroon (overheersende windrichting) en de opwarming van het zeewater niet goed beschreven. De Noordzee is warmer geworden dan de modellen berekenen en in de winters komt de wind vaker uit westelijke richting.

Werden regionale klimaatmodellen voorzien van de waargenomen trends in zeewatertemperatuur en windrichting, dan konden ze de ontwikkelingen in de Nederlandse temperatuur bevredigend reconstrueren.

Hetzelfde blijkt nu te gelden voor de neerslag. Vier jaar geleden werd die als te grillig beschouwd om er duidelijke trends in te zien, nu blijken die trends te verklaren met een toegenomen westelijke wind (vooral ’s winters) en een warmere Noordzee.

Waardoor de mondiale klimaatmodellen de veranderingen in wind en zeewater niet goed voorspellen is onbekend. Daardoor kan ook weinig met zekerheid worden gezegd over de waterhuishouding van Nederland in de loop van deze eeuw.