Ik kijk met de ogen van toen, en dat is moeilijk

Ad van Liempt (63) is televisiemaker, onder andere van het geschiedenisprogramma Andere tijden. „Gewone mensen blijken interessanter dan de bestuurlijke bovenlaag.”

Politionele acties

„Die term is natuurlijk een briljant staaltje framing, zoals het nu heet. Als je spreekt over de Nederlands-Indonesische oorlog weten mensen niet wat je bedoelt. O, je bedoelt de politionele acties! Mijn boek gaat niet over het geweld, maar over de politieke besluitvorming die daaraan voorafging. Het is fascinerend om te zien hoe weinig inzicht de hoofdrolspelers van toen hadden in de situatie. Nederlandse politici zagen de aardverschuiving in Azië na de oorlog niet, het ging aan Nederland voorbij. Mannen als Drees, Romme en Beel wisten niets van het buitenland. Ik probeer steeds te kijken met de ogen van toen, dat is het moeilijkste.

„Ik denk dat 99 procent van de veteranen niets te maken had met executies of excessen. Maar op verjaardagen worden ze nog steeds als oorlogsmisdadiger beschouwd. Het blijft opspelen. Heel begrijpelijk dat er in die hoek veel wrok zit. Heel triest ook.”

Verwerking van verleden

„De Nederlandse politiek heeft alle kansen gemist om in een normale relatie tot het koloniale verleden te komen. Dat begon al met het niet afstaan van Nieuw-Guinea aan Indonesië na de oorlog. Als minister Luns niet in dat conflict was blijven hangen, waren we in 1950 al naar een nieuwe verstandhouding met Indonesië gegaan. Beslissend was ook de afwijzing van een parlementaire enquête in 1970 door de Tweede Kamer, een voorstel van Den Uyl. Nu blijft het maar door etteren, generaties lang.

„Dat onderzoek dat het NIOD en anderen nu willen doen is te laat, maar het kan nog iets corrigeren. Natuurlijk is het voor die instituten een manier om zichzelf werk te bezorgen, maar ik vind het het geld wel waard. Het is in het belang van de geestelijke volksgezondheid, dus goed besteed. Het probleem is: Nederlandse politici hebben geen geheugen. Neem de mislukte verkoop van die Nederlandse tanks aan Indonesië laatst. Als je nou toch een klein beetje historisch besef hebt, dan hou je tegen Indonesië je mond over mensenrechten. Wij zijn wel de laatsten die Indonesiërs daar de les over moeten gaan lezen.”

Populaire geschiedenis

„Er zijn wel een paar verklaringen voor de sterk toegenomen publieke belangstelling voor geschiedenis. Het begon rond de eeuwwisseling, met al die terugblikken op de twintigste eeuw. Media merkten hoe leuk dat terugkijken was. Geert Mak begon met De eeuw van mijn vader een heuse stroming: macrogeschiedenis werd verbonden aan microgeschiedenis. Ik noem dat de democratisering van de geschiedenis: gewone mensen blijken interessanter dan de bestuurlijke bovenlaag. De verhalende geschiedschrijving werd populair. Internet hielp daarbij: archieven werden makkelijk toegankelijk voor schrijvers en journalisten.

Andere tijden zat midden in die ontwikkeling, ik denk dat we zowel oorzaak als gevolg waren. En het programma blijft kijkers trekken, deze lente gemiddeld 600.000, onvoorstelbaar. We hebben met Andere tijden ontdekt hoe leuk de tweede versie van de geschiedenis is. De eerste versie is de krant en het journaal. In de tweede versie praten we twintig jaar later met betrokkenen over destijds. Dan spreken ze vrijuit. Met archiefmateriaal erbij zorgen we voor een mix van de eerste en tweede versie, dat werkt goed.”

Publieke omroep

„De verzuiling leeft voort in het onderwijs en bij de omroep, de twee terreinen waar je mensen probeert te veranderen. Weet je hoe het ging met het kruiswerk? Elke zuil had zijn eigen kruisvereniging, zijn eigen zorgorganisatie. Dat heeft mevrouw Veder-Smit (VVD-staatssecretaris in het eerste kabinet-Van Agt, red.) binnen een jaar opgeruimd. Die vrouw hadden ze in Hilversum moeten inhuren. Het zijn niet de burgers maar de bestuurders die dit rare bestel in stand houden. Al die omroepen, met al die parlementen die mee moeten praten, wat een flauwekul.

„Ik hoop dat de fusies die nu zijn ingezet een overgangsfase zijn. Je zou omroepen moeten omvormen tot productiehuizen. Een kleine staf kiest uit het aanbod dat zij produceren. Het Britse Channel 4 werkt zo, daar hebben ze twintig man in dienst. Ik heb zelf nooit veel last gehad van de bureaucratie, de NOS heeft zich eraan onttrokken. Ik heb nooit bij een gekleurde omroep gesolliciteerd, ik wilde niet dat mijn voorstellen beoordeeld zouden worden op andere dan inhoudelijke gronden.”

Studenten

„Ik ben lector voor één dag in de week aan de Hogeschool Utrecht, bij de School voor de Journalistiek. Ik begeleid studenten bij het maken van documentaires of historische onderwerpen. Er is veel belangstelling voor tv, er wordt meer over nagedacht dan voorheen, er is meer reflectie. Deze generatie is opgegroeid met het tv-idioom, ze filmen en monteren zelf, kennen het medium door en door. Ik heb veel vertrouwen in de twintigers van nu, er is een heel goede generatie op komst. Ze weten weinig, maar ze kunnen het heel snel vinden. Af en toe moet ik mezelf even tot de orde roepen, als ik me verbaas over dingen die ze niet weten. Tijdens Srebrenica waren ze vijf! Voor mij was dat een schok, voor hen is het geschiedenis. Ze zijn wel heel gemotiveerd om Dutchbatters te interviewen.”

Tafeltennis

„We zijn gedegradeerd, met mijn team van VTV, de Vreeswijkse Tafeltennis Vereniging. Dat klinkt dramatisch, maar bij tafeltennis heb je twee competities in één seizoen, dus het kan nog goed komen. Bovendien: twee van de zes teams in de competitie degraderen, dus zo’n schande is het nou ook weer niet. Mijn lichaam loopt een beetje op z’n einde, alles gaat kraken en piepen. Ik speel al sinds mijn dertiende, zat ooit tegen de Nederlandse top aan. Ik profiteer nog steeds van dat basisniveau. Het is een leuke en rare sport, met neuroten die zichzelf staan uit te schelden.

„Het gaat me om het ritueel. Naar de kerk ga ik niet, maar dit doe ik wel één keer per week. Ik vind het ontzettend leuk om met z’n drieën in een auto te stappen en dan zo’n hele avond in een naar zweet stinkend zaaltje in Woudenberg door te brengen. En ik ga al zestien jaar naar FC Utrecht, met mijn dochter. Dat is ook een ritueel. Een mens heeft rituelen nodig.”

Discipline

„Schrijven is een ambacht, ik zit niet te wachten op inspiratie. Het gaat ook vrij snel, ik zit niet eindeloos te tobben vooraf of te schaven achteraf. Toen we bedachten dat er een boek bij de tv-serie De Oorlog moest komen, waren de opnamen al voorbij. Ik had nog negen maanden de tijd, voor negen hoofdstukken van elk vijftienduizend woorden, met twee dagen vrij per week. Het materiaal lag klaar, ik moest het alleen opschrijven. De eerste maand haalde ik niet, daar had ik enorm de pest over in. Daarna is het steeds gelukt. Echt kicken als het zo gaat. Ik ben een beetje een schemafreak. En ik ben meer journalist dan historicus, de deadline is heilig.

„Toen ik op mijn zestigste stopte bij de NOS was dat een koerswijziging. Ik ben nu zzp’er, ik kan de productie opvoeren. Alle corvee die bij een managementfunctie hoort, functioneringsgesprekken en budgetten bewaken, kon ik laten vallen. Heel prettig. Ik doe alleen nog dingen die ik leuk vind. Ik ben nu bezig met een project over de jaren ’45-’50. Die zijn net zo spannend als ’40-’45. De wederopbouw was nog niet begonnen, er was volop armoe, woningnood, onvrede. En dan zit Nederland door Indonesië opeens in de turbulente wereldpolitiek. Ik ben van ’49, ik heb de jaren veertig net niet meegemaakt. Misschien vind ik ze daarom zo fascinerend. Ik wil er zo dicht mogelijk bij zijn.”

Nederland valt aan, Ned. 2, 20.50-21.50 uur.