Het drijft, is demontabel en bescheiden

Olympische stadions staan als witte olifanten te vergaan. Maak liever een reizend sportcircus, of een stadion van zand.

De Olympische Spelen zijn al jaren een geliefde speeltuin voor de architectuur. In Peking deden de Zwitserse architecten van Herzog & de Meuron samen met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei de wereld versteld staan met het ‘Vogelnest’, zoals de bijnaam van het stadion luidde. Barcelona heeft in 1992 met de bouw van het atletendorp de basis gelegd van een nieuwe stadswijk en het stadion is nog altijd een geliefde toeristische bestemming. Dit jaar in Londen is het pronkstuk het zwemstadion van de van oorsprong Iraakse architect Zaha Hadid, met demontabele vleugels.

Maar het spektakel is al te vaak van voorbijgaande aard gebleken. Talrijke stadions staan als witte olifanten te vergaan omdat ze veel te groot zijn voor alles wat ná het megatoernooi komt. Dat is het lot van het stadion van Athene en, ondanks het vindingrijke ontwerp, ook het Vogelnest.

Het moet anders. Hoe ziet de olympische accommodatie van de toekomst eruit?

Het stadion is misschien van tentdoek of zand gemaakt, of kan zoals Hadids zwemstadion na de grootschalige spelen weer kleiner worden gemaakt voor gewone wedstrijden. Het kan een tijdelijk bouwsel zijn, of een permanente dat behalve voor sport ook voor andere evenementen geschikt is, zoals concerten. Het stadion kan worden geïntegreerd in een dijk. Of kijken we straks naar wedstrijden die zich live heel ergens anders afspelen?

Het denken over de Spelen van de toekomst nodigt uit tot visoenen en utopieën. Een stadion van zand: het was een van de vele voorstellen uit 2008 van het internationaal opererende bureau MVRDV. „Nederland kan de duinen tot een stadion omvormen door middel van Biogrout, dat bacteriën gebruikt om zandkorrels tot een soort cement aan elkaar te maken”, vertelt Winy Maas, oprichter van MVRDV. „Het is een typisch Nederlandse hybride van het natuurlijke en het artificiële. Na afloop smelt het geleidelijk weer weg.”

In een studie samen met de gemeente Rotterdam legt het bureau De Urbanisten ook een link met de waterveiligheid. Hun voorstel voor ‘Dutch Delta Games’ maakt de verbinding met het waterrijke karakter van Nederland.

„Om de veiligheid van Rotterdam te verhogen wordt er nagedacht over de aanleg van extra brede superdijken langs de Maas”, zegt medeoprichter Dirk van Peijpe. „Daarin leggen we het zwemstadion, dat na afloop van het toernooi een gemeentelijk zwembad wordt.”

Van Peijpe stelt zich ook een drijvend dorp voor waar 6.000 atleten en aanhang onderdak vinden, dat na afloop elders in de wereld als drijvend woningcomplex wordt verkocht. „Je kunt al voordat de Spelen beginnen de woning op internet verkopen waar de Federer van 2028 heeft geslapen. Na afloop vaart een van de grote Rotterdamse reders de woning naar de koper.”

In een van de ideeën van Winy Maas vloeien stadion en dorp in elkaar over. Door de openbare ruimte in het dorp voor toeschouwers te gebruiken, zijn er maar 70 duizend in plaats van 110 duizend plaatsen in het stadion nodig. Dat kan dan na afloop worden omgezet in vierduizend appartementen met faciliteiten voor sport, recreatie en wellness voor gezondheidsbewuste ouderen.

Waarom zou je een arm land op kosten jagen met de bouw van een groot permanent stadion, als het ook tijdelijk kan?

Rein Jansma van het bureau ZJA, dat een groot aantal stadions heeft verbouwd, heeft samen met het bureau One Architecture onderzoek gedaan naar de ‘Olympische hoofdstructuur’ die Nederland in 2028 nodig zou hebben. Ze begonnen te denken over een ‘lite’ variant van de dure accommodaties en kwamen op het idee van een nomadisch stadion voor 40 duizend bezoekers van aluminium en doek. „We zijn nu met Qatar in gesprek dat in 2022 het WK Voetbal organiseert”, zegt Jansma. „Als je het weer inpakt, hou je een sportveld over met relatief kleine tribunes, geen witte olifant. En Qatar overweegt het stadion dan aan een land in Afrika te schenken.”

MVRDV had al eerder het idee voor de Travel Games bedacht, „een reizend sportcircus, dat na afloop naar de volgende olympische stad wordt verscheept”. Met zijn grote transportsector en zijn logistieke expertise in het organiseren van festivals is er geen land hiertoe beter geëquipeerd dan Nederland, vindt Winy Maas.

Tijdelijk, demontabel – allemaal goede ideeën, maar die niet noodzakelijk tot mooiere architectuur leiden.

Nóg niet in elk geval. Londen loopt voorop in het nadenken over hoe de Spelen kunnen worden ingezet om daarná Oost-Londen op te ruimen en van een goede water- en wegenstructuur te voorzien. Maar de dozige vleugels met 17.500 zitplaatsen aan het zwemstadion zijn uitgesproken lelijk.

En James Russell, recensent van Bloomberg, vond het een aantrekkelijk idee dat er voor minder populaire sporten tijdelijke voorzieningen worden gebouwd, „maar dat is toch geen reden om de accommodaties voor hockey en waterpolo te maken van gruwelijk lelijke steigers gewikkeld in een oceaan van PVC?”

De invloed van veranderende technologie op de Spelen, en op de manier waarop we die beleven, zal enorm zijn, zegt Rein Jansma van ZJA. „Nu zijn het de sponsors en de tv-maatschappijen die een belangrijk deel betalen. Op het moment dat iedereen bij wijze van spreken een camera in zijn zonnebril heeft waarmee je thuis mee kunt kijken, net als nu al bij autoraces gebeurt, gaat dat business model veranderen, iedereen voelt dat dat eraan zit te komen.”

Sport kijken wordt veel interessanter als je je van nabij tot je favoriete sporters kunt verhouden, zet Jansma. „Stadions gaan niet alsmaar groter worden, niet alleen omdat het witte olifanten worden maar ook omdat je te ver van het veld af komt te zitten.”

Jansma verwijst naar het ‘optreden’ van de overleden rapper Tupac als hologram bij een concert van Snoop Dogg en Dr Dre afgelopen april op het Californische festival Coachelli. „Om sport te beleven, gaan er nog veel meer interfaces komen dan alleen het stadion en het tv-scherm.”

De locatie van de toekomst is dus misschien wel gewoon een chip.