Henk, help! De rente doet zo raar

O hoe verleidelijk. Boekhoud een beetje anders en de problemen van de pensioenfondsen lossen op als poedersuiker in de advocaat. De pensioenfondsen pleitten er deze week weer voor: een hogere rekenrente.

Hoe onweerstaanbaar moet dat voor politici zijn. Gewoon de rekenrente verhogen, en weg zijn de kortingen op de pensioenen. Dag schoffering van een grote groep kiezers. De economie kwakkelt toch al zo. Het consumentenvertrouwen is al zo gebutst. En die rente is door de eurocrisis absurd laag. „De markt is in de war”, zei de baas van pensioenfonds ABP deze week.

Het is een telkens terugkerende klacht over boekhoudregels. De regels zijn oneerlijk, want de markt doet raar. Toen de financiële crisis in 2008 uitbrak, klaagden banken steen en been over de boekhoudregels, die hen dwongen bezittingen op marktwaarde te waarderen. Die waarde was oneerlijk laag, want niemand wilde meer wat van de banken kopen! En altijd zijn er dan wel politici te vinden die mee huilen. In 2008 was het de Franse president Nicolas Sarkozy.

Wie is het nu in Nederland?

Verantwoordelijk minister Henk Kamp (VVD) is het (nog) niet. Hij wil de pensioenfondsen wel een beetje helpen met een hogere rekenrente op de hele lange termijn. Maar over die ingreep zijn kenners niet per se negatief. Die rente doet inderdaad een beetje raar.

Hoeveel hoger de rente van Kamp wordt, is echter nog steeds onduidelijk en daar hangt alles van af. Als die erg hoog wordt, dan mogen de fondsen zich rijk rekenen, ten koste van het pensioen van jongeren.

De SP en PVV huilen al heel lang met de pensioenfondsen mee. De rekenrente moet drastisch omhoog, vinden zij. Bij de rest van de partijen is moeilijker te peilen wat ze vinden over rekenrente en de kortingen.

Juist omdat er zo makkelijk aan papieren knopjes kan worden gedraaid, die – oh mirakel – de pensioenfondsen plots kerngezond maken, is het vooral de intentie van politici die telt. Wat is hun doel? De beste regels vinden? Of kortingen voorkomen? Als het doel dat laatste is, dan is willekeur niet ver weg. De rente verzinnen we er wel bij. De rekening komt pas over decennia, als de pensioenpot te leeg is om de oude dag van jongeren te betalen.

Het CDA en de VVD staan er het minst fraai op waar het gaat om hun intenties. Toen het Catshuisoverleg in april klapte, en Geert Wilders verkondigde te zijn opgestapt om die arme AOW’ers te beschermen, susten CDA-leider Sybrand van Haersma Buma en VVD-fractievoorzitter Stef Blok dat ze helemaal niet hard wilden zijn voor gepensioneerden. Ze hadden – met behulp van nieuwe rekenregels – de kortingen op pensioenen willen voorkomen. En inderdaad, zo stond het ook in het akkoord: „De gemiddelde korting zal dichtbij nul komen te liggen.”

In het conceptverkiezingsprogramma van het CDA stond eenzelfde zin, die het CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt op de valreep van zijn parlementaire carrière heeft weten te verwijderen. Pensioendeskundige Omtzigt komt na de verkiezingen niet meer terug. Hij is bij de grote schoonmaak van Van Haersma Buma van de lijst afgegooid. Daar staat Omtzigt, dankzij de steun van trouwe aanhangers onder de CDA-leden, nu overigens weer op, maar niet op een verkiesbare plaats.

Die zin luidde: „Dan verwachten wij dat de pensioenen volgend jaar niet gekort hoeven worden.” Ervoor stond dat „een aangepaste berekeningswijze voor de rendementen” de pensioenfondsen kon helpen. De CDA-afdeling Enschede (Omtzigt woont in de buurt) diende een motie in over de zin en die werd door het CDA-congres aangenomen. Omtzigt vindt een licht aangepaste rekenrente prima, mits het doel niet is om de pensioenkortingen te voorkomen.

De controverse is zo groot, omdat het gaat over het verdelen van pijn over jong en oud. Als de rente een middel wordt om een politiek doel te bereiken (of dat doel nou is nul schade voor jong of nul schade voor oud), wordt het eng. Want dan wordt zorgvuldigheid ingeruild voor opportunisme.

Marike Stellinga