Groot, groter, grotesk

De mensheid heeft een gigantisch evenement gecreëerd: 10.500 sporters, een zelfde aantal bewakers en 3,9 miljard dollar alleen al aan tv-rechten. Groter kan eigenlijk niet. Vraag is: hoe moet het verder?

Hoe zou Pierre de Coubertin reageren als hij anno 2012 tot leven zou worden gewekt? Zou de Franse bedenker van de moderne Olympische Spelen spreken van verkwanseling van zijn idealen? Of zou de 75 jaar geleden overleden historicus en pedagoog begrip tonen voor de geëvolueerde Spelen?

Hoogstwaarschijnlijk zou De Coubertin zich – naast een zekere trots – onthutst tonen. Uit de geschiedschrijving doemt een verfijnde idealist op. Maar alles wat het evenement ons na 116 jaar heeft gebracht, staat ver van De Coubertins gedachtegoed.

De Coubertin redeneerde dat niet de triomf het belangrijkste in het leven is, maar de strijd. En dat het essentiële niet is om te hebben gewonnen, maar om goed te hebben gestreden. Kom daar heden ten dage maar eens om. De Spelen zijn uitgegroeid tot het hoogst haalbare strijdtoneel om medailles. De triomf dus.

Je zou De Coubertin met terugwerkende kracht naïef kunnen noemen. Als historicus had hij kunnen weten dat de strijd in de klassieke tijd, waaraan hij zijn inspiratie ontleende, lang niet altijd vredelievend verliep. Er werd ten tijde van de Spelen weliswaar een heilige wapenstilstand afgekondigd, maar daar hielden de deelnemers zich niet altijd aan. Die toernooien waren vaak het toneel van veldslagen. En dan introduceerde De Coubertin eind negentiende eeuw de opvatting dat de olympische gedachte verder gaat dan louter sportbeoefening. De Spelen moesten een feest voor de mensheid worden. En deelnemers moesten een nobele elite zijn die streefde naar morele perfectie en onderlinge gelijkwaardigheid. Historisch gezien moest dat wel fout lopen.

In de loop der jaren kwamen de Olympische Spelen steeds verder af te staan van de idealen van De Coubertin. Vooral toen zij in de jaren dertig als een politiek platform werden ontdekt. Hitler gebruikte in 1936 de Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen en de Zomerspelen in Berlijn als mondiaal uithangbord van zijn nazistische idealen. Die trend werd tot in de jaren tachtig voortgezet. Nederland behoorde tot de landen die in 1956 ‘Melbourne’ boycotten wegens de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije. En velen herinneren zich nog het Black Power-saluut van gebalde vuisten in zwarte handschoenen van de Amerikanen Tommie Smith en John Carlos in 1968 in Mexico-Stad. Zij vroegen aandacht voor de onderdrukking van zwarten in de Verenigde Staten.

In 1972 in München volgde de aanslag van Palestijnen op de Israëlische ploeg. Het gevolg: twaalf doden. Het toernooi van 1976 in Montréal werd geboycot door vrijwel alle Afrikaanse landen uit protest tegen de deelname van Nieuw-Zeeland, dat met de rugbyploeg de sportboycot van het racistische Zuid-Afrika had gebroken.

De politieke boycots bereikten een dieptepunt tijdens de Spelen van 1980 in Moskou en die van 1984 in Los Angeles. Het was de tijd van de Koude Oorlog, waarin de VS en bevriende naties Moskou meden uit protest tegen de Sovjet-inval in Afghanistan. Vier jaar later nam de Sovjet-Unie met nagenoeg alle Oostbloklanden wraak door niet in Los Angeles te verschijnen.

Maar ‘Los Angeles’ bracht ook een ommekeer. De commercie deed zijn intrede. Het evenement was eind jaren zeventig dusdanig gepolitiseerd dat vrijwel geen stad zich meer kandidaat stelde. Voor 1984 was Los Angeles de enige kandidaat. De Amerikanen introduceerden de private financiering. Onder leiding van zakenman Peter Ueberroth werd bijna 250 miljoen dollar winst gemaakt. De Spelen als profijtelijk evenement, dat was een eyeopener voor de rest van de wereld. De kandidaatssteden meldden zich in groten getale. Maar dat niet alleen, zij deden ook alles om in het gevlij van de leden van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) te komen. Die werden verleid met geld, diensten en goederen, een aanpak die buitenproportionele vormen aannam. Eind jaren negentig leidde dat tot een grote schoonmaak. Een tiental corrupte leden werd verwijderd en nog eens vijftien kregen een waarschuwing. De spelregels voor de verkiezing van steden en de ethische normen werden aangescherpt, zonder dat het IOC afstand nam van de commerciële grondslag.

Sterker, die werd nog belangrijker. Onder leiding van de Belgische voorzitter Jacques Rogge – hij moet september 2013 aftreden – heeft het IOC zich ontwikkeld tot een miljardenfabriek. Enkele cijfers: de reserve van 105 miljoen dollar (86 miljoen euro) bij Rogges aantreden in 2001 was in 2010 gegroeid tot 592 miljoen dollar. De inkomsten aan televisierechten zijn van 1,2 miljard in 1996 opgelopen naar 3,9 miljard dollar in 2012. En voor de periode 2014-2020 zijn de rechten voor alleen de Amerikaanse markt al aan NBC verkocht voor 4,38 miljard dollar. De elf hoofdsponsors van het IOC, waaronder Coca-Cola, McDonald’s en Visa, zijn voor de periode 2009-2012 goed voor 957 miljoen dollar aan inkomsten. Alleen aan de Winterspelen van Vancouver (2010) en die van Londen verdient het IOC bij elkaar 5,4 miljard dollar.

Hoezeer de commerciële belangen kunnen doorschieten, leerden de zwemmers, die in 2008 in Peking niet, zoals gebruikelijk, ’s avonds maar ’s ochtends hun finales zwommen. Met dank aan tv-zender NBC dat zwemmen op primetime wilde hebben om commercials te kunnen verkopen.

Olympische Spelen zijn tegenwoordig als een sprinkhanenplaag: in twee weken tijd wordt een stad kaalgevreten met als overblijfselen veel onbruikbare accommodaties. Het treurigste voorbeeld is het ‘Vogelnest’ in Peking, dat nu dienst doet als toeristische attractie maar voor sport amper meer wordt gebruikt.

Het evenement heeft zich ontwikkeld tot een moloch waarvoor steeds minder steden interesse tonen. Een ontwikkeling waarvan de plannenmakers voor de eventuele kandidatuur van Amsterdam voor de Spelen van 2028 zich goed rekenschap moeten geven. Het is een teken aan de wand dat Rome zich dit jaar terugtrok als kandidaat voor 2020, omdat de Italiaanse regering het ten tijde van een economisch crisis onverantwoord vindt garant te staan. De Spelen dreigen een exclusief speeltje te worden van rijke oliestaten of autoritaire landen als China, waar geld geen rol speelt en de zorg over draagvlak onder de bevolking niet bestaat. De organisatiestandaard van Peking is normaal gesproken niet te evenaren, laat staan te overtreffen. Dat blijkt nu al in Londen,waar het veiligheidsbedrijf G4S 10.400 bewakers zou opleiden, maar vorige week meldde niet aan zijn verplichting te kunnen voldoen. De Britse regering heeft nu 3.500 militairen opgeroepen om komende weken bewakingstaken uit te voeren.

Resteert de cruciale vraag: is er een toekomst voor Olympische Spelen in de huidige vorm? Het antwoord is ontegenzeglijk: nee. Critici beweren dat het gigantisme een dergelijke vorm heeft aangenomen dat de ballon binnenkort knapt, mogelijk al in 2016 in Rio de Janeiro. Brazilië is weliswaar een economie in opkomst, maar ook een land van corruptie en sociale problemen. En wat te denken van de Winterspelen van 2014 in Sotsji, een Russische badplaats aan de Zwarte Zee. Daar wordt zo’n grote aanslag op de natuur gepleegd dat milieudeskundigen nu al van een ecologische ramp spreken.

Het IOC moet ontwaken en het gigantisme indammen willen er in 2048 nog Olympische Spelen bestaan. Om te beginnen moet de macht van de sportbonden worden doorbroken om het olympisch programma in te krimpen. Ook moet er meer oog voor duurzaamheid en economische en sociale aspecten komen. In de huidige vorm zijn de Spelen gedoemd te verdwijnen. Het IOC moet op de rem trappen, en wel nu.