Gelukkig worden van honderd jonge mannen in pak

John de Jong opende dit voorjaar megarestaurant The Harbour Club in oostelijk havengebied van Amsterdam. Het werkt volgens hetzelfde concept dat eerder in Den Haag en Rotterdam aansloeg. Project- ontwikkelaars in Amsterdam-Oost zijn er blij mee, maar bewoners van het tegenovergelegen Borneo-eiland zijn minder opgetogen.

De Supperclub, Brasserie Harkema, Cineac, Panama en, nog veel langer geleden, Vak Zuid. Eens in de zoveel tijd opent in Amsterdam een restaurant zijn deuren, dat onmiddellijk een grote hit blijkt. The place to be.

BN’ers vliegen erop af, gevolgd door voetbalvrouwen, lokale vastgoedmiljonairs, snelle makelaars en jonge Zuidassers. Men wil zien, maar vooral gezien worden. En dan ineens, na een tijdje, is zo’n plek weer uit en komt er niemand meer.

De eigenaar van de nieuwste hot-spot van Amsterdam, The Harbour Club, kent het risico. „Hip is gevaarlijk”, zegt John de Jong. Want: „Na een tijdje is er altijd iemand hipper dan jij en dan rennen de mensen weer even hard weg als ze gekomen zijn.”

De Jong, een ras-Hagenees die zijn horecacarrière ooit begon met een frietkraam, startte half mei niet alleen het nieuwste, maar ook het grootste restaurant van de hoofdstad. The Harbour Club is de grotere broer van twee bestaande Harbour Clubs in Scheveningen en Rotterdam. Het Amsterdamse filiaal ligt in een immense loods in het half verlaten Oostelijk havengebied.

De hallen van de voormalige Roders Wijnterminal (22.000 vierkante meter) aan de Cruquiusweg zijn na een ingrijpende en stijlvolle renovatie met tientallen tafels ingericht voor 350 couverts, een grote bar, een deejay en een evenementenzaal waar maximaal 1.000 mensen een besloten diner, congres of feestje kunnen houden. Buiten aan de kade, recht tegenover het Borneo-eiland, zijn nog 300 zitplaatsen en staat een grote bar.

Twee maanden na de opening zegt De Jong te weten dat zijn formule werkt. Op een willekeurige woensdagavond eind juni – tijdens een halve finale van het EK Voetbal – zit het vol. Niet tjokvol, maar de tafels binnen zijn zeker voor 80 procent bezet. In de loop van de avond schuiven bekende gezichten naar binnen: de Haagse vlees- en vastgoedhandelaar Eddy de Kroes, lingerieverkoper Rob Heilbron, Quote-hoofdredacteur Mirjam Van den Broeke en de voormalige eigenaar van dat blad, Maarten van den Biggelaar. Volgens waarnemers is dit het vaste beeld: een volle bezetting met veel (semi-)bekende zakenmensen en BN’ers.

Een compliment voor de Haagse initiatiefnemer – en van belang. Als de Amsterdamse jetset zich meldt, en daar over kletst of twittert, dan volgt vanzelf de zich daaraan spiegelende meute. Het zal helpen dat De Jong Kees Neve vanuit Le Garage als manager heeft overgenomen. Die heeft de vaste clientèle van het restaurant van Joop Braakhekke op zijn nieuwe tent kunnen wijzen.

Bekende mensen aan de champagne, is fijn voor de buzz. Maar, zegt De Jong, „echt gelukkig word ik van honderd jongemannen in pak, die hier laatst kwamen lunchen. Als zij het naar hun zin hebben, komen ze terug en nemen ze weer andere collega’s mee.” Volgens De Jong zal alleen daarom al zijn ‘zaak’ succesvol zijn. „In de basis is dit een zakelijk restaurant, niet hip of trendy.”

De Jong erkent dat mannen en vrouwen in een (mantel)pak ook op de Zuidas terecht kunnen. „Daar zijn een paar prima restaurants voor de mensen die daar werken, maar hun bazen rijden graag een stukje verder en komen dan misschien wel hier.”

The Harbour Club is door de ligging sowieso niet alleen gericht op Amsterdammers. „We liggen niet in de loop van het centrum, maar op minder dan vijf minuten van de Ring. En we hebben hier 350 gratis parkeerplaatsen. We mikken ook op het Gooi en andere regio’s.”

Een andere potentiële – voor De Jong zelf een zekere – factor voor succes is de „mooie mix” van „het concept”. Hij bedoelt: „We bieden lunch én diner. We serveren verse vis én vlees; van sashimi voor de dames tot een steak van 7 ons voor de mannen.” Daarmee, denkt hij, „houden we het wel langer vol.”

Restaurant-kenner Vincent van Dijk geeft de Haagse horecaman gelijk. Van Dijk is vaste spotter van restaurantsite SpecialBite en gaat in die hoedanigheid al jaren elke avond uit eten. Hij herkent in The Harbour Club een goed doordachte stijl bedoeld voor duidelijke doelgroepen. „Dat deed De Jong ook al bij zijn vorige bedrijven, hippe strandtenten en trendy restaurants, die allemaal hun eigen doelgroep bedienden: van studenten tot zakenlui. Die zaten ook altijd vol.”

In zijn recensie voor SpecialBite geeft Van Dijk The Harbour Club het oordeel „very special”, waar „chic en ordi uit de wijde omtrek probleemloos door elkaar krioelen. Net als op de menukaart”.

Dat de economie hapert maakt voor het publiek van The Harbour Club niet veel uit, zegt De Jong. Dat is welvarend. „Er zullen mensen zijn die door de crisis misschien even geen tweede auto of huis kopen, maar ze blijven wel uit eten gaan. Ook zakenlunches blijven bestaan, want dat levert altijd business op.”

Met dat perspectief, en het bewezen succes in Rotterdam en Scheveningen, had De Jong weinig schroom om flink te investeren in de Amsterdamse vestiging. „Een miljoen of drie”, schat hij – samen met zijn Leidse horecapartner Richard de Leeuw. En de bank deed voor 30 procent mee. Door de schaalgrootte – ‘massa is kassa’, luidt zijn motto – denkt De Jong geld te kunnen blijven verdienen. Met inmiddels drie megarestaurants in handen met dezelfde menukaarten, kan de inkoop nog scherper. „Ik heb nu 4.500 oesters per week nodig. Daar kan ik bij Schmidt [zeevishandel uit Rotterdam, red.] nu vast weer wat verder over onderhandelen.”

De komst van The Harbour Club is voor projectontwikkelaar Amvest goed nieuws. Het bedrijf kocht de afgelopen jaren grote stukken braakliggend terrein en leegstaande fabriekshallen langs de Cruquiusweg op, met de bedoeling er een levendig woon- en werkgebied van te maken met flats, winkels, horeca en bedrijven, precies volgens de ambitie van Stadsdeel Oost.

Maar er zat weinig schot in. Tot eind vorig jaar John de Jong zich meldde voor de leegstaande wijnloodsen. Voor een periode van vijf jaar kwamen de twee partijen een schappelijke huur overeen. „We hebben zeker niet het volle pond gerekend”, zegt Amvest-directeur Wienke Bodewes, „maar we zijn er erg blij mee. Ik geloof echt dat dit nu al goed lopende restaurant een aanzuigende werking zal hebben op dit gebied.”

Volgens Bodewes is sinds de opening van het restaurant de belangstelling van bedrijven om zich hier te vestigen toegenomen. „Het zoemt enorm rond, merken we, onder makelaars, bankiers en accountants. The Harbour Club is een aanwinst voor het gebied.”

Daar denken de buren heel anders over. Op het tegenovergelegen Borneo-eiland is de overlast van het immense restaurant groot. Bewoners, verenigd in het buurtcomité ‘Overlast op Borneo’, klagen al twee maanden, bij de politie, bij John de Jong en bij het stadsdeelkantoor. „Het is niet normaal meer”, zegt Katrijn van As, die op nog geen honderd meter afstand aan de overkant van het water woont.

Van As somt de voornaamste bezwaren op: de dreunende bas van de muziek binnen, het „gebral” van de honderden borrelaars op het terras dat door het water wordt versterkt. Daarnaast: de wegrijdende auto’s op de parkeerplaats („die de nare gewoonte hebben diep in de nacht te toeteren en met hun koplampen bij ons naar binnen schijnen”) en de speedboten die hier veel te snel en met harde muziek komen aanvaren. Het grote probleem is volgens haar ook het soort publiek dat op The Harbour Club afkomt. „Dat zijn mensen die doen wat ze willen. Ze zijn van nature luidruchtig en houden geen rekening met andere mensen.”

John de Jong erkent de bezwaren van de omwonenden. Hij heeft het buurtcomité al eens ontvangen, met honderd bewoners, en daarbij beterschap beloofd en gezegd dat het zijn taak is zijn publiek „op te voeden”.

Intussen probeert het comité het stadsdeelbestuur te bewegen zijn eigen beleidsregels na te leven. Officieel is The Harbour Club een restaurant, met een restaurantvergunning, in een industriegebied. In werkelijkheid, zegt Van As, „is het een partycentrum midden in een woonwijk, waarvan de herrie in het weekend tot drie uur ’s nachts doorgaat”.

Ambtenaar Justus Vermeulen, verantwoordelijk voor de vergunningen in Stadsdeel Oost, zegt dat het niet de bedoeling dat The Harbour Club zich als discotheek gaat gedragen. „Er is een vergunning verstrekt voor een restaurant- en caféfunctie. Dat er besloten personeelsfeesten worden gehouden, past daar binnen, maar is een grijs gebied. Ik snap dat de buurtbewoners daar een andere opvatting over hebben. We houden nauwgezet in de gaten dat The Harbour Club binnen de vergunning opereert. Tot nu toe is dat het geval”.

Vermeulen zegt de klachten van de buurt serieus te nemen. „De eigenaar van The Harbour Club doet dat ook. Hij is bereid verdere maatregelen te treffen om de overlast te beperken. Wij overwegen daarnaast nog om een maximum te stellen aan het aantal mensen op het terras.”

Volgens de boze Borneo-bewoners zijn er inderdaad al enkele geluidsverminderende maatregelen genomen, maar, zegt Katrijn van As: „Er valt nog een hoop te verbeteren”.