Een echte man die zijn bakkebaarden beweegt

Voor de vakantiekoffer maakt Toef Jaeger deze week een keuze uit het aanbod aan goedkope uitgaven van vertaalde literatuur. Met vieze wc’s, dode koeien en lelijke mannen.

In reclamefilmpjes en -folders voor uw Geheel Verzorgde Vakantie, treft men vaker lachende vrouwen in bikini’s aan op schone stranden dan lachende mannen in zwembroek. Maar hoe staat het met het mannelijk schoon op uw vakantiebestemming?

Alaska is rijk aan lelijke, ruwe mensen – als je literatuur die zich in die staat afspeelt erop naslaat. Dus nu even geen Sarah Palin, maar oog voor de mannen in het werk van David Vann. In Legende van een zelfmoord (vert. Arjaan van Nimwegen, De Bezige Bij, 254 blz. €12,50) – zijn verhalendebuut rondom de zelfmoord van zijn vader – ogen de mannen ‘gedwarsboomd en klemgezet, ingeperkt en bedrogen’. Ze dragen rood flanellen hemden, kunnen hun bakkebaarden bewegen en in een enkel geval zijn ze kaal met levervlekken op een kale schedel ‘met een krans van vette, donkere manen eromheen’.

Hoewel Alaska’s natuurschoon vaak geprezen wordt, is het de vraag hoe romantisch de kou is wanneer het om sanitaire voorzieningen gaat. „In het gemakhuisje hing een rol wc-papier met watervlekken aan de rand. Het rook er naar oude stront en oud hout en schimmel en oude urine en rook. Het was er smerig en vochtig en in de hoeken hingen spinnenwebben.”

Met de wc’s is het in het India van Aravind Adiga niet veel beter gesteld. In zijn debuut De witte tijger (vert. Arjaan van Nimwegen, De Bezige Bij, 279 blz. € 12,50) maakt een selfmade man duidelijk onderscheid tussen het India van voor en na de onafhankelijkheid. In zijn brief aan de premier van China schrijft de ‘weldenkende ondernemer’ Halwai: „In de hoogtijdagen van dit land was het net een dierentuin. Een schone, goed onderhouden, geordende dierentuin. Iedereen op z’n plek: hier de goudsmeden, hier de koeienherders, daar de landheren. De onaanraakbaren ruimden uitwerpselen op.” Na 1947 werd die dierentuin een jungle, waarin alleen de omvang van je buik nog telt. „Tegenwoordig zijn er nog maar twee kasten: Mannen met Dikke Buiken en Mannen met Dunne Buiken.” Halwai is vastberaden tot de eerste groep te gaan behoren, „een dikke, roomhuidige glimlacher”.

Ook bij Salman Rushdie hebben zijn personages in zijn verhalenbundel Oost west (vert. Eugene Dabekaussen en Tilly Maters, Atlas Contact, 186 blz, € 18,95) de neiging de werkelijkheid te ontvluchten, door te dromen van Star Trek, of van Bollywood natuurlijk. Hier geen lelijke mannen, maar heeft een personage zijn schoonheid rechtstreeks ontleend aan Krishna – „God had hem gezegend met Zijn eigen knappe gezicht”, en „Je zou naar Bombay moeten om bij de film te gaan”. Maar zo loopt het natuurlijk niet, niemand ontsnapt aan zijn noodlot. Het zijn verhalen die Rushdie schreef tijdens de ‘hoogtijdagen’ van de fatwa, en dat geeft het noodlot waarmee hij zo speels omgaat wat extra lading. Maar fatwa of niet: Rushdie springt tussen oost en west en ziet in de botsing van die twee soms nog schoonheid ontstaan ook.

Van India naar 19de-eeuws Engeland is geen grote sprong via Arthur & George (vert. Harry Pallemans, Atlas Contact, 480 blz. € 15), de grote historische roman van Julian Barnes. Als een eigentijdse Dickens verdiept hij zich in twee werelden: die van Arthur Conan Doyle en de katholieke middenklasse in Edinburgh, waar de mannen eveneens dikbuikig zijn en na de nodige drank op spontaan in hun rossige baard kwijlen. De andere is die van een dorpje in Staffordshire, waar de half Indiase George Edjalji opgroeit. Het leven van George staat in het teken van het ontvluchten van dat milieu, maar hij is het slachtoffer van spot en belandt in de gevangenis omdat hij dieren omgebracht zou hebben (bij koeien zijn de uiers afgesneden). Enter Arthur, die als schrijver van de Sherlock Holmes-verhalen al enige faam heeft, die gevraagd wordt George te helpen.

Ook in De kaart en het gebied (vert. Martin de Haan, De Arbeiderspers, 343 blz. € 12,50) komt een schrijver voor – en wel de schrijver van het boek zelf, Michel Houellebecq in een onverwacht flatteus portret: „Het is volgens mij een goede schrijver. Prettig om te lezen, en hij heeft een behoorlijk goede kijk op de samenleving.” Ironie natuurlijk van de hoofdpersoon die het succes dat hij beleeft eigenlijk niet wil dragen. Het is een opvallend goedgemutst boek voor Houellebecqs doen, met een moordplot, een geestige blik op de Franse samenleving. Het venijn zit louter in de details – zoals dat van de zoektocht naar een loodgieter. Zo erg als met de wc’s in het Alaska van David Vann wordt het niet, maar het is vast ook niet prettig als je rond Kerstmis niemand kan vinden die de verwarming komt repareren.