De feiten in Syrië, Iraanse versie

Temidden van zware gevechten in Damascus en een bloedige aanslag op president Bashar al-Assads naaste medewerkers, meldt de Iraanse staatstelevisie dat de Syriërs reikhalzend uitkijken naar de verkiezingen van 2014.

Dan, zo wordt hier al weken door de Iraanse leiders gezegd, zal het Syrische volk zelf zijn eigen toekomst kunnen bepalen. De door het Westen gesteunde „terroristen”, zoals de Iraanse leiders de opstandelingen noemen, zullen natuurlijk niet mee mogen doen.

Het prettige van ideologie is dat iedere gebeurtenis een positieve draai kan krijgen. De aanslag waarbij de minister van Defensie en een zwager van Assad omkwamen laat bijvoorbeeld juist zien dat de Syrische president stevig in het zadel zit. „Hij stelde direct een vervanger aan”, meldde het persbureau Fars donderdag. „Assad is vastberaden”, concludeerde het agentschap.

In 2011, toen de ene na de andere bondgenoot van de Verenigde Staten in de regio ten val kwam, ging in Teheran de vlag uit. Eindelijk volgden de medemoslims in het Midden-Oosten het Iraanse voorbeeld van 1979, toen miljoenen Iraniërs hun sjah verdreven en islamitische geestelijken aan de macht brachten.

Vorige week nog kondigde opperste leider ayatollah Khamenei de opkomst van het „islamitische blok” aan, dat de toekomst van de wereld zal bepalen.

Toen de opstand in Syrië begon, wisten de Iraanse leiders eerst niet hoe te reageren. Maar al snel besloten ze Syrië, een oude bondgenoot, medestrijder tegen aartsvijand Israël en knooppunt voor wapenzendingen naar de Libanese Hezbollah-beweging te steunen. Tegen een hoge prijs.

Iran moest in Libië knarsetandend toezien hoe de Arabieren met de goddeloze NAVO in zee gingen om kolonel Gaddafi te verdrijven. Nu zag het Saoedi-Arabië en Qatar wapens sturen naar de opstandelingen in Syrië. De relatie met de Saoediërs was al op een dieptepunt, maar alle banden met Qatar – waar Iran vorig jaar nog marineoefeningen mee hield – werden direct op een laag pitje gezet.

Turkije, lang de grote vriend van Iran, werd ook aan de kant gezet toen het land Assad opriep om op te stappen. Het Palestijnse Hamas zag de ingrijpende verandering in het Midden-Oosten al lang aankomen en verliet het bondgenootschap met Iran, om de opstand tegen het Syrische regime te steunen.

Analisten in Teheran roepen al lang dat er een groot verschil is tussen de diepe Iraanse wens dat Assad in het zadel blijft en de werkelijkheid, waarin de kans dat hij ten val komt steeds groter wordt.

Maar de Iraanse leiders hebben geen optie: Assad laten vallen betekent nog meer gezichtsverlies. Dus zetten de staatsmedia volop in opzijn aanblijven.

„De steun voor de terroristen laat andermaal zien dat Amerika een vreselijk land is”, zeggen presentatoren. „De westerse media negeren de dagelijkse slachtingen door de terroristen in Syrië”, schrijven de staatskranten.

Maar van veel gewone Iraniërs, van wie velen zwaar ontevreden zijn over hun eigen leiders, mag Assad morgen zijn koffers pakken. „Jarenlang betalen we ons oliegeld aan Assad en Hezbollah”, klaagt Zohreh, een studente in een taxi, als de radio meldt dat de Iraanse minister van Defensie zegt dat het Syrische leger Amerika zal verslaan. „Wat hebben we aan hen?”

Thomas Erdbrink