Brieven

Die kritiek van andere moeders is het ergst

Toen Nicole van Vessum (NRC Handelsblad, 14 juli) net haar zoontje had gekregen, werkte ze vaak tot diep in de nacht. Daarna racete ze als een gek naar huis om borstvoeding te geven. Volgens haar is dit „een kwestie van je verantwoordelijkheid nemen”, om vervolgens te constateren: „Andere mensen geven volgens mij vaak wat te snel op.”

Met deze zin veranderde het in mijn ogen tot dan toe boeiende portret met Van Vessum in een pedante reclamecampagne voor haarzelf, die me doet denken aan de manier waarop Amerikaanse presidentskandidaten – en in toenemende mate Nederlandse politici – campagne voeren: niet door uit te gaan van hun eigen kracht, maar door de tegenstander verbaal de grond in te boren. Van Vessum vindt het niet voldoende te vertellen hoe ze zelf een baby en een zware baan combineerde, maar moet haar ‘prestaties’ onderstrepen door moeders die andere keuzes maken neer te zetten als mensen die te snel opgeven.

Haar sneer is tekenend voor de manier waarop de discussie over de combinatie van werk en kinderen zo vaak wordt gevoerd. Er zijn zo veel mensen en situaties. Geen enkele keuze lijkt vrij te zijn van kritiek van ‘de buitenwereld’. Mocht ik ooit kinderen krijgen, dan is niet het gebrek aan carrièrekansen wat ik het meeste vrees, maar de reacties van andere moeders op welke keuze dan ook die ik zal maken aangaande het combineren van kind en werk.

Suzanne van den Eynden

Den Haag

Glas bij NRC dient meer dan alleen transparantie

Als verantwoordelijk architect voor het huisvestingsconcept en ontwerper van het interieur van het nieuwe NRC-gebouw op het Rokin in Amsterdam kon ik enige verbazing niet onderdrukken toen ik de ingezonden brief ‘NRC Handelsblad, pas goed op transparantie’ las (Opinie&Debat, 14 juli).

Het toepassen van glas in de architectuur, of welk materiaal dan ook, gaat gelukkig veel verder dan alleen het materialiseren van een enkel idee, zoals in het schrijven wordt gesuggereerd. Vonden achter de zeer gesloten, bakstenen gevel van de zeer gewaardeerde Beurs van Berlage alleen maar zaken plaats die het daglicht niet konden verdragen?

Natuurlijk streeft NRC Handelsblad zo veel mogelijk transparantie na – dit zou moeten gelden voor elke zichzelf respecterende krant – maar in dit geval heeft het glas een veelvoud aan redenen:

De voormalige betonnen gevel met zijn spaarzame openingen voldeed niet aan de eisen die worden gesteld aan een functioneel kantoor.

De vormgeving van de gevel vond geen aansluiting bij een zekere mate van tijdloosheid die NRC Handelsblad wil waarborgen.

De verdiepingen hebben dusdanig grote afmetingen dat zo veel mogelijk glas de enige oplossing was om de relatief lage verdiepingen te voorzien van natuurlijk licht.

Glas staat ook voor uitzicht, in dit geval voor de medewerkers, die straks een prachtig zicht hebben op de Amsterdamse binnenstad.

Jaap Dijkman

Architect te Amsterdam

Crisis is niet grootste probleem Megastores

Het artikel ‘Kóópavond?’ (NRC Handelsblad, 14 juli) beschrijft de oorverdovende stilte in het grootste overdekte winkelcentrum van Nederland, Megastores Den Haag. Het is er uitgestorven. De eerste klant komt soms pas laat in de middag. Bedrijfsleiders jammeren dat het hopeloos is, dat ze in deze moeizame tijden nauwelijks iets verkopen.

De auteur schrijft de situatie toe aan de crisis, maar Megastores heeft nooit goed gelopen. Het winkelaanbod is verre van spannend. Hagenaars vermijden de plek massaal. Ook na de recente restyling weet het publiek Megastores niet te vinden. Het zal door de crisis best rustiger zijn, maar Megastores kampt gewoon met een Mega-imagoprobleem. Dat is misschien nog wel hardnekkiger dan de crisis.

D. Kleinjans

Den Haag

Is een kreeft of baars soms geen dood beest?

Eigenaresse Iens Boswijk van de gelijknamige restaurantsite iens.nl eet nauwelijks vlees meer (NRC Handelsblad, 14 juli 2012), want „ik verdraag het niet om een dood beest in me te laten glijden” – om vervolgens smakelijk garnalen, rivierkreeft, roodbaars en een halve (levend gekookte?) Canadese kreeft te verorberen. Hoe dom – of hypocriet? – kun je zijn?

Reinier Treur

Vleeseter, Haren (Gr.)

Ook Indonesiërs fout

Het artikel ‘Gruwelfoto’s uit onbeduidend Belanda’ (NRC Handelsblad, 14 juli) vestigt de aandacht op de „politionele acties” van Nederlandse soldaten die naar Indonesië gestuurd werden „om de koloniën terug te winnen”. Pas later bleek dat de gedachte erachter fout was. Mijn moeder begeleidde indertijd als verpleegster soms herstellende militairen naar Nederland. „Ze waren zó jong, dat ze in hun angstdromen om hun moeder huilden”, zei ze.

Vanuit het jappenkamp zijn mijn moeder en ik eind september 1945 getransporteerd naar Soerabaja, wachtend op evacuatie. Het konvooi is door pemoeda’s aangevallen met messen en klewangs (kromme snoeimessen) en er is geschoten. Mijn moeder heeft mijn hoofd in haar schoot gedrukt, maar ik heb ledematen op straat zien vallen. Wij zaten in een vrachtauto, die tussen het geweld door de haven bereikte.

Het is vreselijk wat Nederlandse soldaten hebben gedaan in Rawagedeh. Het is niet minder vreselijk wat de Indonesische soldaten hebben gedaan in Soerabaja. Dit mag ook weleens worden gezegd.

Ank Reinders

Leiden