Boos? Zeker. Maar zonder dat ik mijn zelfbeheersing verlies

Eerst is er Emile Roemer, dan een tijdje niets, en dan komt de nummer twee van de SP: Renske Leijten. Haar partij wil meeregeren, maar of ze op de ministerslijst staat, weet alleen Roemer. „Zo werken we bij de SP.”

‘Als de SP wéér buiten de regering gehouden wordt, zou dat de geloofwaardigheid van de politiek ernstig schaden. Het zou heel slecht zijn voor het land.”

Zo. Renske Leijten zegt het even duidelijk, zodat er geen misverstand over kan ontstaan. Haar partij, de SP, wil na de verkiezingen maar één ding: meeregeren. En hoewel die mogelijkheid dichterbij lijkt dan ooit – volgens sommige peilingen kan de Socialistische Partij op 12 september de grootste van het land worden – is Leijten er niet helemaal gerust op.

„Eén van de redenen om de PVV twee jaar geleden op te nemen in de gedoogconstructie, was dat de partij 24 zetels had gehaald. Anderhalf miljoen kiezers, die laat je niet in de kou staan. Maar in 2006 is dat wel gebeurd met de SP, terwijl we nog een zetel meer hadden. Naderhand werden we weggezet als weglopers, terwijl CDA en PvdA ons er gewoon niet bij wilden hebben. We hebben ons toen bescheiden opgesteld. Dat moeten we ons niet nog een keer laten gebeuren.”

Renske Leijten (33) is een grote mevrouw in de SP. Bij de komende verkiezingen op 12 september staat ze op nummer twee, achter lijsttrekker Emile Roemer. Zes jaar is ze nu Kamerlid. In het parlement voert ze het woord over de zorg, misschien wel de core business van de SP. Afgelopen kabinetsperiode wist ze, tegen de zin van het kabinet-Rutte, twee initiatiefwetten door het parlement te loodsen. Eén regelt de basistarieven in de thuiszorg, de andere maakt een einde aan de verplichte aanbesteding in die sector. En enkele weken geleden baarde Leijten opzien door in de Tweede Kamer urenlang e-mails van boze burgers over de verhoging van het eigen risico voor te lezen. Het filibuster-debat: zo ging de krachtmeting met VVD-minister Schippers van Volksgezondheid de geschiedenis in. Vernoemd naar het parlementaire wapen waarmee Amerikaanse politici besluitvorming traineren of saboteren.

Anders dan Roemer is Leijten niet bekend bij het grote publiek. Wie is de tweede vrouw van de partij die straks wellicht ons land regeert?

Het gesprek vindt plaats in Haarlem, de stad waar ze – op haar studentenjaren in Groningen na – al haar hele leven woont. Leijten bezit een ruime benedenwoning aan een grachtje in het centrum. Ze woont er met echtgenoot Daniel, ook SP-lid. Hij is, zegt Leijten, soms „nog wat radicaler” dan zij. „Bijvoorbeeld over bankiers en bonussen. Ik zeg dan: wat ze doen, is wettelijk wel toegestaan. Hij zegt: niets mee te maken, het is wel moreel verwerpelijk. Tuig!”

De afgelopen dagen heeft Renske Leijten even uitgepuft van het politieke jaar. Niks gedaan, thuis geweest. Al heeft ze wel gereageerd op „dat belachelijke plan” van Talpa. De televisieproducent is bezig een programma te maken waarin kinderen een pleeggezin kunnen uitkiezen. „Je bent vaak al zó beschadigd als je in een pleeggezin belandt. En daar zeker een commerciële tv-show van maken. Hoe dúrven ze!”

Leijten weet waarover ze praat. Toen ze klein was, woonden er in het gezin Leijten („niet politiek, wel sociaal”) meerdere pleegkinderen. Vaak vier tegelijk. Contact heeft ze niet meer met haar „broers” en „zussen”. Ze heeft begrepen dat ze niet allemaal even goed zijn terechtgekomen. „Eentje zit in de gevangenis, af en aan. Een ander is bij ons weggelopen, en niet meer teruggekomen.”

Interesse voor politiek kreeg ze rond haar vijftiende, als scholier op de antroposofische Rudolf Steinerschool. Srebrenica viel, in de zomer van 1995. Voor het eerst was Leijten zonder haar ouders op vakantie, met een vriendin naar Texel. Ze zag de voorpagina van de krant. „Toen heb ik een uur met mijn vader staan bellen. Wat is er aan de hand? Hoe moet ik dit duiden?”

Ze studeerde Nederlands. In haar doctoraalscriptie dacht ze eventjes de wetenschappelijke claims van de feministische literatuurkritiek te weerleggen. Maar inmiddels was Leijten al voorzitter van Rood, de jongerenbeweging van de SP, en werkte ze als persoonlijk medewerker van toenmalig SP-leider Jan Marijnissen. De scriptie „ging de hoek in”, en is daar tot op heden nooit uitgekomen.

U heeft zich met dezelfde grote ambities op de zorg gestort?

„Toen ik deze portefeuille overnam van Agnes Kant (voormalig SP-leider, red.) nam ik me voor: ik zal dit niet verkloten. Als volksvertegenwoordiger heb ik de taak me ergens in vast te bijten. De zorg grijpt je ook gewoon, omdat het direct over mensen gaat. Dan ga je vanzelf een stapje verder.”

Zoals bij het ‘filibuster’-debat over het eigen risico?

„Ik vond dat de Kunduz-coalitie niet eventjes in een week of twee zo’n wetsvoorstel erdoorheen kon drukken. Het ging mij om de inhoud, al had ik het geen probleem gevonden als we het wetsvoorstel hadden weten op te houden tot na de verkiezingen. Bij het SP-secretariaat stond de telefoon roodgloeiend. Mensen die in tranen waren omdat ze straks honderden euro’s extra in de maand moeten betalen. Ze vonden het geweldig dat we eindelijk eens de waarheid vertelden. Maar in de kranten was het één grote zure bak over de vorm. Je wordt in een hoek gedrukt. Ook in NRC Handelsblad: in een sfeerverslag ging het over mijn witte pumps. Toen dacht ik: dit is precies waar Agnes Kant twee jaar geleden tegenaan is gelopen. De discussies over haar presentatie deden op een gegeven moment haar inhoudelijke kennis teniet. Den Haag is een vreselijke slangenkuil.”

Roemer loopt daar niet tegenaan.

„Bij hem is het omgekeerd. Keer op keer hoor ik journalisten en spindoctors zeggen: het gaat allemaal zó gladjes, dat zal wel een keer misgaan.”

Agnes Kant hád toch gewoon problemen met haar presentatie?

„Het wordt vrouwen veel eerder aangerekend als ze fel zijn. Je stem gaat een octaaf omhoog, je gaat sneller praten – en dan is het meteen viswijvengedrag. Dat wordt letterlijk tegen je gezegd. Als mannen stevig debateren, is het gewoon een stevig debat. Maar goed, je hebt als vrouw in de politiek ook voordelen. Buitenhof belt en zegt: we nodigen je uit, want we moeten weer een vrouw aan tafel hebben.”

Renske Leijten doet een beetje denken aan Agnes Kant, de vrouw die ze opvolgde als ‘zorgkoningin’ van de SP. Als iets haar boos maakt, gaat ze harder praten. De zinnen verlaten haar mond als mitrailleurvuur, de ogen schieten vuur.

Ze is zich ervan bewust, zegt ze, dat ze nogal fel uit de hoek kan komen. „Als ik tijdens een debat een scherpe interruptie krijg, denk ik: oké, ademhalen en rustig praten. Ik kijk ook bijna al mijn debatten terug. Integraal. Dan stel ik mezelf de vraag: wat had ik hier nou kunnen zeggen om te voorkomen dat de minister ermee wegkwam?”

Collega-Kamerleden zeggen: Leijten is gepassioneerd en inhoudelijk sterk, maar ze heeft maar één stand: boosheid.

Een tikje gepikeerd: „Dat is niet waar. Kijk die debatten maar terug. Ja, in het begin vond ik het lastig. Je moet het leren. Maar ik geloof dat ik inmiddels wel mijn eigen stijl heb ontwikkeld. Gepassioneerd? Ja. Boos? Zeker. Maar zonder dat ik mijn zelfbeheersing verlies.”

Denkt u nooit als u een debat terugkijkt: hier had ik gas terug moeten nemen?

„Ja, maar je kunt ook te flegmatiek overkomen. Tijdens dat debat over het eigen risico was ik de hele tijd gepassioneerd en verontwaardigd, maar nergens boos. Juist omdat ik weet dat er enorm op de vorm wordt gehamerd, dat de journalistieke elite in Den Haag er zo op let, besef ik dat ik ze een stap voor moet zijn.”

Voelt u zich ook de nummer twee van de SP?

„Nee. Als ik op nummer 6 of 10 of 25 had gestaan, had ik het ook prima gevonden. Ik zit niet in de Tweede Kamer voor mezelf. Ik vind die tweede plek wel een mooie erkenning voor hard werken. Maar we hebben bij de SP veel mensen die het werk doen. Mijn medewerker is net zo belangrijk voor de meningsvorming in de partij als ik.”

Hebben jullie een lijstje met mogelijke ministers?

„Dat is aan Emile.”

U weet van niets?

„Nee. Lijkt me ook verstandig. Zoiets moet je niet met te veel mensen delen, dan ga je er alleen maar over beppen. Dus vraag ik hem er niet naar.”

Maar u bent tweede van de partij!

„Dit vertrouw ik Emile toe. Als hij het met mij wil delen, dan hoor ik het wel. Dat is de manier waarop we bij de SP werken.”

Zou u minister willen worden?

„Het is een enorme eer om volksvertegenwoordiger te zijn. Wat er verder op mijn pad komt, zie ik wel. Persoonlijk heb ik niet veel ambities. Ja, ik wil graag dat ik gezond blijf, en dat het goed gaat thuis. Maar in de politiek ben ik niet zo van: ik eerst!”

Waarom heeft de SP nadrukkelijk aangekondigd na de verkiezingen compromissen te sluiten?

„Als het je gevraagd wordt, zeg je het. Ik denk dat het nooit anders is geweest. Ook in 2006 – mijn eerste verkiezingen – waren we bereid water bij de wijn te doen, als het maar wijn bleef. Iedere partij zit uiteindelijk het liefst aan de knoppen.”

Maar is het strategisch handig? In de Nederlandse politiek geldt doorgaans: je doet het wel, maar je zegt het niet van tevoren.

„De vraag wordt ons meer gesteld dan andere partijen. Ik vind die verwondering heel typerend. Blijkbaar is het voor journalisten nog steeds onvoorstelbaar dat de SP compromissen zou sluiten. Maar we doen het al overal. Hier in Haarlem zat onze partij in het college – ikzelf niet overigens. Natuurlijk haal je dan iets binnen en moet je elders een veer laten. En in de coalitie was het met de VVD vaak makkelijker dan met de PvdA.”

Over de PvdA heeft Roemer wel eens gezegd: op het ideologische vlak staan we dicht bij ze, maar op het persoonlijke vlak is het vaak moeizaam. Hoe komt dat?

Klein lachje: „Omdat we electorale concurrenten zijn. Ik hoor VVD’ers hetzelfde zeggen over het CDA. Als je niet op elkaars kiezers aast, kun je goed afspraken maken. Hier in Haarlem was dat met de VVD ook zo.”

Zou het landelijk misschien niet ook makkelijker zijn om met de VVD te regeren dan met de PvdA?

„Regeren met de VVD wordt natuurlijk wel moeilijk op veel terreinen. Maar ik sluit het niet uit, dat vind ik onverstandig. Natuurlijk moet je eruit komen als je tot elkaar veroordeeld bent. Maar het is evident dat we niet elkaars eerste keus zijn.”

Welke coalitie zou u willen zien na 12 september?

„Het liefst zouden we regeren met partijen die net als wij de inkomensverschillen willen verkleinen. Dat is wat ik links noem. De PvdA en GroenLinks zijn de eersten met wie we zouden gaan praten. Maar ik denk ook dat we met een gedeelte van het CDA zaken zouden kunnen doen. D66 wordt nog wel eens links genoemd, maar sociaal-economisch staan ze ver van ons af.”

Is de SP de nieuwe PvdA?

„We zíjn een sociaal-democratische partij: we doen mee aan de democratie, we zijn sociaal. Maar maatschappelijk gezien verschillen we wel van de PvdA. Wij gaan niet uit van de overheid, maar van de kracht van mensen. De PvdA niet, die ziet de overheid als oplossing voor alles.”

Er zijn toch wel meer verschillen met de PvdA?

„We verschillen van mening over de rol van marktwerking in de publieke sector. De PvdA beweegt nu wel naar ons toe. Al hebben ze daar – als ik de kranten moet geloven – intern een flinke ideologische discussie over.”

PvdA’ers zeggen: wij zijn een open partij waar je van mening kunt verschillen. Bij de SP kan dat niet, dat is een hiërarchische club.

„We weten gewoon heel goed wat we willen als collectief. We zijn het eens over onze grondbeginselen. Dat kun je hiërarchisch noemen, maar dat is niet waar. Het congres heeft ons verkiezingsprogramma op een aantal punten gewoon gewijzigd.”

Ex-PvdA-leider Job Cohen pleitte vorige week in deze krant voor één linkse partij.

„Niet nodig. Om samen te werken hoef je niet te fuseren. Het was hartstikke mooi geweest als we met de linkse partijen samen tien à twintig agendapunten hadden geformuleerd voor de verkiezingen. Maar daar hebben we de tijd niet voor gehad.”

In de Tweede Kamerfractie van de SP zit een lichting vrouwelijke dertigers: uzelf, Sharon Gesthuizen, Nine Kooiman, Sadet Karabulut. Zijn jullie anders dan de SP-mannen van het eerste uur zoals Tiny Kox en Jan Marijnissen?

Stilte. „Poeh, lastig hoor. De nieuwe generatie werkt misschien iets makkelijker samen met anderen. Toen Jan Marijnissen en Remi Poppe in 1994 met z’n tweeën in de Tweede Kamer kwamen, mochten PvdA’ers niet eens met ze praten. Ze bestonden niet. Door de pers werden ze weggezet als tijdelijk. Inmiddels zijn we als partij meer geaccepteerd. We zijn wat handiger gaan opereren, en voor andere partijen is het wat makkelijker geworden om met ons samen te werken.”

Maken Roemer, Marijnissen en Kox niet de dienst uit in de partij?

„Dat mochten ze willen! Nee, het zijn mensen van buiten die dat denken. Kox zie ik praktisch nooit, Roemer bijna dagelijks, en Marijnissen misschien eens in de twee weken. Natuurlijk zijn we het wel eens oneens, maar we lossen het intern op. Er komt bij ons gewoon weinig naar buiten. ”

De jonge SP-vrouwen lijken wat losser, wat minder streng dan de mannen die de partij hebben opgebouwd.

„Nou, ik denk dat mensen in de partij mij af en toe ook heel streng vinden. Omdat ik vind: je moet niet lullen maar doen. Voor mij staat de afdrachtregeling fier overeind. Sinds ik actief ben voor de partij, werk ik samen met vrijwilligers. Ze geven heel veel tijd. En dan zou ik, omdat ik volksvertegenwoordiger ben, zoveel meer mogen verdienen? Dat klopt gewoon niet.

„Je zit er niet voor jezelf. Het mag gezellig zijn, en dat is het soms ook, maar als je het voor jezelf doet, ga je maar naar de voetbalvereniging. We zijn wel de wereld aan het veranderen.”