Ballen bij Boeken: een lang bevochten bijzaak

De toenmalige hoofdredacteur van de Volkskrant zag Ed van Thijn binnenkomen en riep: „Vijf ballen, Ed!” De oud-burgemeester lachte een beetje schuchter en mompelde: „Ja, ja, vijf ballen.” Zijn boek Kroonprinsenleed was lovend besproken in de boekenbijlage van de ochtendkrant, en dat was natuurlijk een felicitatie waard van Pieter Broertjes.

Het waren trouwens vier ballen, zegt de kniesoor (Halfgoden die van geen wijken weten, 17 oktober 2008).

Die anekdote, op een feestje van de Stichting Democratie en Media, schoot me te binnen toen ik vorige week zag dat nu ook de bijlage Boeken van deze krant ballen bij recensies zet. Recensies krijgen voortaan ook een heel korte samenvatting (voor de speed reader die snel wil weten wat het boek waard is) en een rangschikking in vijf ballen. Hoe beter het boek, hoe meer ballen.

De Volkskrant doet dat al jaren en ook in allerlei andere bladen zie je het. nrc. next deed het al bij korte stukjes. Maar de bijlage Boeken wist de ballen lang buiten de deur te houden. Na een besluit van de hoofdredactie, die de toegankelijkheid van de bijlage nog wil vergroten, zijn ze er nu toch gekomen.

Nu een moment transparantie.

Ik ben namelijk chef Boeken geweest bij de krant (1999-2005) en moest toen eerlijk gezegd niet aan ballen denken. Sommige collega’s en leden van de hoofdredactie verzuchtten toen al wel eens dat de artikelen in de bijlage te lang waren, te highbrow of „ontoegankelijk”. Kon dat niet wat... nu ja, niet makkelijker, maar wel: toegankelijker?

We maakten het er ook wel naar. Tikje balorig. De eerste chef van Boeken, Hubert Smeets (1996-1999), had in een notitie voor de nieuwe bijlage geschreven dat die qua inhoud en vorm een wat „amechtig” karakter moest hebben. Er moest elke week allemachtig veel te vertellen zijn, en dat zou de lezer weten ook. De bijlage moest ook niet braaf bespreken wat er die week verscheen, maar een eigen, journalistieke koers varen.

In die opvatting staat een boekenbijlage dichter bij Opinie en Wetenschap dan bij andere, meer servicegerichte rubrieken. Daar passen geen ballen bij, vonden we, die leiden maar af van het stuk en wekken de indruk dat je één absoluut oordeel kunt vellen over een boek. Maar een roman kan bijvoorbeeld een sublieme stijl hebben én een beroerd plot (of andersom). Bovendien wordt het gesprek over een boek dan al snel gedomineerd door die ene vraag: „hoeveel ballen heeft het?” Zeg maar het ‘Ed van Thijn-effect’ (het waren er vier).

Maar waarom zo moeilijk doen, hoorden we soms. Je kunt toch ook redeneren dat boeken culturele goederen zijn, net als cd’s en films, die de krant wél bespreekt met ballen erbij, net als uitvoeringen van muziek, dans en theater – toch heel beschaafd. En ook over een boek kun je best een algemeen, samengebald oordeel vellen. Sterker nog: het dwingt de recensent een oordeel te geven, en dat is goed.

Dat is waar, al doen de meeste recensenten dat al, mag je hopen. Hoe dan ook, de hoop van de hoofdredactie is nu vooral dat met die korte samenvattingen en ballen lezers naar de bijlage worden getrokken die al die stukken anders links zouden laten liggen. Onderzoek onder potentiële lezers wijst uit dat die er baat bij zouden hebben. En de krant moet overleven.

Voor de boekenredactie waren de ballen niettemin wel slikken – redacteur Arjen Fortuin schreef er een mooi stukje over. Trouwens, voor ik het vergeet, er zijn ook boekenbijlagen die het nog zonder doen: de Book Review van The New York Times, of het Times Literary Supplement. Toch niet de slechtste. De Financial Times voorziet theater en films van ballen, maar boeken niet.

Voor dat laatste vind ik nog steeds veel te zeggen. Aan de andere kant: de ondergang van het Avondland is dit nu ook weer niet. Uiteindelijk zijn die ballen bijzaak.

De hamvraag blijft welke selectie de bijlage maakt uit het enorme aanbod aan boeken en met hoeveel expertise en eigenzinnigheid die worden behandeld, dus hoeveel ballen de bijlage zelf heeft. De boekenbijlage van deze krant bespreekt gelukkig nog steeds niet alleen hitlijsten, maar vaart een intelligente, eigen koers – en dat is een zeldzaamheid aan het worden in de uniforme wereld van de bestsellers. Als zulke ‘instapmomenten’ helpen om nieuwe lezers naar de bijlage te trekken, des te beter dan.

Alleen, cruciaal is: hoeveel ruimte een bijlage daarvoor krijgt, letterlijk en figuurlijk. Al een jaar of tien worden de stukken in Boeken korter; het langste stuk was toen 2.600 woorden, nu 1.600. Je ziet dat overal, maar ik vind het jammer. Argumenteren over een boek, en niet alleen erover oordelen, vereist ruimte. Maar, verzekert de hoofdredacteur me: de hoofdredactie wil dan ook niet alleen die ballen, maar staat ook garant voor mooie lange stukken, die hij zelf ook graag leest.

Om de fantasie nu even helemaal de vrije loop te laten: ik zou wel een twee keer zo dikke boekenbijlage willen – vooruit, met ballen, speed reads en bestsellerlijsten. Maar vooral: met heel veel stukken.

Ja, een beetje „amechtig”.

SJOERD DE JONG