Alle zeilers met een kite

Katja Roose (31), kitesurfster, nummer één van de wereldranglijst course racing, dat over vier jaar olympisch is:

Kitesurfen is in de toekomst alleen maar belangrijker. Ik denk zelfs dat het grootste deel van de zeilklassen dan is overgegaan op kites. Het is veel efficiënter en sneller dan varen met mast en zeil. Ik weet van verschillende projecten van zeilers met kites, zoals op een catamaran.

Zelfs de scheepvaart maakt al gebruik van kites van honderd vierkante meters. Vrachtschepen besparen zo dertig procent brandstof bij een reis over de oceaan. Mijn vriend Rolf van der Vlugt [ook kitesurfer, zevende op de wereldranglijst] werkt bij de TU Delft bij het instituut van Wubbo Ockels. Hij helpt een concept ontwikkelen waarbij kites worden gebruikt om energie op te wekken.

Zo’n toepassing zullen we vast zien bij de Spelen over een jaar of twintig. Het IOC beseft nu ook dat het sexier, hipper en groener moet. Hun plaatje voor over vier jaar is beachvolleybal op het strand van Rio de Janeiro met kleurrijke kites op de achtergrond.

Het IOC zal een schifting willen maken van de gevestigde sporten. Wat oubollige nummers zullen moeten plaatsmaken voor extreme sporten. Een tweede X Games [Olympische Spelen voor extreme sporten] is een stap te ver, ze zullen een balans maken van oud en nieuw. Atletiek hoeft zich vast geen zorgen te maken, dat hoort bij de basis van de Spelen.

Ik verwacht niet dat van het originele kitesurfen meer disciplines een olympische status krijgen. Freestyle [stunts met beoordeling van een jury] is pas gaaf bij windkracht vier à vijf. Dat is het meestal niet op de olympische locaties. Wel hoop ik dat freestyle wordt opgenomen bij de X Games.

Nu kitesurfen de olympische status heeft, zal de ontwikkeling van materiaal veel sneller verlopen. Het is een heel jonge sport en zeker op het gebied van boards valt nog van alles te innoveren.

De [wereldzeilbond] ISAF zal voor Rio de Janeiro ‘box rules’ vaststellen voor fabrikanten. Zo kan iedereen over vergelijkbaar materiaal beschikken. Op die manier hebben rijke landen niet meteen een voorsprong op Afrika en Azië. Dat houdt de sport toegankelijk voor iedereen, een mooi uitgangspunt.