Zakenman Romney in het nauw

Republikeins kandidaat Romney heeft een zwakke plek: zijn verleden als niet-belastingbetaler en als banenvernietiger. Dankbaar thema voor president Obama.

De republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney op campagne, afgelopen woensdag in Ohio Foto Reuters

Het zakenverleden van Mitt Romney is het centrale thema in de Amerikaanse verkiezingscampagne geworden. Maar niet op de manier zoals de Republikein zich dat voorgesteld had. Wat hij altijd als zijn voordeel beschouwde ten opzichte van zijn tegenstander Barack Obama, een succesvolle carrière in de zakenwereld, is na een harde campagne van de Democraten veranderd in zijn zwakke plek. Romney wordt nu ook in zijn eigen partij bekritiseerd over zijn gebrek aan openheid over zijn belastingaangiftes, en zijn verleden bij het bedrijf Bain Capital.

Vorige week begon Obama’s campagneteam met televisiespotjes in onbesliste staten twijfel te zaaien over Romney’s vertrekdatum bij Bain. Romney is een van de oprichters van dit bedrijf, dat een reputatie opbouwde als een succesvolle, maar harde private equity-onderneming. Noodlijdende bedrijven werden opgekocht, gesaneerd en weer doorverkocht. Sommige bedrijven moesten hun werk uitbesteden aan landen met lagere lonen.

Romney zegt dat hij het bedrijf in 1999 verliet, toen hij gevraagd werd de Olympische Winterspelen in Salt Lake City (2002) te organiseren. The Washington Post toonde vorige week aan dat hij nog tot 2002 aanbleef als voorzitter, manager en grootaandeelhouder. De meeste onafhankelijke deskundigen houden het erop dat Romney inderdaad aan is gebleven, maar geen bemoeienis had met de dagelijkse leiding van het bedrijf. Hij bewaart afstand van Bain, omdat het bedrijf juist gespecialiseerd is in een praktijk die hij Obama verwijt: het verplaatsen van banen naar lage-lonenlanden.

Romney, in het nauw gebracht, verscheen op vijf televisiezenders en eiste excuses van Obama. Kritiek als deze was een president onwaardig, zegt Romney. Een paar dagen later ging zijn adviseur Ed Gillespie goochelen met woorden. Romney bleef aan, maar besloot in 2002 „retroactief terug te treden”, zei Gillespie. Het was, met andere woorden, een kwestie van boekhouding.

Romney had voorbereid kunnen zijn op kritiek van Obama op zijn tijdperk bij Bain, dat in 1984 begon. Tijdens de vele campagnes die hij voerde, werd het altijd tegen hem gebruikt. De Democraat Ted Kennedy, met wie Romney zonder succes streed om een Senaatszetel, zette hem al in 1994 neer als kapitalist zonder oog voor de sociale gevolgen van zijn saneringen. Newt Gingrich deed tijdens de laatste voorverkiezingen hetzelfde.

Romney heeft, net als voorgaande keren, geen consistent verweer. Hij draagt geen documenten over, verklaart niets, en zegt dat alles rondom Bain afleidt van het echte thema van de verkiezingen: de economie.

Het ontbreekt hem ook aan een antwoord op dat andere, en mogelijk schadelijker déjà vu in de campagne: zijn belastingen. Zijn Republikeinse tegenstanders riepen Romney op zijn aangiftes van de laatste jaren openbaar te maken. Dat heeft hij destijds gedaan, met tegenzin, voor de laatste twee jaar. Toen verdiende hij 42,6 miljoen dollar en betaalde hij een opvallend laag tarief van circa 14 procent. Een deel van zijn geld was ondergebracht op de Kaaimaneilanden en Bermuda. Er stond ook geld op een (inmiddels gesloten) Zwitserse bankrekening.

Romney zegt dat hij zijn belastingaangiftes van de jaren daarvoor niet openbaar hoeft te maken. Zeer waarschijnlijk verdiende Romney lange tijd als partner van Bain tientallen miljoenen dollars. Een geagiteerde Romney zei deze week dat hij „simpelweg geen zin” heeft om zijn vijanden te laten spitten in „honderdduizenden pagina’s”. Strikt genomen heeft hij daar gelijk in, ook John McCain maakte vier jaar geleden maar een paar aangiftes openbaar, maar hij voedt daarmee speculaties dat er iets mis is met zijn financiën. Koren op de molen voor Obama, die in een tv-spot suggereert dat Romney misschien helemaal geen belasting betaalde. Romney’s vrouw Ann zei in een interview dat de familie „alles wat jullie moeten weten” openbaar heeft gemaakt.

Maar vooral wordt er gepraat in Romney’s eigen kring. Republikeinse prominenten en conservatieve commentatoren roepen hem op een einde te maken aan de geheimzinnigheid. „Hij moet ze morgen openbaar maken. Dit is gestoord”, zei de invloedrijke columnist Bill Kristol op Fox News. Dezelfde kritiek kwam van Republikeinen als Matthew Dowd (oud-rechterhand van George W. Bush), tv-persoonlijkheid Bill O’Reilly en vele andere prominente conservatieven. Het toont niet alleen aan dat veel Republikeinen sceptisch blijven over de campagnetalenten van Romney, maar vooral dat er ongemak is over de boodschap die hij wil uitdragen.

Romney presenteert zich als iemand die rijk is geworden door de vrijheid die hij als ondernemer had. Veel conservatieven voelen zich niet thuis bij dit rechttoe-rechtaan-kapitalisme, en vinden dat Romney te weinig oog heeft voor Amerikanen die het slachtoffer zijn van de vrije markt. Nu goedkoop productiewerk in China wordt gedaan, is juist onder Republikeinen de roep te horen dat de overheid banen moet creëren. Het was zijn zwakke plek tijdens de voorverkiezingen, en ook nu lijkt zijn boodschap weinig overtuigd.

Romney hoopte campagne te kunnen voeren met deze logica: iemand die een bedrijf kan reorganiseren, kan ook de economie van de Verenigde Staten repareren. Op zijn bus prijkt het woord ‘zakenman’. Hij vergelijkt zich met de „buurtwerker” Obama, die zijn kennis van de economie uit de boeken van Harvard heeft. Zijn sterkste wapen, zijn ervaring als zakenman, is een bedreiging voor Romney zelf geworden.