Veiligheidsraad ondergraaft eigen gezag

Nieuwsanalyse

Opnieuw spraken Rusland en China gisteren hun veto uit over een resolutie over Syrië. De Veiligheidsraad verkeert nu in een impasse.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft zijn eigen gezag ondergraven, door opnieuw geen overeenstemming te bereiken over de belangrijkste kwestie die dezer dagen op de agenda staat: de burgeroorlog in Syrië. Voor de derde keer sinds oktober spraken Rusland en China hun veto uit over een resolutie die het Syrische regime onder druk moest zetten om het geweld tegen de oppositie te beëindigen.

Hoewel de uitkomst niet onverwacht was, vlogen meteen na de stemming bittere verwijten over en weer. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Susan Rice, noemde het veto van Rusland en China „gevaarlijk”. Haar Britse collega zei dat Moskou en Peking „een beestachtig regime beschermen”. En de Franse ambassadeur zei dat Rusland en China zich nu moeten verantwoorden voor de 17.000 doden die er inmiddels in Syrië zouden zijn gevallen.

Maar de tegenstemmers toonden zich even verontwaardigd. De resolutie had nooit in stemming gebracht mogen worden, zei de Russische ambassadeur, Vitali Tsjoerkin, want de westerse indieners wisten dat een belangrijk element voor de Russen en Chinezen onacceptabel was. De twee landen hadden vooral bezwaar tegen het feit dat de resolutie Syrië dreigde met strafmaatregelen onder hoofdstuk 7 van het VN-handvest, waardoor ze zonodig met militaire middelen afgedwongen kunnen worden.

Verder vonden de tegenstemmers de tekst onevenwichtig, omdat alleen het regime, en niet de oppositie, gemaand werd het geweld te staken. Volgens de Russen en de Chinezen is het heimelijke motief van de Verenigde Staten om via de val van het regime van president Assad de invloed van Iran in de regio te beperken. Het Westen „wakkert het vuur” van het geweld daarom aan, aldus Tsjoerkin. Pakistan en Zuid-Afrika onthielden zich van stemming.

De Veiligheidsraad is nu in een impasse beland, die scherp afsteekt tegen de daadkracht van voorjaar 2011. Toen doorbrak de raad even zijn beruchte besluiteloosheid en werden kort na elkaar belangrijke resoluties aangenomen: eerst één die in Ivoorkust een beperkt ingrijpen mogelijk maakte, en vervolgens twee die de weg baanden voor de NAVO-operatie in Libië, die eindigde met de val van het regime van Moammar Gaddafi.

Maar in de kwestie-Syrië slaagt de raad er maar niet in om een rol van betekenis te spelen. VN-chef Ban Ki-moon zei gisteren dan ook „diep teleurgesteld” te zijn. „De internationale gemeenschap heeft een collectieve verantwoordelijkheid jegens het Syrische volk”, zei hij.

Daarmee verwees Ban naar de zogeheten ‘verantwoordelijkheid om te beschermen’. Dit beginsel van de Responsibility to Protect (of R2P), in 2005 door alle landen van de Verenigde Naties onderschreven, houdt in dat de wereld moet ingrijpen als een regering de veiligheid van haar bevolking niet zelf kan of wil garanderen. Vorig jaar werden hiermee de interventies in Ivoorkust en Libië gerechtvaardigd.

Maar voor Syrië ontbreekt de politieke steun die nodig is om dit beginsel opnieuw in de praktijk te brengen. Rusland is nog altijd verontwaardigd dat het Westen het groene licht van de Veiligheidsraad om de Libische bevolking te beschermen uitlegde als toestemming voor een grootschalige militaire interventie die uitmondde in een regimewisseling. Herhaling daarvan wil Moskou in Syrië voorkomen.

Het Westen ontkent met kracht dat de resolutie waar de Veiligheidsraad gisteren over stemde een militair ingrijpen mogelijk moet maken. Nergens in de tekst staat de cruciale formulering, die wél werd gebruikt bij Libië, dat de internationale gemeenschap „alle noodzakelijke maatregelen” mag nemen om naleving van de resolutie af te dwingen.

Het mandaat van 300 ongewapende VN-waarnemers, dat vanavond verloopt, was na de stemming in de raad onzeker. Vandaag zou gestemd worden over eventuele verlenging, de uitslag was bij het ter perse gaan van deze krant nog onbekend.

De Amerikaanse ambassadeur Rice zei gisteren dat de VS hun beleid in zo’n gewelddadig conflict niet baseren op een ongewapende VN-missie. „We zullen onze samenwerking met een reeks partners buiten de Veiligheidsraad intensiveren”. Daarbij doelde ze op de Vrienden van Syrië, een groep westerse en Arabische landen, waar Rusland en China niet bij zitten. De groep komt in september in Den Haag bijeen.