Van Overeem in 1976: ‘Bij jezelf naar binnen kijken’

Dokters verdienen goud geld aan de onbekendheid van vrouwen met hun eigen lichaam. Als je er goed over nadenkt, is het krankjorem dat wij het gewoon vinden om eens in de zoveel tijd op een onderzoektafel te liggen, benen omhoog op koude ijzeren dingen, terwijl een dokter ons binnenste verkent. Hij wel.

Wij weten nooit hoe we er van binnen uitzien. Terwijl mannen dagelijks meermalen hun geslachtsdelen in de hand nemen en zien en dus attent kunnen zijn op eventuele ziekteverschijnselen, blijven de meeste vrouwen hun hele leven in het ongewisse omtrent de veranderingen die zich aan vagina en baarmoedermond voordoen gedurende de maandelijkse cyclus.

De gedachte alleen al dat je bij jezelf naar binnen zou kijken, jaagt veel vrouwen een blos naar het hoofd. Een aantal lezers leest al twee alinea’s met in walging afgewend hoofd en alleen uit nieuwsgierigheid verder. Stel je voor, wat gênant, bah, hoe halen die vrouwen het in heur hersens. Alles wat zich bevindt tussen knieën en ceintuur is van hout.

Met dit fragment begon de column ‘Bij jezelf naar binnen kijken’, die op 8 maart 1976 in NRC Handelsblad stond.