'Van de oorspronkelijke biodiversiteit is in Nederland nog maar 15 procent over' Waar

Door intensieve landbouw en veeteelt is van de oorspronkelijke biodiversiteit nog maar 15 procent over, vermeldt het verkiezingsprogramma. De PvdD baseert zich op cijfers uit het Compendium voor de Leefomgeving, een samenwerkingsverband van het CBS, Wageningen UR en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Of het percentage klopt is afhankelijk van wat je onder ‘biodiversiteit’ en onder ‘oorspronkelijk’ verstaat, zegt Arjen van Hinsberg, onderzoeker naar natuur bij PBL.

Voor biodiversiteit zijn tientallen indicatoren. Bij vergelijkend onderzoek (internationaal en historisch) zijn twee indicatoren het belangrijkst: ‘natuuroppervlak’ en ‘kwaliteit van het oppervlak in termen van mate van voorkomen van soorten’. Volgens deze indicatoren telt Nederland inderdaad nog circa 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit. De dichtheid en verspreiding van oorspronkelijke soorten is afgenomen. Dit ondanks dat deze soorten door import en menselijke invloeden worden vervangen door nieuwe soorten – kikkers uit China in de Biesbosch – is de trend dat natuurgebieden steeds meer op elkaar gaan lijken: algemene soorten worden algemener, zeldzame soorten zeldzamer. In deze studies wordt onder ‘oorspronkelijk’ (100 procent biodiversiteit) doorgaans de periode rond 1700 verstaan. De industrialisatie moest toen nog op gang komen en van grootschalige ontginning of inpoldering was nog geen sprake. Omdat het meten van biodiversiteit lastig is, evenals het reconstrueren van de natuur in 1700, verschilt de gemeten biodiversiteit in studies nog weleens met enkele procenten, al komen ze vrijwel allemaal uit rond de 15 procent. next.checkt beoordeelt de stelling daarom als waar.