Ultieme kicks stillen de innerlijke demonen

Nik Wallenda boven de Niagara Falls, Ontario AP/Canadian Press/Frank Gunn

De televisiekanalen Discovery en National Geographic beleven een hausse aan programma’s over durfals. Lichtjes hyperactieve mannen, meestal in stemmig kaki gekleed, laten zich parachuteren boven jungles of toendra’s, of gaan op zoek naar ultragiftig of bijtgraag gedierte in moeras of onderzee. Eén verkeerde stap of onverhoedse beweging, zeggen ze vroeg of laat in de onderhavige aflevering, en de ‘ik’ verdwijnt voorgoed in een peilloze gletsjerspleet, wordt geplet onder een rotsblok of sterft de marteldood door een exotische kruiper.

Wat doe je daar dan ook sufferd!, roep je tegen het beeldscherm. Tot je bedenkt dat er ook een cameraploeg bij is en de man – het zijn altijd kerels – mét de beelden reeds huiswaarts moet zijn gekeerd.

Het zullen wel weer narcistische kermistrucs zijn, was ook de eerste indruk bij het openslaan van IJzeren Wil, de wetenschap achter durfals. Maar het dozijn mannen, die Sander Voormolen, wetenschapsredacteur van deze krant, heeft geportretteerd, blijken meer te zijn dan hedendaagse Houdini’s of andere illusionisten. En er zít steeds een fascinerend verhaal achter, inclusief harde onderbouwing.

Neem Wim Hof, die wereldwijd bekend staat als ‘De IJsman’. Hij presteerde het in de spotlights van de media om slechts gekleed in een zwembroekje langer dan een uur in een bak met ijsklontjes te blijven staan zonder ook maar te rillen. Belangrijker: hij herhaalde zijn sessie in een ijsbad onder strakke wetenschappelijke controle van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen. En daar bleek de man inderdaad over fysieke eigenschappen te beschikken die gerust uitzonderlijk mogen heten.

De controlerend arts stelde vast dat de kerntemperatuur van Hof – de temperatuur van het centrum van de romp die niet onder een bepaalde waarde moet zakken om de dood niet te laten intreden – niet of nauwelijks daalde, terwijl die van zijn huid toch afdaalde naar waarden tussen de vijf en vijftien graden. Ook zijn hartslag bleef bedaard, waar ‘gewone’ mensen bij koude last krijgen van een verhoogde pols.

De vraag die onmiddellijk opkomt is: hebben we hier nu te maken met een freak, iemand met een of andere spectaculair uitpakkende deficiëntie? Maar, er blijken veel meer ‘ijsmannen’ te zijn. En die hebben allemaal gemeen dat ze hun koudebestendigheid aan training en meditatie te danken lijken te hebben.

Zo zijn er ook gevallen van Tibetaanse monniken die bij een bepaalde meditatieoefening hun lichaamstemperatuur zo ver omhoog kunnen jagen dat ze op hun blote huid natte lakens kunnen laten drogen. En ja, exotische voorbeelden zwemen immer naar ‘broodje aap’, maar dit monnikenfenomeen is volgens Voormolen grondig gedocumenteerd.

Voormolen houdt meer uitzonderlijke gevallen tegen het licht. Zo is er de Belg Patrick Musimu die door één maal zijn adem in te houden, vastgebonden aan een gewicht, naar ruim tweehonderd meter diepte duikt. Welke gek doet nu zo iets, denk je. Maar vrijduiken is intussen een officiële sport en ook bij deze tak is het vooral een kwestie van training en techniek als je tot de wereldtop wilt behoren. De truc van Musimu is relatief eenvoudig: hij weet op ingenieuze manier zijn middenoren via de buizen van Eustachius met water te vullen zodat resterend lucht geen pijnlijk drukverschil meer veroorzaakt.

Voormolen beschrijft ook een degenslikker, een ‘ultraloper’ die eenvoudig een etmaal achtereen hardloopt, een koorddanser, een bergbeklimmer die zonder hulpzuurstof naar acht kilometer hoogte klautert, en een blinde die op zijn mountainbike door de natuur manoeuvreert navigerend, op de echo’s van de bandenherrie en van tongklikken.

Aanleg, trainen en techniek zouden dus bijna iedere sterveling in staat moeten stellen om dergelijke opzienbarende fysieke talenten te ontwikkelen. Met uitzondering van de blinde bij wie je een zekere noodzaak kan bespeuren om het ‘zicht’ te verbeteren, blijft de vraag bestaan waarom iemand op driehonderd meter hoogte over een staalkabel wil lopen of een uurtje in een ijsbad wil zitten.

Voormolen is voor het antwoord bij een reeks psychologen en andere duiders te rade gegaan. En wat blijkt? Deze fysiekextremisten willen vooral tot innerlijke rust komen, zelfs innerlijke demonen tot zwijgen te brengen. Hun extreme activiteiten geven een ultieme kick die deze gezochte rust genereert. En daarin zijn ze ook extreem succesvol, want het loopt nooit verkeerd af. Nu ja, bijna nooit. Musimu verdronk vorig jaar in zijn eigen zwembad, waarschijnlijk bij het trainen van het inhouden van zijn adem.