Rebellen pakken grensposten Syrië

Rebellen van het Vrije Syrische Leger hebben gisteren drie grensposten met Turkije en Irak in handen gekregen. Het Syrische leger lijkt zich te concentreren op Damascus.

George Pavlidis is een chauffeur zonder vrachtwagen. Gistermiddag kwam hij terecht in de zware gevechten rond Bab al-Hawa, de meeste westelijke grensovergang tussen Turkije en Syrië. Met zo’n honderd collega’s stond hij middenin de strijd tussen het Vrije Syrische Leger en de troepen van president Bashar al-Assad. „Tanks, helikopters, ik heb alles met eigen ogen gezien. Ik ben naar de Turkse kant van de grens gevlucht. Maar ik hoor dat veel vrachtwagens zijn verbrand. Ik moet terug. Het is mijn leven, weet je.”

Bab al-Hawa is gevallen. Na een strijd van tien dagen slaagden de strijders van het Vrije Syrische Leger er gisteren in de grensovergang in handen te krijgen. De Syrische grensfunctionarissen hebben hun stempels en computers in de steek gelaten, zeggen ze hier aan het gesloten grenshek. „De terroristen hebben de macht nu, daar”, zegt de Griek Pavlidis. Hij is de enige aan de grens die de strijders zo nog noemt. Zijn Arabische collega’s spreken over „soldaten van de vrijheid”. Ze stonden gisteren bovenop de huisjes van de douane. De poster van president Assad, die alle bezoekers aan Syrië vanuit de hemel welkom heet, werd stukgescheurd. Dansend claimden de strijders de overwinning. God was groot. Het werd allemaal op camera vastgelegd en op YouTube geplaatst.

Activisten stellen dat ze ook de grenspost Jarablus in handen hebben, verderop aan de Turks-Syrische grens. En vanuit Irak bevestigen regeringsambtenaren dat sinds gisteren ook de grote grensovergang Abu Kamal, strategisch gelegen op de weg die Damascus met Bagdad verbindt, in handen is van het Vrije Syrische Leger. Dat betekent dat de strijders post hebben gevat op een van de grootste handelsroutes in het Midden-Oosten. Andere grensposten blijven echter open.

De Iraakse regering steunt vooralsnog de regering in Damascus, die deel uitmaakt van de as tussen Iran, Irak en Hezbollah in Libanon.

De grensposten zijn nog steeds speldenknopjes. Na meer dan 16 maanden kan het Vrije Syrische Leger nog geen grote overwinningen claimen. Geen enkele grote stad is in handen van de strijders, hooguit buurten of kleine dorpen. De belangrijkste overwinning in de afgelopen 24 uur staat op naam van Koerdische strijders, die het dorp Kobani in het noordoosten zonder hulp van het Vrije Syrische Leger veroverden. Daar wappert nu de rood-geel-groene vlag van een vrij Syrisch Koerdistan. Maar voor het eerst worden de aanvallen van het FSA centraal gecoördineerd. Nu de strijd zich concentreert rond en in de hoofdstad Damascus, lijkt het Syrische leger andere fronten te veronachtzamen.

De grensposten zijn van grote strategische waarde. De strijders zijn nu nog steeds afhankelijk van smalle smokkelpaden waarover wapens, medicijnen en voedsel naar Syrië worden gestuurd. In tegenovergestelde richting stromen vluchtelingen dagelijks met honderden tegelijk de grens over naar Turkije, waar nu meer dan 40.000 Syrische vluchtelingen in de kampen zitten. „Met de grenspost in onze handen, wordt het makkelijker voor soldaten om te deserteren”, zegt commandant Samadawi (zijn nom de guerre). „In het heetst van de strijd gaven dertig soldaten zich aan ons over. Het beslissende moment nadert.”