Net voor de Olympische Spelen uit de bocht gevlogen

Chris Cleave: Goud. Vertaald door Dennis Keesmaat. Prometheus, 352 blz. € 19,95

Kate en Zoe, twee baanwielrensters aan de vooravond van de Olympische Spelen in Londen. Vriendinnen, maar ook rivalen. Tegengestelde karakters. Zoe is de verbeten, solistische sportvrouw, Kate heeft naast het wielrennen ook nog een gezinsleven. Ze delen een coach, een veteraan die nog één keer een pupil Olympisch goud wil zien winnen. Kate en Zoe moeten onderling uitvechten wie er met de Spelen mee mag doen. En dan is er ook nog Sophie, het dochtertje van Kate, dat aan leukemie lijdt.

Dit zijn de ingrediënten van Goud, de nieuwe roman van Chris Cleave. Drama genoeg, net als in de roman waarmee hij een paar jaar geleden doorbrak, Kleine Bij. Daarin stond de asielzoekersproblematiek centraal, deze keer wil Cleave dat we stilstaan bij zieke kinderen. In het nawoord roept hij zijn lezers op het goede werk van een Londens kinderhospitaal te steunen, en wie kan daar iets tegen hebben? Cleave schrijft nu eenmaal niet voor lezers die hun romans graag wat ambivalenter hebben en het niet erg vinden om met vragen te blijven zitten. En het portret van het zieke meisje is ontroerend genoeg. De volwassen personages zijn daarentegen zetstukken met lekker contrasterende eigenschappen.

Maar dat is nog niet het ergste. Het lijkt erop dat Cleave het literaire gehalte van zijn tekst heeft willen vergroten. Dat had hij kunnen doen door zijn personages wat ambivalenter te maken, maar Cleave dacht blijkbaar dat het zijn boek zou helpen als hij hier en daar onalledaagse en pretentieuze frasen invoegde. En dus schenkt hij ons plechtstatige regels als: ‘Kate zag dat de waaiers van de ventilator hun onzichtbaarheid prijsgaven terwijl ze langzaam tot stilstand kwamen.’

Dat is nog geen doodzonde, maar als Cleave zich aan metaforen waagt, wordt het erger. De solitaire Zoe vraagt zich af of ze geen kinderen moet krijgen, ‘ondanks het overweldigende bewijs dat kinderen bodemloze, galmende putten van behoefte waren waarin uitgeputte vrouwen als deze, haar beste vriendin Kate, voortdurend dappere steentjes van zekerheid gooiden en ongerust op een plons wachtten die nooit kwam’.

En dan deze: ‘Onder de opluchting hing Zoe’s hart nog steeds in het prikkeldraad dat haar vriendin tussen hen in had gespannen.’ Wat?! O, het is een metafoor, de vriendinnen hebben net ruzie gehad. Als het géén vergelijking was, ja, dan hadden we een interessanter verhaal te pakken.