Met raketsnelheid over de thuisplaat

Iedere jonge werper droomt van een carrière in Amerika. Daar geldt: hoe harder, hoe beter. Nederlandse talenten gooien beduidend langzamer dan hun leeftijdgenoten.

Een jonge werper is altijd op zijn hoede. Hij moet de handgebaren van zijn catcher goed interpreteren, maar ook het veld in zijn rug scherp in de gaten houden. Vervolgens kijken, werpen en hopen dat de bal met raketsnelheid over de thuisplaat scheert. Een fluwelen curve is dan mooi meegenomen, maar de rapheid van de bal beslist uiteindelijk over een toekomst in het beloofde honkballand.

Iedere wedstrijddag zit in Haarlem weer een legertje scouts met snelheidsmeters vooraan de tribune. Voor diverse Amerikaanse teams is de Haarlemse Honkbalweek als vanouds het ideale moment om nieuwe talenten te ontdekken. Even richten met de radar gun, de exacte werpsnelheid aflezen en vlug noteren. Zo nu en dan volgt een voorzichtig uitroepteken achter de naam van een interessant talent.

Bij afwezigheid van enkele in Amerika spelende internationals ruiken jonge talenten uit het Nederlands team hun kans in Haarlem. Ze tonen vol bravoure hun kwaliteiten. Maar in de wedstrijd van gisteren tegen de Verenigde Staten, een team dat louter bestaat uit college-spelers, lukte dat niet. Nederland verloor met 1-0 door een score van Austin Cousino (19), eerstejaars aan de University of Kentucky. Zijn moeder had de trip van haar zoon aangegrepen om familie in Amsterdam te bezoeken.

„Die Amerikaanse jongens”, zegt Martijn Nijhoff, talentcoach bij de Nederlandse honkbalbond, „gooien als ze achttien jaar zijn 10 mijl [circa 16 kilometer per uur] harder dan onze talenten. Dat zijn de harde feiten. Ze hebben in de VS ook vaak warmer weer. Daardoor herstellen ze beter en maken ze dus meer uren.”

Nijhoff wil zich daar niet langer bij neerleggen. „We zijn op zoek naar andere trainingsmethoden.” Daarom verbleef hij dit jaar met zijn werpers in het Performance Centre van voetbalclub Ajax om unieke 3D-beelden te maken.

Aan de VU in Amsterdam onderzoeken wetenschappers of speciale training van het middenrif – en dus niet van de belangrijk geachte armspier – de kloof met de Amerikaanse werpers kleiner kan maken. Nijhoff verwacht dat Nederlandse werpers door het onderzoek efficiënter en met een hogere snelheid gaan gooien.

„Natuurlijk is een goede basissnelheid onontbeerlijk”, vertelt oud-international Bart Volkerijk, vorige maand door werper Bram Cordemans, de routier in de huidige selectie, onttroond als recordhouder met het meeste overwinningen in de nationale competitie. „Maar wat is er mis met een goede slider of curveball? In de absolute top maak je juist het verschil door een arsenaal aan uitstekende werptechnieken.”

Het is ook nog maar de vraag of de noeste trainingsarbeid in alle gevallen positief uitpakt. In Amerikaanse media verschijnen al enige tijd alarmerende berichten over het toenemende aantal jonge werpers met een zogenaamde Little League elbow. Die naam verwijst naar een organisatie uit Pennsylvania die over de hele wereld jeugdtoernooien organiseert. De voortdurend repeterende bovenhandse worp kan voor voor veel schade aan het ellebooggewricht zorgen.

Werpen is in fysiek opzicht veruit de meest belastende handeling in het honkbal. Na elke wedstrijd is gemiddeld drie dagen rust vereist. Toch denkt Steve Janssen, pitching coach bij het Nederlands team, dat de meeste blessures worden veroorzaakt bij het simpele overgooien. „Dan ben je niet voorbereid. Werpen is belastend op maximale inspanning, maar een beetje topsporter kent zijn lichaam en kan zijn conclusies trekken.”

De supporters in Haarlem houden de stemming er dezer week ondanks het slechte weer goed in. Op de tribunes van Pim Mulier Stadion geen grote bakken popcorn of halve literbekers cola. Wel wordt Goudse kaas aangesneden en onder het publiek uitgedeeld. Geheel tot verbazing van enkele scouts uit Nebraska, die denken hiervoor te moeten betalen. Enkele melige Haarlemmers bieden hun even later ook nog gratis koffie-wodka aan.