Ik wist niet dat topsport je zo kan raken

Floortje Engels (30) is reservekeepster van het Nederlands hockeyteam in Londen. Ze mag meetrainen, maar verblijft buiten het olympisch dorp.

Een zonnige maandagmiddag, begin juli. Locatie: het luxueuze Bilderberg-hotel in Oosterbeek. Max Caldas, bondscoach van de Nederlandse hockeysters, zit in de loungeruimte een krant te lezen. Een paar tafels verderop zit ik te wachten op keepster Floortje Engels. Als zij komt aanlopen, schieten haar krachtige blauwe ogen door de ruimte. In de hoek ziet ze Caldas. Na het voorstellen vraagt ze meteen of we ergens anders kunnen gaan zitten. „Ik heb geen geheimen voor hem. Maar het praat niet zo relaxed”, verklaart Engels later.

Een maand geleden kreeg Engels (30) van Caldas te horen dat ze tijdens de Olympische Spelen in Londen reservekeepster is. Het wordt het derde grote toernooi waar Engels (45 interlands) tweede keus is. Caldas geeft in Londen de voorkeur aan de negen jaar jongere Joyce Sombroek. Net als bij de Spelen in 2008 moet Engels in een hotel buiten het olympisch dorp verblijven, samen met verdedigster Caia van Maasakker.

In Londen is Engels als ‘back-up keepster’ ver verwijderd van de ‘intieme kring’ van het nationale team. Ze zal het hockeytoernooi – dat 29 juli begint – als halve buitenstaander moeten beleven. Ze ziet haar ploeggenoten alleen bij de trainingen. Tijdens wedstrijden moet ze op de tribune plaatsnemen. De bondscoach koos voor deze constructie, omdat de reserves tijdens het toernooi een „totaal andere spanningsboog” hebben, zei Caldas in de Volkskrant. In de voorbereiding werden de reserves wel volledig betrokken bij het team.

Engels leefde de afgelopen jaren toe naar de Olympische Spelen, waar de Nederlandse hockeyvrouwen één van de topfavorieten zijn voor het goud. Na de Spelen in Peking, waar Engels als reserve geen medaille en geen prijzengeld kreeg, leek ze de onbetwiste eerste doelvrouw te worden. ‘Londen’ was het droomdoel voor de keepster van de Utrechtse hockeyclub Kampong. Maar opeens was daar in 2010 de jonge, talentvolle Joyce Sombroek. Engels – die bekendstaat om haar soms onmogelijke reddingen – verloor de concurrentiestrijd. Engels zal alleen in actie komen tijdens de Spelen als Sombroek zwaar geblesseerd raakt.

Voelt het alsof je voorbijgestreefd bent door een jonkie?

„Ja, een jong talent. Dikke pech dat ze niet twee jaar later is geboren. Wat kan ik erover zeggen?”

Hoop je dat Sombroek een blessure oploopt?

„Nee. Dat is de vraag die iedereen stelt, en ik vind het een schijtvraag. Ik kan er helemaal niks mee. Zo werkt het niet. Als ik dat zou denken, vind ik niet dat ik bij de ploeg mag zitten. Als er iets gebeurt, zal ik er staan. Ik hou er 100 procent rekening mee dat ik toch moet spelen, dat is de reden dat ik naar Londen ga. Ik ben op een heel rare manier onderdeel van de groep, het wordt bikkelen om voor mijn gevoel toch bij de groep te blijven horen.”

De ondergrens van Sombroek ligt hoger dan die van Engels, zei Caldas.

„Het is teleurstellend als iemand dat over je zegt.”

Begrijp je de keuze?

„Ik denk dat ik een bepaalde meerwaarde heb ten opzichte van Joyce, vooral op het gebied van ervaring en coaching. Maar het maakt niet uit of ik het eens ben met zijn keuze. Ik heb me gecommitteerd aan zijn mening, en die is subjectief. Max kiest wie hij het beste vindt. Ik ben deze open strijd aangegaan, dus moet ik nu ook accepteren dat die niet in mijn voordeel uitpakt.”

Vrijdag 15 juni werd de selectie bekend.

„Ik kreeg om 19.20 uur een telefoontje van Max. Dat gesprek duurde korter dan een minuut. Natuurlijk ben je dan mega teleurgesteld, het doet gewoon pijn. Ja, ik heb gehuild. En ik heb die avond een bierflesje kapotgegooid. Ik ben gaan hardlopen, omdat ik superkwaad was. Je bent met vlagen hartstikke pissig. Het is iets waar je heel lang naartoe werkt, waar je acht jaar lang alles voor hebt gedaan. De teleurstelling sloeg snel om in een vraag: moet ik wel doorgaan? Daar heb ik een week over nagedacht, dag en nacht ben ik ermee bezig geweest.”

Wat was de reden om door te gaan?

„Ik wil mezelf de olympische ervaring niet ontzeggen. En ik heb het gevoel dat ik kan bijdragen aan dit team. We zijn al twee jaar zo hard aan het werk voor dit doel, het voelt gek om dat niet af te maken. Ja, het is ook loyaliteit. Simpel gezegd: voor mezelf hoef ik niet door. Voor mij is het ergens gewoon klaar. Natuurlijk draag ik als reserve bij, en ben ik in trainingen belangrijk, maar ik wil gewoon spelen. Maar dat mag niet, in eerste instantie houdt het dan op. Ik stond voor een onmogelijke keuze: of reserve, of stoppen. Uiteindelijk voel ik me zo verbonden met de groep en het proces, dat ik doorwil.”

Had je niet harder moeten zijn en met de vuisten op tafel moeten slaan: ik ben eerste keeper, of ik stop.

„Ik had mijn grenzen beter kunnen aangeven bij Max. Ik ben eerder meegaand dan dat ik de confrontatie aanga.”

Hoe is je band met Sombroek?

„Joyce en ik zijn teamgenootjes, geen vriendinnetjes. We zijn verschillend, in leeftijd en in persoonlijkheid. De situatie is voor mij lastig, waardoor ik nu iets stugger ben. Maar ik moet me in dienst stellen van haar. Ik moet er alles aan doen om haar zo goed mogelijk te laten presteren in Londen. Hoe? Door samen scherp te trainen, aanwijzingen te geven waar nodig en samen spelsituaties door te nemen.”

Op het WK in 2010 in Argentinië koos de toenmalige bondscoach Herman Kruis ook voor Sombroek, en zat jij op de tribune.

„Toen was het moeilijker te verwerken dan nu. Ik zat al zes jaar bij het Nederlands elftal, Joyce net drie maanden, en werd ineens gekozen. Herman ging daarin voorbij aan alles wat ik had opgebouwd bij de nationale ploeg. Dat vond ik heel pijnlijk. Dat is mijn grootste teleurstelling ooit geweest. Dat topsport je als mens zo ontzettend kan raken, vind ik fascinerend. Ik was kapot van zijn keuze. Nu heb ik er twee jaar lang naartoe gewerkt, en kon het beide kanten op. Maar dat WK was mijn WK.”

Zien we je na de Olympische Spelen nog terug als international?

„Ik ben 30, zit acht jaar bij het Nederlands elftal. Heb nu weer de Spelen niet gehaald. Ik wil me ook graag meer op mijn maatschappelijke carrière als kinderfysiotherapeut gaan richten.”

En geen eeuwige reserve.

„Ik ben landskampioen, aanvoerder en twee keer Europees kampioen! Natuurlijk ben ik teleurgesteld dat ik geen groot international toernooi heb mogen spelen, maar ik heb nergens spijt van. Het heeft me veel gebracht. Sterker nog: misschien heeft dit me wel meer gebracht dan wanneer ik alles zou hebben gespeeld. Ik heb veel geleerd van de tegenslagen. Hoe je ermee omgaat, wat ik zelf belangrijk vind, waar je eigenwaarde ligt en hoe het is om beoordeeld te worden door anderen. Dat heeft me krachtiger gemaakt, weerbaarder. Ik ben niet afhankelijk van de mening van anderen. Ik denk dat ik daar over dertig jaar nog steeds wat aan heb.”