Iemand moet de lijst duwen

Een Bekende Nederlander op de kandidatenlijst levert soms extra aandacht op. Maar niet veel extra stemmen.

Ze staan op de kieslijst maar willen meestal de Kamer niet in: de lijstduwers. Het zijn bekende mensen – ondernemers, acteurs, wethouders, schrijvers. Om zwevende kiezers te verleiden op de partij te stemmen.

Waarom doen ze het? En belangrijker: leveren ze extra stemmen op?

De Partij voor de Dieren doet het meest haar best als het om lijstduwers gaat. Bij de Kamerverkiezingen van 2006 prijkte een heel rijtje prominenten op de lijst, onder wie Kees van Kooten, Jan Wolkers en Georgina Verbaan. Volgens partijvoorzitter Luuk Folkerts heeft het de partij veel naamsbekendheid opgeleverd. „Toen we nog niet in de Kamer zaten kende niemand ons. Door al die bekende Nederlanders stonden we opeens in de belangstelling.” Dit jaar is internetmiljonair Jan-Peter Cruiming de lijstduwer. Het is zijn taak ondernemers naar de partij te trekken. „Die stemmen vaak klakkeloos VVD”, zegt hij. „Als lijstduwer kan ik hun beeld van de Partij van de Dieren beïnvloeden.”

GroenLinks strikte Andrée van Es, wethouder in Amsterdam en oud-fractievoorzitter van de PSP. „Ik ben de enige op de lijst die anderen de Kamer in moet duwen, en niet mijzelf.” Veel hoeft ze er niet voor te doen. „Ik zie het als een openbare aanbeveling om op GroenLinks te stemmen.”

Bij het CDA doen ze niet aan BN’ers onderaan de lijst. „Wij zetten onze toppers bovenaan”, zegt een partijwoordvoerder. Toch heeft het CDA enkele wethouders op de lijst staan die niet direct een Kamerzetel ambiëren, zoals de populaire Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge. „Hij is onze troef”, zegt de woordvoerder.

Historicus Maarten van Rossem is lijstduwer voor de PvdA. Zijn taak? „Er is maar één ding dat ik goed kan, en dat is toespraken houden.” Wat hij daarin verkondigt is aan hem zelf, zegt hij. „Het is bekend dat ik op sommige punten een andere mening heb dan de partij. Maar niemand heeft mij verteld dat ik mij aan de partijstandpunten moet houden.”

Ook vult de PvdA iedere kieslijst aan met vijf regionale prominenten. Op de lijst in Den Haag staan Jeltje van Nieuwenhoven en Jan Pronk. In Limburg kan gestemd worden op Pinkpopbaas Jan Smeets.

Bekende Nederlanders op de lijst, werkt het wel? „Hooguit een beetje”, zegt politicoloog Marcel Boogers van de Universiteit Tilburg. „De gemiddelde kiezer is verstandig genoeg om te weten dat die prominenten nooit van plan zijn om namens die partij in de Kamer te gaan zitten.” Wie de officiële stemuitslagen bekijkt, komt tot dezelfde conclusie: de meeste lijstduwers leveren nauwelijks stemmen op.

Oud-FNV-voorzitter Lodewijk de Waal kreeg 755 stemmen als PvdA-lijstduwer bij de verkiezingen in 2010. Cabaretier Vincent Bijlo bezorgde GroenLinks er in 2006 1.222. Op negen à tien miljoen kiezers is dat verwaarloosbaar. Enkel bij de Partij voor de Dieren, met de bijna twintig lijstduwers, was wat te merken: bijna 16.000 stemmers kozen in 2006 voor een van die lijstduwers, 9 procent van alle PvdD-kiezers.

De tactiek van het CDA om wethouders onderaan de lijst te plaatsen, lijkt al helemaal niet te werken. In 2010 stond Mona Keijzer, nu de nummer 2, als wethouder van Purmerend onderaan de lijst. Ze kreeg 169 stemmen.

„Met een lijstduwer neem je wel een risico”, zegt Boogers. „Het zijn mensen die zich weinig aantrekken van partijdiscipline. Dat is riskant.” Ze kunnen hun partij in de problemen brengen, zoals Maarten ’t Hart deed. In 2006 was hij lijstduwer voor de Partij voor de Dieren. Partijleider Marianne Thieme bleek belijdend lid te zijn van de Zevendedagsadventisten. „Een religieuze sekte”, oordeelde ’t Hart een jaar later. Hij vond dat ze moest opstappen.

Hoe riskant ook: partijen die een goede lijstduwer willen, moeten vooral een Bekende Nederlander op de lijst zetten, adviseert Boogers. „Het zal ze geen zetels opleveren, maar voor de naamsbekendheid van de partij kan het geen kwaad. Bovendien: de onderkant van je lijst moet ook worden gevuld.”