Europees hof tegen vrouwenbeleid SGP

De Nederlandse staat moet een einde maken aan het verbod bij de orthodox-christelijke SGP op vrouwelijke kandidaten. Dat is het gevolg van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het hof verwerpt het beroep dat de SGP had aangespannen tegen een uitspraak van de Hoge Raad. Die oordeelde dat de SGP zich schuldig maakte aan een verboden onderscheid tussen man en vrouw door vrouwen uit te sluiten van haar kandidatenlijsten. De Europese rechters onderschrijven nu dat standpunt.

De Hoge Raad had in zijn uitspraak de Nederlandse overheid bevolen om een einde te maken aan deze volgens het VN-Vrouwenverdrag verboden discriminatie bij de SGP. Maar de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Piet Hein Donner (CDA), wilde eerst de uitspraak van het Europees mensenrechtenhof afwachten. Zijn opvolger, Liesbeth Spies, beraadt zich nu op de gevolgen van de uitspraak, zegt een woordvoerder van de minister.

De SGP heeft altijd betoogd dat het aanpassen van haar vrouwenstandpunt een onaanvaardbare inbreuk is op de vrijheid van religie en de vrijheid van vergadering. Maar volgens de Hoge Raad is een dergelijke inbreuk aanvaardbaar, omdat alle politieke partijen zich aan de wet en de fundamentele beginselen van de democratische rechtsstaat moeten houden bij het in de praktijk brengen van hun ideologische of religieuze overtuigingen.

Door vrouwen als kandidaten uit te sluiten doet de SGP dat niet.

Voor de minister van Binnenlandse Zaken ligt de zaak zeer gevoelig, wat ook bleek uit de poging van Donner om ingrijpen uit te stellen. Ingrijpen van de staat in het reilen en zeilen van een politieke partij is zeer ongebruikelijk.

De SGP zegt in een eerste reactie dat zij de uitspraak van het Europees hof „zeer betreurt” en dat die „verstrekkende gevolgen kan hebben, niet alleen voor de SGP”.