Duitse vertaler: 'Soms zei Voskuil: zo zou Beerta dat nooit hebben gezegd'

Morgen verschijnt de Duitse vertaling van J.J. Voskuils Het Bureau, deel een. Gerd Busse werkte er jaren aan. „Ik werkte zelf bij een instituut dat lijkt op Het Bureau.”

Vertaler Gerd Busse is dertien jaar geleden begonnen om Duitse uitgevers ervan te overtuigen Das Büro uit te geven. Morgen, zaterdag 21 juli, verschijnt de Duitse vertaling van deel een van Het Bureau van J.J. Voskuil. Geen enkele uitgeverij durfde het aanvankelijk aan om een roman van zeven delen uit te geven van een in Duitsland onbekende schrijver. „Voskuil moet je niet in het Duits vertalen”, zei Christoph Buchwald, de voormalige directeur van Suhrkamp Verlag, zelfs in deze krant. C.H. Beck uit München liet zich een paar jaar geleden wel overtuigen, maar is pas bereid om de andere delen te publiceren als het eerste deel van het werk, Direktor Beerta, een verkoopsucces wordt. Het boek wordt gepromoot als ‘De moeder aller kantoorromans’ op de speciale website www.das-büro-der-roman.de die uitgever Beck voor het boek maakte.

Waar komt uw liefde voor Het Bureau vandaan?

„Ik was meteen gegrepen toen ik het eerste deel las in 1998. Het is ontzettend goed geschreven en het is heel herkenbaar. Van huis uit ben ik sociale wetenschapper. Toen ik Meneer Beerta las, werkte ik zelf bij een instituut dat te vergelijken is met het bureau waar Maarten Koning werkte, de Sozialforschungsstelle in Dortmund. Types zoals Balk, juffrouw Haan en Bart Asjes kom je overal tegen. Ook de situaties waren heel herkenbaar: de eindeloze vergaderingen, de zinloosheid van sommige projecten, de machtsspelletjes en zelfs de kaarten die getekend moesten worden. Ik werkte daar aan een kaart van het euregionale beroepsonderwijs. Maarten Koning en zijn collega’s tekenden kaarten over het jaarvuur en de nageboorte van het paard.”

Bent u onvertaalbare woorden tegen gekomen?

„Het woord ‘mieters’ dat Voskuil zo vaak gebruikt vond ik lastig. Een goede Duitse vertaling zou ‘geil’ zijn. Mieters is afgeleid van sodomieten en heeft net zo’n seksuele connotatie als geil, maar dat woord komt uit de jaren vijftig, terwijl mieters uit de jaren twintig stamt. Uiteindelijk heb ik voor ‘toll’ gekozen. Dat deed me wel een beetje pijn, want dat is het niet helemaal.”

Kent ‘Het Bureau’ situaties die voor Duitse lezers niet herkenbaar zijn?

„Van de typisch Nederlandse kantoortaal moest ik net zo’n mooie Duitse kantoortaal zien te maken. Maar dat is meer een kwestie van techniek en ervaring dan van onoverbrugbare cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland. Soms moest ik wel wat opzoeken over oude televisieprogramma’s. Overigens bleek 99 procent van wat Voskuil schrijft te kloppen met wat ik vond tijdens dat opzoekwerk. Hij was heel nauwkeurig.”

Wat heeft u met het dialect gedaan dat tijdens de interviews met boeren wordt gesproken?

„Voskuil heeft me eens verteld dat hij zelf geen dialect sprak en maar iets heeft verzonnen. Toen hebben we afgesproken dat ik ook de vrijheid zou nemen om de passages in dialect op een begrijpelijke manier in het Duits te vertalen. Ik heb gekozen voor een wat opgeleukt Plat-Duits uit de buurt rond Cloppenburg, de streek waar ikzelf vandaan kom. Maar het is wel Plat-Duits waarvan de herkomst niet zonder meer te traceren is.”

U heeft Han Voskuil en zijn vrouw Lousje regelmatig ontmoet. Waren deze ontmoetingen nuttig voor de vertaling?

„Zeker. Rond 2000 ben ik met een vertaling van 50 pagina’s uit Het Bureau voor het Letterenfonds begonnen. Ik heb deze vertaling met Voskuil besproken om erachter te komen of ik wel de juiste toon had getroffen. Soms zei hij: ‘Zo zou Beerta dat nooit hebben gezegd’. Het eerste deel heeft Voskuil bijna helemaal gelezen voor zijn dood en geautoriseerd.”

Wanneer verschijnt het tweede deel?

„Dat hangt af van het succes van Direktor Beerta. De voorverkoop loopt erg goed. Er zijn al een paar duizend bestellingen via de webshop van C.H. Beck binnengekomen.”

www.das-büro-der-roman.de

Fragment uit Duitse vertaling ‘Het Bureau’

„Setzen Sie sich”, sagte Beerta gemessen.

Veerman zog einen Stuhl unter dem Tisch hervor und stellte ihn direkt vor Beerta, so dass sie fast Knie an Knie saßen. „Ich habe Sie ein paarmal vergeblich gesucht.”

„Ich war nicht da.” „Das habe ich gemerkt. Aber Sie hätten da sein müssen.” Veerman reagierte nicht. Als Maarten sich umdrehte, sah er, dass er seinen Kopf etwas nach vorn geschoben hatte und rot geworden war.

„Sie wissen, dass wir eine Dreiviertelstunde Mittagspause haben, und nicht anderthalb, wie Sie das gelegentlich machen.”

Veerman war nun puterrot. Es war beängstigend, zu sehen, wie die Wut sich in seinem Kopf aufstaute. „Und wer sagt das?”, brach es aus ihm hervor.

„Ich sage das”, sagte Beerta ungerührt. „Und was gibt Ihnen das Recht dazu?”

„Das ist meine Pflicht.” „Das ist Ihre Pflicht!”, wiederholte Veerman wütend. „Wissen Sie eigentlich, wer hier vor Ihnen sitzt?” Er schob seinen Kopf noch weiter nach vorn, so dass seine Nase fast die von Beerta berührte, der jedoch nicht zurückwich. „Vor Ihnen sitzt ein Genie, Herr Beerta! Und Genies tadelt man nicht, wenn sie zu spät kommen.”

„Da bin ich anderer Meinung, Herr Veerman. Auch Genies müssen pünktlich sein.”

„Genies haben ihre eigene Zeit!”, rief Veerman wütend.

Maarten hatte aufgehört zu arbeiten. Er beobachtete die Szene, bereit, zu Hilfe zu eilen, wenn es nötig sein sollte, auch wenn er keine Ahnung hatte, wie er das bewerkstelligen sollte.

J.J. Voskuil ‘Das Büro. Direktor Beerta’ Vertaling Gerd Busse

Oorspronkelijk fragment 'Het Bureau

‘Gaat u zitten,’ zei Beerta afgemeten. Veerman trok een stoel onder de tafel vandaan en plaatste die recht tegenover hem, zodat ze bijna knie aan knie zaten. ‘Ik heb u een paar keer vergeefs gezocht.’

‘Ik was er niet.’

‘Dat heb ik gemerkt. Maar u hoorde er wel te zijn.’ Veerman reageerde daar niet op. Toen Maarten omkeek, zag hij dat hij zijn hoofd wat naar voren had gebracht en rood was geworden.

‘U weet dat wij drie kwartier tussen de middag hebben en geen anderhalf uur zoals u er ook wel eens van maakt.’ Veerman was nu paarsrood. Het was beangstigend om te zien hoe de woede zich in zijn hoofd opkropte. ‘En wie zegt dat?’ barstte hij uit.

‘Dat zeg ik,’ zei Beerta onbewogen. ‘En wat geeft u daartoe het recht?’ ‘Dat is mijn plicht.’

‘Dat is uw plicht!’ herhaalde Veerman woedend. ‘Weet u wel wie hier tegenover u zit?’ Hij bracht zijn hoofd nog verder naar voren, zodat ze bijna neus aan neus kwamen, maar Beerta week niet terug. ‘Hier tegenover u zit een genie meneer Beerta. En genieën berispt men niet als ze te laat zijn.’ ‘Dat ben ik niet met u eens, meneer Veerman. Genieën moeten ook op tijd zijn.’

‘Genieën hebben hun eigen tijd!’ riep Veerman woedend. Maarten was opgehouden met werken. Hij keek toe, klaar om te hulp te komen als dat nodig mocht zijn, al had hij geen idee hoe dat zou moeten.

J.J. Voskuil ‘Het Bureau. Meneer Beerta’