Duitse vertaler: ‘Soms zei Voskuil: zo zou Beerta dat nooit hebben gezegd’

Morgen verschijnt de Duitse vertaling van J.J. Voskuils Het Bureau, deel een. Gerd Busse werkte er jaren aan. „Ik werkte zelf bij een instituut dat lijkt op Het Bureau.”

J.J. Voskuil in 2008. Foto Vincent Mentzel

Vertaler Gerd Busse is dertien jaar geleden begonnen om Duitse uitgevers ervan te overtuigen Das Büro uit te geven. Morgen, zaterdag 21 juli, verschijnt de Duitse vertaling van deel een van Het Bureau van J.J. Voskuil. Geen enkele uitgeverij durfde het aanvankelijk aan om een roman van zeven delen uit te geven van een in Duitsland onbekende schrijver. „Voskuil moet je niet in het Duits vertalen”, zei Christoph Buchwald, de voormalige directeur van Suhrkamp Verlag, zelfs in deze krant. C.H. Beck uit München liet zich een paar jaar geleden wel overtuigen, maar is pas bereid om de andere delen te publiceren als het eerste deel van het werk, Direktor Beerta, een verkoopsucces wordt. Het boek wordt gepromoot als ‘De moeder aller kantoorromans’ op de speciale website www.das-büro-der-roman.de die uitgever Beck voor het boek maakte.

Waar komt uw liefde voor Het Bureau vandaan?

„Ik was meteen gegrepen toen ik het eerste deel las in 1998. Het is ontzettend goed geschreven en het is heel herkenbaar. Van huis uit ben ik sociale wetenschapper. Toen ik Meneer Beerta las, werkte ik zelf bij een instituut dat te vergelijken is met het bureau waar Maarten Koning werkte, de Sozialforschungsstelle in Dortmund. Types zoals Balk, juffrouw Haan en Bart Asjes kom je overal tegen. Ook de situaties waren heel herkenbaar: de eindeloze vergaderingen, de zinloosheid van sommige projecten, de machtsspelletjes en zelfs de kaarten die getekend moesten worden. Ik werkte daar aan een kaart van het euregionale beroepsonderwijs. Maarten Koning en zijn collega’s tekenden kaarten over het jaarvuur en de nageboorte van het paard.”

Bent u onvertaalbare woorden tegen gekomen?

„Het woord ‘mieters’ dat Voskuil zo vaak gebruikt vond ik lastig. Een goede Duitse vertaling zou ‘geil’ zijn. Mieters is afgeleid van sodomieten en heeft net zo’n seksuele connotatie als geil, maar dat woord komt uit de jaren vijftig, terwijl mieters uit de jaren twintig stamt. Uiteindelijk heb ik voor ‘toll’ gekozen. Dat deed me wel een beetje pijn, want dat is het niet helemaal.”

Kent ‘Het Bureau’ situaties die voor Duitse lezers niet herkenbaar zijn?

„Van de typisch Nederlandse kantoortaal moest ik net zo’n mooie Duitse kantoortaal zien te maken. Maar dat is meer een kwestie van techniek en ervaring dan van onoverbrugbare cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland. Soms moest ik wel wat opzoeken over oude televisieprogramma’s. Overigens bleek 99 procent van wat Voskuil schrijft te kloppen met wat ik vond tijdens dat opzoekwerk. Hij was heel nauwkeurig.”

Wat heeft u met het dialect gedaan dat tijdens de interviews met boeren wordt gesproken?

„Voskuil heeft me eens verteld dat hij zelf geen dialect sprak en maar iets heeft verzonnen. Toen hebben we afgesproken dat ik ook de vrijheid zou nemen om de passages in dialect op een begrijpelijke manier in het Duits te vertalen. Ik heb gekozen voor een wat opgeleukt Plat-Duits uit de buurt rond Cloppenburg, de streek waar ikzelf vandaan kom. Maar het is wel Plat-Duits waarvan de herkomst niet zonder meer te traceren is.”

U heeft Han Voskuil en zijn vrouw Lousje regelmatig ontmoet. Waren deze ontmoetingen nuttig voor de vertaling?

„Zeker. Rond 2000 ben ik met een vertaling van 50 pagina’s uit Het Bureau voor het Letterenfonds begonnen. Ik heb deze vertaling met Voskuil besproken om erachter te komen of ik wel de juiste toon had getroffen. Soms zei hij: ‘Zo zou Beerta dat nooit hebben gezegd’. Het eerste deel heeft Voskuil bijna helemaal gelezen voor zijn dood en geautoriseerd.”

Wanneer verschijnt het tweede deel?

„Dat hangt af van het succes van Direktor Beerta. De voorverkoop loopt erg goed. Er zijn al een paar duizend bestellingen via de webshop van C.H. Beck binnengekomen.”

www.das-büro-der-roman.de