De ziekenhuizen klagen maar ze wilden het zelf

Ziekenhuizen vinden dat verzekeraars te veel dwang uitoefenen, maar ze hebben zelf een akkoord voor beperkte groei getekend, schrijft Roger van Boxtel.

‘Zorgverzekeraars hebben een te grote machtspositie.’ ‘Zorgverzekeraars letten niet op zorgkwaliteit, maar vooral op de centen.’ ‘Zorgverzekeraars stellen zich op als toezichthouder.’ Dit is een greep uit de berichtgeving over zorgverzekeraars van de laatste tijd.

Het is wennen dat zorgverzekeraars de rol die zij in 2006 hebben gekregen bij de invoering van de basisverzekering actiever invullen – dat wij onze verantwoordelijkheid tegenover onze klanten, en de samenleving als geheel, serieus nemen.

Onze klanten betalen premiegeld aan ons, in het vertrouwen dat wij hiermee goede zorg inkopen, tegen een redelijke prijs. Vinden klanten dat we dit niet goed genoeg doen, dan stappen ze over. Dit is het stelsel waarvoor we in 2006 met elkaar hebben gekozen. Onze rol in dit stelsel begint langzaam maar zeker steeds meer vorm te krijgen.

Door de voorkeur te geven aan bepaalde medicijnen hebben we de kosten van de zorg aanzienlijk verlaagd, bij gelijkblijvende kwaliteit. We werken nu aan verdere afspraken met ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg en andere sectoren, voor goede zorg die voor iedereen betaalbaar en beschikbaar is.

Dit gaat niet vanzelf. Steeds stijgende zorgkosten leggen een groot beslag op publiek geld. Van dit belastinggeld betaalt de samenleving veiligheid, onderwijs en zorg. De zorgkosten zijn 90 miljard euro (bron: CBS), waarvan 23,6 miljard voor ziekenhuiszorg. Dit bedrag loopt elk jaar verder op en wordt op termijn domweg onbetaalbaar. Het is dus tijd om de kosten voor de zorg minder hard te laten stijgen, vinden de zorgverzekeraars, minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) en de ziekenhuizen. Deze drie partijen hebben eendrachtig een hoofdlijnenakkoord getekend en afgesproken dat de ziekenhuiskosten de komende jaren met niet meer dan 2,5 procent mogen groeien.

Zorgverzekeraars hebben deze afspraken vertaald in contracten waarin deze groeibeperking is opgenomen. Vervolgens voelen de ziekenhuizen zich onder druk gezet. Zij zien het contract als dwangmiddel. Zonder ondertekening kunnen ze niet declareren. De ziekenhuizen vragen betaling van uitgevoerde behandelingen. Sommige zorgverzekeraars geven dat wel, andere niet. Hebben we dan een te grote machtspositie? Nee. Zonder contract lopen ziekenhuizen inderdaad snel tegen hun financiële grenzen aan, maar zonder contract hebben zorgverzekeraars ook een probleem. We hebben immers zorgplicht.

Ziekenhuizen mopperen dat zorgverzekeraars zich opstellen als toezichthouders. Wij willen ons bemoeien met het bestuur van het ziekenhuis en praten met hun toezichthouders. Dit is niet onredelijk. Wij gaan niet op de stoel van de ziekenhuisbestuurder zitten, maar onze klanten vertrouwen erop dat wij goede zorg hebben ingekocht. Wij willen zeker weten dat de kwaliteit goed is, dat het ziekenhuis continuïteit kan bieden en dat de werkverhoudingen goed zijn. Dit zijn normale eisen voor een inkopende partij. Wij willen weten dat wij zaken doen met een betrouwbare en gedegen partner. Onze klanten verwachten dit terecht ook van ons.

Een aantal ziekenhuizen geeft ons weinig inzicht. Wij hebben eind 2011 bij alle ziekenhuizen opgevraagd welke prijzen zij zullen hanteren voor 2012. De ziekenhuizen die deze zogenoemde DOT-tarieven medio 2012 hebben ingediend, zijn op één hand te tellen. Veel ziekenhuizen zijn terughoudend in het verstrekken van informatie over de kwaliteit en nemen weinig initiatief om de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord vorm te geven.

Ziekenhuizen zeggen dat zorgverzekeraars het alleen maar hebben over kosten. Dan vraag ik me af: in wat voor tijd en wereld leven we? Er is een economische crisis. Iederéén heeft het alleen maar over kosten. Hoe kunnen sommige ziekenhuizen vasthouden aan groeimodellen van 10 procent, in een tijd dat iedereen meer met minder moet doen? Bovendien zijn ze medeondertekenaar van het convenant waarin we die groeibeperking hebben afgesproken. Als zij deze verantwoordelijkheid onvoldoende nemen, blijven wij het – behalve uiteraard over de kwaliteit – inderdaad hebben over kosten.

Sinds 2006 hebben zorgverzekeraars meer inzicht gekregen in de kwaliteit en prijs bij ziekenhuizen, maar we willen ook inzicht in en beheersing van het volume. Welke behandeling vindt waar plaats? Hebben we niet te veel aanbod?

Nu we hierop meer druk zetten, omdat de zorg onbetaalbaar dreigt te worden, komen ziekenhuizen in het verweer. Wij vervullen evenwel niets meer of minder dan onze wettelijke rol: het betaalbaar en beschikbaar houden van goede zorg. Laten we niet naïef zijn. Ziekenhuizen kunnen echt nog wel een slag maken. Bestuurders erkennen dit zelf ook.

Ik loop lang genoeg in de zorg mee om te weten dat zorgverzekeraars geen machtsspelletjes willen spelen. We zijn coöperaties zonder winstoogmerk en kopen zorg in met het mandaat van onze verzekerden.

Het is niet onze inzet om het aantal ziekenhuizen per se af te bouwen, om enorm op de prijs te drukken en om de boeken van de ziekenhuizen door te spitten. We willen efficiënte en financieel gezonde ziekenhuizen, met minder bureaucratie, waar patiënten uitstekend worden verzorgd en waar mensen met plezier werken. Om dit te bereiken, willen we graag op een open en transparante manier samenwerken met ziekenhuizen, in het besef dat de tijden van ongebreidelde groei voorbij zijn.

Juist nu we de tering naar de nering moeten zetten, is het zaak dat we ons inzetten op wat we willen behouden. Dit is wennen, maar hier moeten we toch samen kunnen uitkomen. Alleen zo kunnen we immers uitstekende en betaalbare zorg voor iedereen behouden.

Roger van Boxtel is voorzitter van de raad van bestuur van Menzis. Een meer uitgebreide versie is te vinden op www.menzis.nl